Kinderen en zwak begaafden: mee in de opname!


Share Button

Aangeleverd door: Sabine Vlaming

 

Kinderen en zwak begaafden: mee in de opname!

Bijgaand het vernieuwde artikel ter informatie, verdieping, discussie en om achterlaten voor degenen die zich na de opname zullen af vragen waar hun geliefden en kinderen zijn en waarom God hen heeft uitgenomen.

Tevens, een waarschuwing tegen valse verklaringen voor de bovennatuurlijke manifestaties ten tijde van en de opname welke deel uitmaken van de ‘grote deceptie’ uit 2 Thessalonicenzen 2: 11-12 SV

11 En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven;

12 Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.

Kinderen en zwak begaafden: mee in de opname! | Hoop voor achterblijvende familie | Wees waakzaam voor leugenachtige verklaringen nadien!

Er zijn drie duidelijke Bijbelpassages die spreken over de opname van gelovigen voorafgaand aan de tijd van beproeving en veroordeling van de wereld, waarbij zij door Jezus uit de aarde worden weggenomen en in een oogwenk naar de hemel worden verplaatst (zie Johannes 14: 1-3; 1 Korintiërs 15: 51-58; 1 Thessalonicenzen 4: 13-18, uitgelegd en toegelicht in deze studie elder op deze site). Geen van deze passages vermeldt echter wat er zal gebeuren met baby’s, kinderen en cognitief zwakken (ref. in Strong’s 3642).

Er zijn andere passages in de Schrift die de samenstelling en positie van deze groep, voor wie de Heer specifieke voorzieningen treft,  nader verklaren, het onderwerp van deze studie en overdenkingen.

In Mattheus 24: 6-8 wordt inzicht gegeven in de context van de opname:

6 En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al die dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet. 7 Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentien, en aardbevingen in verscheidene plaatsen. 8 Doch al die dingen zijn maar een beginsel der smarten.

De smarten, hier opgetekend duiden op geboortepijnen (ref. in Hosea 13: 13, Marcus 13: 8) Nadien in vers 19 wordt het tweede deel van de tijd van beproeving beschreven en maakt Jezus een expliciete verwijzing naar het relatief zware het lot van zwangere en zogende vrouwen tijdens de tijd van beproeving na de opname:

Mattheus 24: 19 Maar wee den bevruchten, en den zogenden vrouwen in die dagen! 20 Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat.21 Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.

Deze passage wordt bevestigd in Marcus 13:

Marcus 13: 17-19 Maar wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen! 18 Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters. 19 Want die dagen zullen zulke verdrukking zijn, welker gelijke niet geweest is van het begin der schepselen, die God geschapen heeft, tot nu toe, en ook niet zijn zal.

In Lukas 23: 28-29 zegt Jezus tijdens zijn kruisgang tegen de vrouwen van Jerusalem:

28 En Jezus, Zich tot haar kerende, zeide: Gij dochters van Jeruzalem! weent niet over Mij, maar weent over uzelven, en over uw kinderen. 29 Want ziet, er komen dagen, in welke men zeggen zal: Zalig zijn de onvruchtbaren, en de buiken, die niet gebaard hebben, en de borsten, die niet gezoogd hebben.

Hieruit kunnen we eveneens opmaken dat het lot van moeders in de beschreven en voorzegde dagen bijzonder zwaar zal zijn. Hosea 9 geeft ons inzicht in een ander facet van onze onderzoeksthema, namelijk God’s vermogen en beslissing het krijgen van kinderen te verhinderen alsook kinderen weg te (laten) nemen:

Hosea 9: 11-14 Aangaande Efraïm, hunlieder heerlijkheid zal wegvlieden als een vogel; van de geboorte, en van moeders buik, en van de ontvangenis af. 12 Ofschoon zij hun kinderen mochten groot maken, Ik zal er hen toch van beroven, dat zij onder de mensen niet zullen zijn; want ook, wee hun, als Ik van hen zal geweken zijn! 13 Efraïm is, gelijk als Ik Tyrus aanzag, die geplant is in een liefelijke woonplaats; maar Efraïm zal zijn kinderen moeten uitbrengen tot den doodslager. 14 Geef hun, HEERE! Wat zult Gij geven? Geef hun een misdragende baarmoeder, en uitdrogende borsten.

Jesaja 48 spreekt vervolgens over de dochters van Babylon; hiermee kunnen we als typologie in de eindtijd waarin we nu leven zowel ongelovigen als lauwwarme, afgevallen Christenen aanduiden.

Jesaja 47: 8-11 Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen. 9 Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen. 10 Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik. 11 Daarom zal er over u een kwaad komen, gij zult den dageraad daarvan niet weten; en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen; want er zal snellijk een onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het niet weten zult.

Jezus beschrijft in zijn brieven aan de zeven gemeenten in het boek Openbaring een aanzienlijke groep gelovigen op soortgelijke wijze als Jesaja de ‘dochters van Babylon, te weten als lauwwarm, ongehoorzaam, onnozel, hypocriet of zelfs slecht. Zij lopen, zo lezen we verder in Openbaring het risico, indien zij voorafgaand aan de opname niet keren en zich aan God’s leiding over hun (dagelijks) leven onderwerpen middels het Woord en de Geest, net als ongelovigen bij de opname te worden achtergelaten en net als ongelovigen van hun eventuele kinderen, zwak begaafde familieleden en geloofsgenoten te worden gescheiden.

Hoe dit te voorkomen en je geestelijk op de spoedige opname voor te bereiden, lees je hier op deze site.

Verder in Jesaja 49 wordt gesproken over een fysieke beroving van kinderen, waarbij zij op handen gedragen en nadien door koningen en vorstinnen verzorgd worden. Deze passage heeft profetische implicatie: de Bijbel beschrijft in het boek Openbaring dat de opgenomen bruidsgemeente tot koningschap zal worden verheven (vers 23). Dit is te lezen in Openbaring 1: 6. Dit duidt erop dat de opgenomen bruidsgemeente, na de opname van kinderen, in de hemel voor de uitgenomen kinderen zal zorgen tot hereniging met tot het geloof teruggekeerde en gekomen ouders nadien.

Jesaja 49: 19-23 Want in uw woeste en uw eenzame plaatsen, en uw verstoord land, gewisselijk, nu zult gij benauwd worden van inwoners; en die u verslonden, zullen zich verre van u maken. 20 Nog zullen de kinderen, waarvan gij beroofd waart, zeggen voor uw oren: De plaats is mij te nauw, wijk van mij, dat ik wonen moge. 21 En gij zult zeggen in uw hart: Wie heeft mij dezen gegenereerd, aangezien ik van kinderen beroofd en eenzaam was? Ik was in de gevangenis gegaan, en weggeweken; wie heeft mij dan dezen opgevoed? Ziet, ik was alleen overgelaten, waar waren dezen? 22 Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn hand opheffen tot de heidenen, en tot de volken zal Ik Mijn banier opsteken; dan zullen zij uw zonen in de armen brengen, en uw dochters zullen op den schouder gedragen worden. 23 En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uwer voeten lekken; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten.

Hoop voor achterblijvende familieleden na de opname

Er zullen tijdens de verdrukking vele mensen tot geloof in Jezus Christus komen. Openbaring 6: 9-11 spreekt over de mensen die in de verdrukking de martelaarsdood sterven “omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden”. Deze martelaren zullen de gebeurtenissen tijdens de verdrukking correct interpreteren; het evangelie aanvaarden en anderen oproepen om ook tot inkeer te komen hun geloof en vertrouwen op Jezus te vestigen. Deze studie, elders op deze site, vertelt meer over geloofsaanvaarding na de opname.

Hieraan kunnen achtergebleven ouders wier kinderen bij de opname zijn uitgenomen nadien grote hoop ontlenen; zij zullen – op voorwaarde dat zij hun leven in Jezus’ handen leggen en zijn getuigenis tot het einde van hun leven vasthouden – weer met hun kinderen worden herenigd.

In Jeremia 31 biedt het Woord eveneens zicht op uiteindelijke hereniging van weggenomen of afgedwaalde kinderen met hun ouders.

Jeremia 31: 15-17 Zo zegt de HEERE: Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn. 16 Zo zegt de HEERE: Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen; want er is loon voor uw arbeid, spreekt de HEERE; want zij zullen uit des vijands land wederkomen. 17 En er is verwachting voor uw nakomelingen, spreekt de HEERE; want uw kinderen zullen wederkomen tot hun landpale.

Het beginsel van familie-eenheid in gezamenlijk geloof in Jezus Christus en herstel van verbroken en verzwakte verbindingen na afdwaling of wegvallen in geloof, loopt als centraal thema door de Bijbel heen. Het relaas van de hereniging van de verloren zoon met zijn vader nadat eerstgenoemde tot inkeer en bezinning is gekomen, is hiervan een sprekend voorbeeld.

De zekerheid van God’s identiteit en beginselen van liefde en rechtvaardigheid

Behalve bovenstaande directe verwijzingen en inzicht in contextuele passages van het Woord, kunnen we tevens door algemene beginselen en vergelijkbare situaties te bestuderen, vertrekkend vanuit de essentie van God als absoluut rechter, hemelse vader en bron van liefde, nog meer duidelijkheid en bevestiging krijgen.

Jezus als zoenoffer

Een algemeen beginsel om te wegen is Jezus als zoenoffer voor de zonden van allen, die niet in staat om het geloof te plaatsen in Hem (1 Johannes 2: 2). Vanuit dit beginsel van Jezus’ liefdevolle offer aan het kruis worden niet alleen jonge kinderen, maar ook mensen die vanuit bijvoorbeeld een (verstandelijke) beperking of andere geestelijke zwakte hiertoe niet in staat zijn, inbegrepen. Zowel kinderen als minder begaafden zullen, omdat ze de leeftijd en/of het vermogen tot rekenschap (nog) niet hebben ontwikkeld, door de Heer worden opgenomen en van de beproeving na de opname worden veiliggesteld.

Inherente schuld en zonde

De Bijbel vertelt ons, tevens als algemeen beginsel, dat alle mensen, ook baby’s en kinderen en verstandelijk beperkten, schuldig zijn tegenover God, vanwege de erfzonde en toegerekende zonden, al hebben laatstgenoemden op het moment van sterven mogelijk nog geen persoonlijke zonden begaan. De erfzonde is hetgeen via onze ouders aan ons is overgedragen. Het relaas van Koning David biedt ons in deze aanknopingspunten over hoe de erfzonde zich verhoudt tot het lot van jonge kinderen. In Psalm 51: 7 schreef hij over de erfzonde: “Ik was al schuldig toen ik werd geboren, al zondig toen mijn moeder mij ontving.” David herkende dat hij al vóór zijn geboorte een zondaar was. Het treurige feit dat baby’s soms sterven, toont aan dat ook baby’s door Adams zonde worden getroffen, omdat de lichamelijke en de geestelijke dood het gevolg zijn van Adams oorspronkelijke zonde.

Keuze naar vermogen

Elk mens, elke baby en elke volwassene, is schuldig tegenover God; elk mens heeft de heiligheid van God overtreden. De enige manier waarop God rechtvaardig kan zijn en tegelijkertijd een mens als rechtschapen kan beschouwen, is als hij of zij in Christus gelooft en zo vergeving ontvangt. Christus is de enige manier, de enige weg tot redding van de hel. In Johannes 14: 6 lezen we wat Jezus zei: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.” Petrus zegt dit in Handelingen 4: 12 ook: “Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.” En de redding van een mens is zijn of haar persoonlijke keuze, naar vermogen.

Beginsel van ‘verantwoordelijke leeftijd’ 

Hoe zit het dan met baby’s, kinderen en minder begaafden die niet in staat zijn (geweest) om deze individuele keuze te maken?  Het beginsel van “verantwoordelijke leeftijd” is een idee dat stelt dat mensen die deze “verantwoordelijke leeftijd” of “leeftijd van toerekeningsvatbaarheid” nog niet bereikt hebben en dus geen rekenschap voor hun denken en doen kunnen afleggen, automatisch gered zijn. Het beginsel van “redding voor verantwoordelijke leeftijd” is het uitgangspunt dat God alle mensen redt die sterven vóórdat zij in staat zijn geweest om een beslissing vóór of tegen Christus te nemen en hierbij de gevolgen in acht hebben kunnen nemen.

Leeftijd

De Bijbel vermeld geen expliciete leeftijd waarop een kind wat redding betreft verantwoordelijk kan worden gehouden. Wel wordt in een aantal passages zicht gegeven dat ‘jonge kinderen’ worden vrijgesteld.

In algemeen aanvaarde theologische interpretaties van de Schrift op dit thema, is dertien jaar een veel genoemde verantwoordelijke leeftijd, gebaseerd op de Joodse gewoonte dat een kind met 13 jaar deels als volwassen wordt beschouwd. De opvoedkundige begeleiding van jong volwassenen in de Joodse traditie duurt echter tot ver voorbij de adolescentie. Bovendien, betreft dit een Joodse traditie en Schriftinterpretatie, dus geen Schriftverwijzing; de Bijbel geeft ons dus geen directe ondersteuning voor het idee dat de verantwoordelijke leeftijd 13 is.

Wel kunnen we algemeen beargumenteren dat een kind de geestelijk verantwoordelijke leeftijd van de noodzaak van redding heeft bereikt op het moment dat hij of zij in staat is (gesteld) om een beslissing te nemen over zijn of haar geloof (of ongeloof) in Christus en hiervan de korte, lange en zelfs eeuwige consequenties kan overzien. Dit is op jonge leeftijd mogelijk. Hierbij wordt uitgegaan dat het kind gericht geïnformeerd en geinstrueerd is over de eigenidentiteit, en de noodzaak van redding door Jezus, wat in vele gevallen niet aan de orde is, zeker waar het kinderen van ongelovige of anders gelovende ouders betreft. Dit staat uiteraard los van de inherente gewetensfunctie van kinderen, het feit dat God bij alle kinderen zijn 10 geboden ‘in het hart heeft geschreven’.

Vanuit de eeuwige consequentie zijde van deze argumentatie zal de verantwoordelijke leeftijd mijnsinziens opschuiven naar de late adolescentie waarin niet alleen lange termijn, maar tevens eeuwige gevolgen van morele en geloofskeuzes nadrukkelijker in beeld komen.

Toereikendheid van Jezus’ offer

Met het bovenstaande in het achterhoofd kunnen we ook over het volgende beginsel nadenken: de Bijbel leert ons dat de dood van Christus toereikend was voor de hele mensheid. 1 Johannes 2: 2 zegt dat Jezus “verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld”. Dit vers zegt duidelijk dat de dood van Jezus toereikend was voor alle zonden, en niet alleen de zonden van de mensen die specifiek in Hem geloven. Als de dood van Christus toereikend was voor alle zonden, dan laat dit de mogelijkheid open dat God die betaling door Christus toepast op mensen die nooit in staat zijn geweest om te geloven.

Het enige probleem van het standpunt dat God de betaling van Jezus toepast op de zonden van mensen die niet kunnen geloven, is dat de Bijbel niet specifiek zegt dat Hij dit ook daadwerkelijk doet. De Bijbel laat dus nog andere mogelijkheden open. Daarom is dit geen onderwerp zijn waar we onvermurwbaar of dogmatisch over kunnen zijn.

Godsbegrip

Maar, we kunnen wel dogmatisch zijn en ons absolute vertrouwen stellen in de beoordeling dat God ALTIJD doet wat liefdevol en rechtvaardig is. Zijn wezen of kernidentiteit als richtinggevend beginsel komt hiermee eveneens in beeld; hieraan kunnen we zekerheid, vertrouwen en rust ontlenen.

We weten hoe liefdevol en genadig God is. Daarom lijkt de toepassing van de dood van Christus op mensen die niet kunnen geloven in overeenstemming te zijn met zijn karakter. Het is mijn onderzochte standpunt (tezamen met gelovigen die deze publicatie hebben beoordeeld) dat God de betaling van Christus voor de zonden ook toepast op jonge kinderen en mensen die verstandelijk beperkt zijn, omdat zij niet de mentale vermogens hebben om hun zondige toestand en hun behoefte aan redding (volledig) te begrijpen. Wat we zeker weten, is dat God liefdevol, rechtvaardig, heilig, barmhartig en genadig is. Wat hij ook doet of besluit, het is ALTIJD juist en goed. Daar kunnen wij ons op beroepen en aan vasthouden.

Lessen van koning David

Er zijn overige Bijbelpassages die ons inzicht en vertrouwen in God’s voorzienigheid voor kinderen en zwak begaafden – specifiek inzake de opname – kunnen vergroten. We buigen ons hiertoe onderstaand over het relaas van koning David. De passage uit de levensgeschiedenis van David die meer op dit onderwerp van toepassing lijkt dan enige andere passage is 2 Samuël 12: 21-23. De context van deze verzen is het overspel (door God als zondige daad aangemerkt) van David met Batseba, die hierdoor zwanger raakte. De profeet Natan werd door de Heer gezonden om David te informeren dat de Heer zijn zoon uit dit leven zou wegnemen, omdat David gezondigd had.

NB! Laten we even stilstaan bij het feit dat David werd gewaarschuwd, zoals God ook nu in de eindtijd mensen over de op handen zijnde opname (waaronder tevens de kinderen en minder begaafden) waarschuwt. Deze situationele waarschuwing in beide situaties rust op het algemene principe dat God zijn boodschappers altijd vooraf waarschuwt voordat hij handelt:

Amos 3: 77 Gewisselijk, de Heere HEERE zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard hebbe.

Waar de vergelijking ophoudt in het levensverhaal van David is dat hij op de hoogte werd gesteld van een gegeven en dat in het geval van de opname, mensen voordien de gelegenheid krijgen (terug) te keren tot de Heer opdat zij samen met hun eventuele (zwakbegaafde) kinderen en geloofsgenoten worden opgenomen.

David reageerde op de waarschuwing door te rouwen, te treuren en voor het kind te bidden. Maar toen het kind was overleden, kwam er einde aan Davids rouwperiode. Davids dienaren waren hier erg verbaasd over. Ze zeiden tegen Koning David: “Hoe kunt u dat nu doen? Toen het kind nog leefde, vastte u en stortte u tranen, maar nu het gestorven is, staat u op en gaat u eten.” David antwoordde: “Toen het kind nog leefde, vastte ik en stortte ik tranen. Ik dacht: Wie weet is de HEER me genadig en blijft het kind in leven. Maar nu het dood is, wat zou ik nu nog vasten? Daarmee kan ik het toch niet terughalen. Ik ga naar hem toe; hij komt niet terug bij mij.”

Getroost

Davids reactie kan gezien worden als een argument voor het feit dat mensen die niet kunnen geloven veilig in de Heer geborgen zijn. David zei dat hij naar het kind zou gaan, maar dat hij het kind niet naar hem kon laten terugkomen. Daarnaast, en dit is net zo belangrijk, kunnen we concluderen dat David hierdoor getroost is. Met andere woorden, David verwacht dat hij zijn kind (in de hemel) weer zal zien, ook al kan hij hem niet naar dit leven terugbrengen. Deze situatie rust eveneens op een beginsel. Terwijl er tijdelijk negatieve consequenties zijn voor begane zonden in het leven, neemt God voor gelovigen de eeuwige gevolgen na oprecht berouw en bekering weg. Op basis van hetzelfde principe, kunnen we berusten in het feit dat als (ongeboren) baby’s, jonge kinderen en zwak begaafden (als beschreven) de aarde verlaten bij sterfte voor eeuwig bij Jezus in de hemel zullen zijn en in het geval van de opname, met Hem en de bruidsgemeente meegaan en hiermee tevens in veiligheid worden gebracht.

Uitsluitingscriteria

De apart gezette groep kinderen en zwak begaafden valt bovendien niet in de categorie van dwazen, hypocrieten en kwaadwillende dienaren (zie o.a. de passages over dwaze maagden Mattheus 25: 1, zij die zichzelf niet reinigen 1 Johannes 3: 2-3 noch hebben voorbereid Lukas 12: 43-48) en ongelovigen die het in de Schrift beschreven risico loopt na de opname achter blijven.

In deze pdf, getiteld ‘Be Ye Ready’, worden gelovigen en ongelovigen die het risico lopen achter te blijven bij de opname uitgebreider volgens de Schrift gedifferentieerd.

Geloofsstatus ouders

Sommigen stellen dat alleen kinderen van de gelovigen opgenomen worden. Deze visie is echter gebaseerd op overdrachtelijk geloof van de ouders (redding door geloof en/of werken van derden) in plaats van de persoonlijke en directe genade en gratie van God. Dit is in tegenspraak met algemene beginselen in het Schrift. De redding en opname (en hiermee eeuwige veiligstelling) van een kind, terwijl het onder de leeftijd van verantwoording is, is niet gebaseerd op de geloofsstatus van de ouders. Dit geldt tevens voor zwak begaafden. Redding van onze ziel is door gratie en geloof in Christus (Efeziërs 2: 8-9), niet op overdracht of werken gebaseerd. Het is niet afhankelijk van anderen, maar van Jesus alleen. Geloof van een ouder of het ontbreken daarvan, is dus geen bepalende factor. Dat zij een belangrijke rol hebben bij het informeren, instrueren en voorleven inzake geestelijke, morele en normatieve afwegingen, staat niet ter discussie.

Bovengrens vanuit de Schrift en rechtsbeginselen

In diverse Bijbelse passages wordt zicht gegeven op de bovenbegrenzing in leeftijd van kind zijn naar volwassenheid. Zo worden mannen niet meegeteld als leden van het volk van Israël tot ze de leeftijd leeftijd van 20 jaar hebben bereikt. Ook in de overtocht o.l.v. Joshua naar het beloofde land werd deze leeftijdgrens gehanteerd en bleven degenen van 20 jaar en ouder in de woestijn achter. De overtocht over de Jordaan wordt in meerdere opzichten als typologie van de opname gezien, wat de relevantie ervan voor vaststelling van een bovengrens qua leeftijd mede onderbouwt. Reflectief: het merendeel van moderne rechtssystemen op Christelijke grondslag hanteert dit beginsel en de bijbehorende leeftijdsbepaling inzake juridische volwassenheid voorbij de adolescentie (rond 18/19 jaar) eveneens, al is dit vanzelfsprekend geen directe Schriftverwijzing. Het betreft niettemin een algemeen gehanteerde begrenzing van late adolescentie naar volwassenheid.

Uitnodiging tot overdenking

Hoewel er dus geen specifieke, algemene leeftijd van verantwoordelijkheid vermeld is in de Schrift, en veel mensen zijn tot geloof in Jezus komen op jonge leeftijd, is een algemene leeftijdgrens van rond de 19 jaar een zeer aannemelijke, zonder deze expliciet te kunnen stellen. Hiermee lijkt God ons uit te nodigen behalve persoonlijke differentiaties, tevens zijn essentie te wegen evenals zijn volmaakte rechtvaardigheid en liefde voor zijn schepping en individuele mensen. De Heer weet bovendien dat alle kinderen op eigen wijze en tempo volwassen worden, dus hij weet of, wanneer en in welke mate een kind zowel algemeen als situationeel verantwoordelijk kan worden geacht.

Voor nadere studie

Dit Engelstalige artikel van Terry James presenteert een samenhangend, algemeen overzicht van de essentie van de Heer, onze zondige aard, onze behoefte aan verlossing door Jezus Christus, een beknopte uitleg over het wat, waarom en hoe van de opname, onze persoonlijke verantwoordelijkheid en de zekerheid daarvan, voorzien in de Schrift. Speciale aandacht wordt gegeven aan de leringen van de apostel Paulus over de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen in de opname, het boek des levens, het lot van kinderen die opgenomen worden, degenen die vóór de opname zijn gestorven en kinderen die daarna worden geboren.

Terry James: ‘Zullen alle kinderen opgenomen worden?’ Een vertaalapplicatie vindt u, indien gewenst, hier.

Een van de belangrijkste conclusies van de auteur, getrokken uit de Schrift:

‘De positie die wij, als individuen (niet collectief) hebben in Jezus Christus, is de bepalende factor bij het overwegen waar u, of ik de eeuwigheid zullen doorbrengen. Alle kinderen zijn, voordat ze de leeftijd van verantwoordelijkheid bereiken, stevig gepositioneerd in de Here Jezus Christus, wiens vergoten bloed de enige verlossing betekent’. ‘Ieder kind onder de leeftijd van verantwoording -inclusief die in de baarmoeder- zal meegaan met Jezus’.

In mijn Engelstalige blog, getiteld: ‘Children and the Rapture‘ komt een gedeelte van deze en overige onderwerpen aan bod zoals passages in het Oude Testament die aanvullende onderbouwing bieden en wat er gebeurt met kinderen die na de opname worden geboren.

Bijgevoegd, een kort videosegment over dit thema van onze bediening http://www.Informedchristians.com (start bij 16:02 min).

 

 

cropped-bruin.jpg

 

Tot slot, een gerichte waarschuwing voor degenen die deze tekst na de opname lezen: wees waakzaam voor leugenachtige verklaringen omtrent het plotselinge verdwijnen van volwassenen, kinderen en zwak begaafden!

Na de opname zullen, uit onwetendheid ofwel om de waarheid van de Bijbel bewust teniet te doen, ook door overheden en zogeheten ‘deskundigen’ hoogstwaarschijnlijk allerlei alternatieve verklaringen worden gegeven voor het feit dat de bruidsgemeente, kinderen en zwak begaafden ineens van de aarde zijn verdwenen. Omdat deze gebeurtenis op menselijke, natuurlijke wijze niet verklaarbaar is, zal naar verwachting verwezen worden naar diverse bovennatuurlijke verklaringen.

De Bijbel waarschuwt ons hier reeds voor en gebied ons waakzaam te zijn en degelijk en zuiver waarheid van leugen te onderscheiden. De, naar verwachting, zowel breed gedragen als onjuiste en valse verklaringen inzake de opname, vormen onderdeel van de wereldwijde deceptie die de duivel na de opname over de wereld zal uitstorten. In deze infographic van onze internationale bediening www.Informedchristians.com lees en zie je meer over wat deze grote deceptie inhoudt.

Via deze link kun je een groter, inzoombaar exemplaar downloaden.

 

Schermafbeelding 2017-08-12 om 11.33.13

Deceptie en valse denkbeelden

Deze wereldwijde deceptie kan, gezien de verwachte noodtoestand na de opname in combinatie met de decennialange indoctrinatie met leugens op dit thema, voor velen gemakkelijk tot het nemen van op onjuistheden gebaseerde beslissingen leiden. Inmiddels zijn tot in de basisdenkbeelden en sturingsbeginselen van de mensheid de leugens van de duivel over het ontstaan van de aarde (m.n. ingegeven door valse evolutieleer), de cosmologie van de aarde, de aard van demonische manifestaties, onze en God’s identiteit ingeslopen. Deze zijn sinds het wegsterven van Bijbelse en kritisch wetenschappelijke weerstand vanaf de 16e eeuw steeds dieper geworteld en inmiddels breed gedragen, tot in gevestigde onderwijsinstellingen en geloofsgemeenschappen aan toe.

Zelfs de meeste Christelijke kerken en geestelijk leiders bieden hun leden en toehoorders op deze onderwerpen sinds jaar en dag ofwel geen Bijbelse, accurate en kritische wetenschappelijk onderbouwde voeding, dan wel deels vervormde of zelfs op leugens gebaseerde theologie en beschouwingen aan. Bij gebrek aan uitgedragen waarheid, zuivere wetenschappelijke discussie en kritische reflectie, kunnen leugens regeren en mensen eenvoudig misleid worden.

Het overgrote merendeel van Christenen heeft inmiddels een vals (door antichristelijke genootschappen, media, wereldse kennisinstituten en moderne ruimte-instituten als NASA gepropageerd) beeld en hierop gebaseerde sturingsprincipes ontwikkeld. Bijbelse en kritische wetenschappelijke kennis over en inzicht in de ware cosmologie van de aarde is sinds de Middeleeuwen sterk afgenomen, kritisch debat en reflectie weggestorven en door leugens overvleugeld (lees over dit thema hier op deze site meer). Dit geldt eveneens voor gebrekkige kennis over en inzicht in de ware, demonische identiteit en extra-dimensionale afkomst van zogeheten ‘aliens’ ofwel ‘buitenaardsen’.

Hierop gegrondvest, zullen de plotselinge verdwijning van mensen bij de opname en manifestatie van bovennatuurlijke en demonische activiteit waarschijnlijk doeltreffend onjuist en zelfs vals verklaard en onderbouwd kunnen worden. Vele Christenen die wel van Bijbelse en wetenschappelijke waarheid op de hoogte zijn, zullen bij de opname de aarde bovendien hebben verlaten, waardoor de verwachte geestelijke en kritische weerstand tegen dergelijke onwaarheden en leugens gering zal zijn.

Wees waakzaam!