Kanker en Laetrile ( hét middel dat juist de kankercellen doodt, en de gezonde cellen ongemoeid laat, zit in luchtgedroogde Abrikozenpitten ) 

Share Button

KANKER EN LAETRILE ( B-17 ) de werkzame stof die in luchtgedroogde abrikozenpitten

geconcentreerd aanwezig is. 

Vaak worden “abrikozenpitten” aangeboden voor aanzienlijk lage prijzen, maar de garantie dat u dan ook lucht gedroogde pitten krijgt, is dan wel erg klein! Zelfs bij bedrijvenvan naam!  De zongedroogde pitten zijn namelijk aanzienlijk goedkoper, maar de werkzaamheid is ook aanzienlijk lager daar het zonlicht de werkzame enzymen doodt. In de landen van herkomst is het, mede gezien het klimaat aldaar, veel en veel goedkoper de pitten op de grond uit te spreiden en zo aldus te laten drogen. Dit in tegenstelling tot de duurdere bewerking, in grote schuren met ventilatoren. Maar dan blijven de pitten wél voorzien van hun werkzame stoffen.

In dit artikel willen we u enige informatie geven over kanker. Doordat er zeer veel onderzoek naar is gedaan en dit slechts een kort artikel is, moeten we ons beperken tot de kern van de zaak. We willen twee zaken aangeven: in de eerste plaats dat de bestaande therapieën al jarenlang weinig resultaten geven en in de tweede plaats dat er vele alternatieve benaderingen zijn voor de behandeling van kanker, waarbij abrikozenpitten er in veel wetenschappelijke onderzoeken als beste uitkomen. In dit artikel citeren wij verschillende onderzoekers en verwijzen we ook naar de boeken die hier over geschreven zijn en die nog steeds verkrijgbaar zijn.

DE STAND VAN HET KANKERONDERZOEK

Honderd jaar kankeronderzoek heeft geen enkel belangrijk feit opgeleverd. Op deze algemene regel is naar wij weten maar één opvallende uitzondering, waarop we straks terugkomen. Dat komt niet omdat er niet voldoende aandacht is voor dit onderwerp. Er zijn miljardenbedragen in dit onderzoek geïnvesteerd. Er werken meer mensen in het kankeronderzoek en de hulp aan kankerpatiënten dan het totaal aantal kankerpatiënten.

In 1971 zou er een definitieve slag aan kanker worden toegebracht. President Richard Nixon kondigde zijn plan ‘The war on cancer’ (‘De oorlog tegen kanker’) aan, en stopte nogmaals miljarden in de onderzoekspot. Toen in 1978 die miljarden op waren, bleek het aantal Amerikanen dat aan kanker stierf van 1 op 6 in 1971 in 7 jaar tijd te zijn toegenomen tot 1 op 5 en tegenwoordig is het 1 op 2 in de VS en in Nederland 1 op 2 à 3.

BEVOLKINGSGROEPEN DIE GEEN KANKER KENNEN

Interessant zijn zeker ook de mededelingen van onderzoekers, missionarissen, artsen, e.d. omtrent waarnemingen die zij doen in de door hen bezochte gebieden. Zo bericht in 1913 Albert Schweizer vanuit Lambaréné in Gabon, dat er tot zijn verbazing geen enkel geval van kanker te bespeuren is. Zeer bekend zijn de resultaten van een in opdracht uitgevoerd onderzoek door Dr. Sir R. McCarrison onder de bevolking van het staatje Karakorum in Noordwest Pakistan, de Hunza-stam. Gedurende het 20 jaar durende onderzoek heeft hij bij de bevolking nooit één geval van kanker kunnen ontdekken. De poolreiziger Stefansson stelde hetzelfde vast bij een Eskimostam, de Inuit.

Maar ook bevolkingsgroepen in Zuid Afrika en Zuid Amerika, Noord Amerikaanse indianen, als ook Australische Aborigines zijn volledig vrij van kanker. Zij moeten zich dan wel voeden op de traditionele wijze, die nogal afwijkt van ons voedingspatroon (bittere maniok). Zo consumeren de leden van de Hunza-stam grote hoeveelheden abrikozenpitten. Hun status in de groep wordt mede bepaald door het aantal abrikozenbomen dat ze bezitten.

De Inuit (Eskimo’s) voeden zich met bepaalde poolbessen, Rubus spectabilis, en consumeren de half verteerde inhoud van de maag van gedode dieren. Zolang deze mensen zich zo blijven voeden, krijgt kanker geen kans, maar als zij door omstandigheden met het Westerse voedingspatroon in aanraking komen, en daar op overschakelen, worden ook zij het slachtoffer van kanker.

GEEN KANKER BIJ DIEREN IN DE NATUUR

Vervolgens kunnen we vaststellen dat in de natuur levende planteneters nooit kanker krijgen, en door het gedrag van de vleeseters, waarbij van de prooi vooral de ingewanden worden geconsumeerd, blijven ook zij gespaard van kanker. Vaak ook zullen roofdieren uit een natuurlijke behoefte breedbladige grassen eten. Bij dieren drijft hun instinct hun om planten en vruchten te eten die vitamine B 17 bevatten. Zelfs dieren in een dierentuin, als ze een verse abrikoos of perzik aangeboden krijgen, kraken de pit en eten de vrucht of kern. Ook honden eten regelmatig grassen waarvan ze instinctief weten dat ze B 17 bevatten.

 DE ONTDEKKING VAN VITAMINE B17

Overzien we dit alles, dan ligt de conclusie dat kanker een voornamelijk door de voeding bepaalde aandoening is, nogal voor de hand. In alle voorbeelden wordt door de mensen en de dieren een grote hoeveelheid Vit. B 17, ook wel bekend als Amygdaline of Laetrile, uit het voedsel betrokken. De abrikozenpitten bevatten 8 % van hun gewicht aan Vit. B 17, en gras bevat 40 gram per kilogram. Alles wijst er op dat kanker en Vit. B 17 niet samen gaan. Maar het duurt tot 1920 dat vader Dr. Ernst T. Krebs Sr – opgevolgd door zijn zoon Dr. Ernst T. Krebs Jr, die biochemicus was in San Francisco – het Vit. B 17 in de V.S. begint te introduceren. Het is Krebs Jr die aan de bittere stof uit de abrikozenpitten de naam Vit. B 17 geeft. Krebs Jr heeft zeer veel proeven met abrikozen gedaan om het Vit. B 17 te vinden.

WETENSCHAP EN DWALINGEN

De geschiedenis van de wetenschap is er één van een voortdurende strijd tegen ingewortelde dwalingen. Veel van de grootste menselijke ontdekkingen werden aanvankelijk verworpen door de wetenschappelijke gemeenschap, en zij, die de ontdekkingen deden, werden veelal belachelijk gemaakt en veroordeeld als kwakzalvers en oplichters. Talloze voorbeelden zijn hiervan bekend. In de medische wetenschap is misschien wel het bekendste voorbeeld, dat van Dr. Semmelweis (1818-1865), die van zijn staf eiste dat ze vóór de operaties hun handen zouden wassen. Hierop werd hij zo aangevallen door z’n collega’s, en werd hem het leven zo onmogelijk gemaakt, dat het hem zijn baan kostte en hij later in een psychiatrisch ziekenhuis is overleden.Eeuwen geleden was het niet ongewoon dat expedities ter zee volledig te gronde gingen aan scheurbuik. Tussen 1600 en 1800 verloor alleen al de Britse vloot 1 miljoen zeelieden. De toenmalige medische wereld was verbijsterd en zocht tevergeefs naar een geheimzinnige bacterie, virus of vergif dat zich wel moest schuilhouden in de donkere scheepsruimen. En toch… was het geneesmiddel tegen scheurbuik al honderd jaar bekend en… opgetekend! Het heeft nog meer dan 200 jaar geduurd én honderdduizenden levens voordat de medische wereld accepteerde dat scheurbuik simpelweg een vitamine C gebrek was.

Ook de twintigste eeuw is geen uitzondering op dit patroon. In 1952 had dr. Ernst Krebs Jr. de theorie ontwikkeld dat kanker, net als scheurbuik en pellagra (ernstige huidziekte, veroorzaakt door  vitamine B tekort), niet veroorzaakt wordt door één of andere geheimzinnige bacterie, virus of vergif, maar eveneens eentekortheidsziekte is.

De oorzaak ligt in het gemis aan een essentieel bestanddeel in het menu van de hedendaagse mens. Dr. Krebs ontdekte dat dit bestanddeel behoort tot de nitrilociden-familie. Dat zijn stoffen, die overvloedig in de natuur voorkomen, wel in meer dan 1200 eetbare planten, verdeeld over de gehele aarde. Het is sterk vertegenwoordigd in zaden, maar ook in grassen, abrikozen-, appel-, kersen- en perzikpitten en vele andere voedingsstoffen die inmiddels verdwenen zijn uit het moderne beschavingsmenu. Dr. Krebs wijst er op dat er in de hele medische geschiedenis nog nooit iemand van een chronische stofwisselingsziekte genezen is d.m.v. chemische medicijnen of door een mechanische ingreep in het lichaam. In alle gevallen werd de oplossing gevonden in juiste en toereikende voeding.

VOEDING VROEGER EN NU

Dr. george M. Briggs, professor in de voedingsleer aan de Universiteit van Californië, heeft gezegd: “Het typisch Amerikaanse menu (en dat geldt ook in belangrijke mate voor het Nederlandse menu) is een nationale ramp. Als ik daarmee de varkens en de koeien zou voeren, zonder er vitaminen en andere supplementen bij te doen, zou ik in korte tijd de hele veestapel te gronde richten.”

De schappen in de supermarkten staan volgepakt met koolhydraten-rijk voedsel dat voorbewerkt is, d.w.z. geraffineerd, geconcentreerd, van een kunstmatige geur of smaak voorzien, en volgestopt is met chemische conserveringsmiddelen. Gierst was eens een belangrijke graansoort. Het bevat veel nitrilocide, maar het is nu vervangen door tarwe, dat hiervan praktisch niets heeft, zelfs de complete tarwekorrel niet. Ons vee wordt nu ook al gevoed met snelgroeiende grassoorten met een laag nitrilocide-gehalte, zodat er weinig Vit. B 17 terecht komt in het vlees dat wij van deze graseters binnenkrijgen. In de periode dat zich dit allemaal voltrok, zien we ook dat de kanker-curve een gestaag opgaande lijn is gaan vertonen. Was het in de 50-er jaren nog 1 op 35 mensen die kanker kregen, nu is het – zoals we eerder al zeiden – 1 op 2 à 3.

DE VITAMINE B17 THEORIE

Wegens de beperktheid van dit artikel kunnen we niet ingaan op alle theoretische kanten van de werking van Vit. B 17. Alles wat we werkelijk moeten weten is de noodzaak voedsel tot ons te nemen dat rijk is aan alle vitaminen en mineralen, en verder om zo veel mogelijk te voorkomen dat ons lichaam beschadigingen en verwondingen oploopt. De juistheid van de Vit. B 17-theorie van kanker is bewezen in een laboratorium, waarbij alle twijfel is uitgesloten. Zo heeft bijvoorbeeld Dr. Dean Burk, hoofd van de Cel-chemische afdeling van het Nationale Kanker Instituut in de V.S. verklaard dat in een serie proeven op dierlijk weefsel, B 17/Laetrile geen enkele schadelijke uitwerking bleek te hebben op gewone cellen. Maar dezelfde stof bleek zoveel cyanide en benzaldehyde vrij te geven als ze in aanraking kwam met kankercellen, dat er geen één in leven bleef.

Dr. Burk zei letterlijk: “Als wij Laetrile toevoegen aan een kankerkweek onder de microscoop, kunnen we de kankercellen zien afsterven als vliegen. Na een eeuw gebruik van deze stof in alle delen van de wereld, is er van Vit. B 17 nooit enig opgetekend geval geweest waarin het de  dood van een patiënt heeft veroorzaakt.

En nu de belangrijkste vraag: Houdt Laetrile werkelijk kanker in menselijke wezens binnen de perken? En zo ja, zijn er dan statistische bewijzen om deze bewering te staven? De georganiseerde (westerse) medische wereld zegt: Nee! Nu is bijna alle officiële tegenstand tegen Laetrile gebaseerd op een rapport uit 1953, afkomstig van de Kanker Commissie van de Californische Medische Vereniging. Dit rapport had als eindconclusie: “Geen bevredigend bewijs geleverd dat zou wijzen op enige vergiftigende werking van Laetrile op de kankercel.“ Regeringsinstellingen die dit rapport steeds als hun basisbron gebruikten, verklaarden al spoedig dat het onwettig was Laetrile voor te schrijven, aan te bevelen of zelfs te vervoeren.

Een belangrijke kant van het rapport was, dat aan de patiënten een uiterst geringe hoeveelheid Laetrile was toegediend; veel te klein om ook maar iets te bewijzen. Tegenwoordig is het niet ongewoon om 2 of 3 gram van deze stof in één keer te injecteren. In het algemeen is er 30 of 40 gram nodig voordat de patiënt tastbare tekenen van vooruitgang kan bespeuren. In het Californische experiment echter was de maximale volledige dosis slechts 2 gram, verdeeld over ongeveer 12 injecties. Vijf patiënten hadden slechts 2 injecties ontvangen en anderen slechts 1. Het is niet verwonderlijk dat deze experimenten geen overtuigende bewijzen hebben geleverd dat Laetrile werkt. Wat echter wèl verwonderlijk is, is het feit dat dergelijke ongefundeerde rapporten steeds maar weer aangehaald worden door het Amerikaanse Kanker Instituut, als bewijs dat Laetrile bedrog is.

HET BEWIJS DAT LAETRILE WERKT

Maar welk bewijs hebben wij nu dat Laetrile wèl werkt?

In de eerste plaats hebben wij de uitgebreide gegevens over de Hunza’s en de Eskimo’s, die zonder meer statistisch aantonen dat Vit. B 17 werkelijk kanker voorkomt, met een doeltreffendheid die vrijwel 100 % is. Hierover kan weinig verschil van mening bestaan.

Maar hoe zit het met kanker dat zich al ontwikkeld hééft? Kan B 17 een mens gezond maken, nadat hij de ziekte heeft opgelopen? Het antwoord is, JA, … mits het op tijd ontdekt wordt en mits de patiënt inwendig niet te ernstig is beschadigd of aangetast is door bestraling of giftige chemische middelen. Helaas beginnen de meeste kankerslachtoffers met Laetrile, nadat hun ziekte zo ver gevorderd is, dat zij als hopeloze gevallen zijn opgegeven door de reguliere geneeskunde. Gewoonlijk wordt hun dan verteld dat ze nog slechts een paar maanden of weken te leven hebben. En in dit tragische stadium van ‘bijna-dood’ wenden ze zich tot de vitaminetherapie, als laatste redmiddel.

Als ze sterven – en inderdaad, dan sterven er nog velen – worden ze gerekend tot de statistische mislukkingen van Laetrile. In werkelijkheid is het een overwinning van Laetrile dat er zelfs nog mensen worden gered in dit stadium! Want als een tekortheidsziekte als kanker, te ver is voortgewoekerd, kan de hierdoor te weeg gebrachte beschadiging eenvoudig niet meer ongedaan gemaakt worden. Bij iemand met een schotwond kan de kogel verwijderd worden, terwijl de patiënt toch sterft aan de wond. Eveneens kan bij een patiënt de kanker vernietigd worden door B 17, maar zal de patiënt toch sterven aan de onherstelbare schade aan zijn vitale organen. En zelfs met dit geweldige nadeel, is het aantal laatste-stadium-patiënten dat toch hersteld, zeer indrukwekkend!

Er zijn in feite al duizenden van zulke gevallen in de medische dossiers opgetekend. De Amerikaanse Kanker Vereniging heeft getracht de indruk te wekken dat zij die beweren door Laetrile gered te zijn een stelletje zwaarmoedig, goedgelovige halfzachten zijn, die, om te beginnen, nooit kanker hebben gehad, maar de verslagen en rapporten onthullen wel iets anders!

Sinds Laetrile werd ontwikkeld zijn er letterlijk duizenden gevallen geweest die volledig opgegeven waren en tóch genezen zijn, en waarvan alles uitvoerig is opgetekend en gedocumenteerd. Als deze mensen beschouwd worden als een groep, nemen deze gegevens de vorm aan van statistieken, waardoor ze nog waardevoller worden dan de individuele gevallen.

Er zijn inmiddels velen medische medische artikelen gepubliceerd, geschreven door welbekende artsen, die Laetrile  uit ervaring dóór en dóór kennen vanwege de behandeling daarmee van hun eigen patiënten. Uit al die artikelen blijkt hoe veilig en doeltreffend Laetrile is. De Amerikaande Kanker Vereniging en andere zegslieden van de gevestigde medische orde, willen ons laten geloven dat alleen warhoofden achter deze opvatting staan, maar de doktoren die deze experimenten deden, zijn waarlijk geen kwakzalvers.

Al deze artsen hebben een vlekkeloze reputatie, en zij rapporteren allemaal dat de meeste van hun patiënten die met Laetrile behandeld zijn ook nog  de volgende gunstige bijverschijnselen vertoonden: een onmiddellijk lagere bloeddruk, vergrote eetlust, verbeterde bloedaanmaak en bovenal: verlichting van pijn, zonder verdovende pijnstillers! Zelfs als de patiënt te laat begint met Laetrile om gered te worden, is deze laatste uitwerking al een zegen op zich zelf.

DE ORTHODOXE BEHANDELMETHODEN

 Als een dokter bij de reguliere geneeskunde niet voor kwakzalver wil worden uitgemaakt, moet hij werken met, wat men ‘consensus-medicine’ noemt. Dat wil zeggen, hij moet dezelfde soorten van behandeling toepassen als zijn vakgenoten. Op dit moment betekend dat, wat betreft de kankertherapie, óf opereren, óf chemische medicijnen, óf bestralen.

Opereren is daarbij de minst schadelijke van de drie, in sommige gevallen kan het levens redden. De mate waarin chirurgisch ingrijpen nuttig is, is gelijk aan de mate waarin het gezwel niet kwaadaardig is. Hoe groter de verhouding van de kankercellen is ten opzichte van de gezonde cellen in de tumor, hoe minder waarschijnlijk het is dat operatief ingrijpen zal helpen. De kwaadaardigste cellen worden algemeen beschouwd als niet-opereerbaar. De statistieken leren ons dat operatie slechts 10 tot 15 % redelijke overlevingskansen oplevert. Bij uitzaaiingen zijn er hoegenaamd geen overlevingskansen. De reden is dat opereren, evenals de andere ‘orthodoxe’ therapieën, alleen de tumor verwijdert, zonder dat de werkelijke oorzaak wordt aangepakt.

Over de andere twee toegelaten benaderingen van kanker willen we kort iets zeggen.

<p.Met bestralen beoogt men in feite hetzelfde als met opereren. Men wil de tumor verwijderen, maar dit gebeurt hier d.m.v. wegbranden i.p.v. wegsnijden. Ook hier is het in de eerste plaats niet de kankercel die vernietigd wordt. Hoe kwaadaardiger het gezwel, hoe meer resistent het is tegen bestraling. Deze werkwijze heeft dezelfde schaduwzijden als chirurgisch ingrijpen, plus één méér: het vergroot de kans dat kanker elders in het lichaam de kop op zal steken. Het is namelijk een bewezen feit dat overmatige blootstelling aan radioactiviteit kankerverwekkend werkt.Wat betreft de zgn. chemo-therapeutische antikanker medicijnen, de rapporten hierover bieden een nog hopelozer beeld. In feite zijn ze dodelijker voor gezond weefsel dan voor de kankercel.

VERGELIJKING VITAMINETHERAPIE EN DE ORTHODOXE BEHANDELMETHODEN

Hier volgt een vergelijking tussen de vitaminetherapie en de orthodoxe behandelmethoden. De cijfers die volgen, zijn overgenomen van het Amerikaanse Nationale Kanker Instituut, de Amerikaanse Artsen Vereniging en de klinische rapporten van die artsen die Laetrile gebruikt hebben bij de behandeling van hun patiënten. De uitkomsten zijn sterk afhankelijk van de leeftijd van de patiënt, zijn geslacht, de plaats van de kanker en de graad van kwaadaardigheid. Bij gevolg zijn deze cijfers de gemiddelden van alle soorten en groepen tezamen.

<p.Dit hebben ze te zeggen:Van hen met vergevorderde, uitgezaaide kanker, die door de artsen zijn opgegeven, zal slechts 15 % gered worden door de vitaminetherapie.

Dat is inderdaad niet al te best, maar … onder de officiële therapieën zal minder dan 1 op de 1000, m.a.w. 1 op de 10 van 1 % van deze groep nog vijf jaar in leven blijven.

Van de patiënten met kanker ontdekt in een vroeg stadium, zal tenminste 80 % gered worden door de vitaminetherapie, maar niet meer dan 15 % zal het halen onder de orthodoxe behandelingswijze.

Van hen die nu nog gezond en zonder kanker zijn, zal bijna 100 % kunnen verwachten vrij te blijven van kanker, althans zolang ze regelmatig blijven zorgen voldoende hoeveelheden vitamine B17 binnen te krijgen.

Zoals eerder gezegd, zijn deze cijfers afhankelijk van leeftijd, geslacht, plaats van de kanker en de graad van kwaadaardigheid. Daarbij moet in acht worden genomen dat het lastig is om het onderscheid te verrekenen tussen vroeg ontdekte kanker en die in een gevorderd stadium. Veelal is er een grijze zone tussen deze twee. Toch zijn deze cijfers over het geheel genomen zo nauwkeurig als dergelijke gegevens kúnnen zijn. Zij geven een indrukwekkend beeld, waarvoor we onze ogen niet kunnen sluiten.

Zoals wij nu medelijdend lachen om de primitieve medische praktijken van vroeger, zullen toekomstige generaties terugkijken op onze tijd, en ineen krimpen bij de gedachte aan het zinloze snijden, vergiftigen en verbranden, dat nú doorgaat voor medische wetenschap. Hoe zinloos en schadelijk de gangbare praktijken ook zijn, toch eist de zgn. ‘consensus-medicine’, d.w.z. de officiële/reguliere medische wereld, dat ze toegepast worden door iedere arts.

Ongetwijfeld komt het meeste verzet tegen de vitaminetherapie uit de hoek van goedbedoelende mensen, die eenvoudig de feiten niet kennen. Maar de gevestigde zakelijke belangen van de machtige farmaceutische-, de chemische- en de aardolie-industrie spelen ook een uiterst belangrijke rol. De wetenschap van de kankertherapie is niet half zo ingewikkeld als de kankertherapie-politiek.

Als vitamine B17 even wijdverbreid begrepen en beschikbaar zal zijn als de andere vitamines, zal kanker net zo zeldzaam zijn als scheurbuik en pellagra nu. Als vitamine B17 een gewoon bestanddeel van onze voeding zou zijn, zal de slag uiteindelijk gewonnen worden.

LITERATUUR

Pleidooi voor biologische kankerbestrijding; Dr. P. de Veer

World without cancer, the story of vitamin B17; G.E. Griffin

Step outside the box; T.M. Bollinger

Nog meer praktische info?
Bel Stichting Boinnk
Telefoonnummer: 038-4549300


Top 10 Myths about Bible Study, door Dr. Heiser

Share Button


het leven is mij Christus, het sterven winst

Share Button

het leven is mij Christus, het sterven winst

Aangeleverd door: Cor van Ruitenbeek

Posted on 10 maart 2016 by Gezonde Woorden

Deze uitspraak doet Paulus in Fil.1:21. Waar doelt Paulus hier op? Zegt hij dat het sterven winst is voor hemzelf, of spreekt hij van iets anders? Paulus schrijft in dit hoofdstuk dat zijn gevangenschap is tot bevordering van het evangelie (:12), de verkondiging van Christus (:15-16) en dat hoe dan ook Christus groot gemaakt zal worden in zijn lichaam, hetzij door leven, hetzij door dood (:20). Wanneer Paulus dan ook in het volgende vers zegt:

21 Want voor mij is het leven Christus en het sterven winst.

Dan heeft hij het niet over gewin voor zichzelf, maar voor (de zaak van) Christus. In de Statenvertaling staat: het sterven is mij gewin, maar mij staat er schuingedrukt en is toegevoegd door de vertalers. Ik geloof dat Paulus het hier heeft over het sterven van een martelaarsdood. Dát zou gewin zijn voor Christus en ook ter bevordering van het evangelie, net als zijn gevangenschap.

In Filippenzen 3 zegt Paulus zelfs dat hij evenals de Heer een martelaarsdood wilde sterven!

10 om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap van Zijn lijden, gelijkvormig wordend aan Zijn dood.

Ook in Fil.1:23 is de Statenvertaling niet juist. Dit staat er letterlijk:

22 Maar indien dit levend zijn in het vlees voor mij vrucht van werk is, waar zal ik de voorkeur aan geven? Ik maak het niet bekend!

Paulus maakte niet bekend of hij een voorkeur had voor leven of sterven. “Ik maak het niet bekend!”, zegt hij. Wat hij wel bekend maakt is het volgende, in vers 23, meer letterlijk vertaald:

23 Ik word gedwongen door de twee. Hebbende het verlangen naar de losmaking en samen met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste.

De twee, leven of sterven, drongen hem, daar werd hij mee geconfronteerd in de praktijk. Maar wat hij écht verlangde is een derde optie, die hij wel bekend maakt: losgemaakt te worden (Grieks: ana-lusai , dat is letterlijk: opwaarts-losgemaakt!!) en met Christus te zijn.

Het opwaarts-losgemaakt worden, vindt plaats wanneer Hij ons vernederd lichaam veranderen zal (Fil.3:21), de uitopstanding uit de doden (Fil.3:11), wanneer doden en levenden  tezamen weggerukt worden in wolken, tot een ontmoeting met de Heer in de lucht en wij altijd met de Heer zullen zijn (1 Thess.4:17).


Voldoet de IS (IS)-‘leider’ niet meer voor de C.I.A.?

Share Button
Plaatje bij CIA-baas wil vijf jaar na Bin Laden ook hoofd van IS-leider

Vannacht is het exact vijf jaar geleden dat Amerikaanse special forces Al-Qaïdaleider Osama Bin Laden elemineerden. CIA-directeur John Brennan wil nu dat de VS ook IS-leider Abu Bakr al-Bagdadi uitschakelen.


AfD wil verbod op minaretten en boerka’s in Duitsland

Share Button
Het congres van de Duitse anti-immigratiepartij Alternative für Deutschland (AfD) heeft zondag in grote meerderheid een manifest aangenomen waarin staat dat de islam niet spoort met de Duitse grondwet en dat minaretten en boerka’s moeten worden verboden.

De partij werd drie jaar geleden opgericht en groeide snel door de komst vorig jaar van meer dan een miljoen vluchtelingen, vooral moslims, naar Duitsland. De partij zit niet in het parlement, ….


Translate »