BOINNK!!!

Silvia Videler
Subscribe

Archive for the ‘Reisverhalen’

Reisverhalen: 42. GEORGIË, wonderschoon, straatarm en bijzonder karaktervol.

december 15, 2009 By: silviavideler Category: Reisverhalen

Tbilisi

Dat zijn overigens maar enkele omschrijvingen om dit zeer bergachtige land, wat sinds begin jaren 90 van de vorige eeuw eindelijk weer zijn onafhankelijkheid kent. Ver weg gelegen in het Kaukasus gebergte, grenzend aan Rusland, Armenië, Azerbeidzjan en Turkije probeert dit zeer oude land, maar nieuwe republiek, te overleven. Tot voor de communistische wende had haast niemand ervan gehoord. Zij het dat bij sommigen bekend was dat Jozef Stalin afkomstig was uit deze bergregionen. Stalin, oorspronkelijk Jozef Vissarionovich Djoegasvili, is geboren in Gori, een stad ruim 150 kilometer verwijderd van de hoofdstad Tbilisi en was de zoon van een ‘straatarme’ schoenmaker. Na eerst voor priester gestudeerd te hebben werd hij politiek actief in de socialistische partij en klom later op in de communistische partij van de Sovjet-Unie.

Standbeeld Stalin – Gori

In de jaren 1908 tot 1917 heeft hij zelf 7½ jaar gevangen gezeten, onder andere in Siberië. In 1924 na de dood van Lenin heeft hij met alle macht en list geprobeerd het toenmalige Troika (3-manschap) van de partij te slim af te zijn alsmede de ‘gedoodverfde’ opvolger van Lenin: Leon Trotsky. Dat is hem gelukt en hij is tot 1953 onbetwist leider geweest van de toenmalige Sovjet-Unie.

Met harde, neen, met ‘keiharde’ hand heeft hij naar willekeur geregeerd met dictatoriale macht. Heeft miljoenen mensen verbannen, gevangen laten zetten of simpel weg laten verdwijnen. Mede daarom was ik zo gefascineerd dat tot op de dag van vandaag Stalin nog zo populair is in zijn geboorteland Georgië. Duizenden zijn er nog die hem zelfs vereren. Als je die mensen daarop aanspreekt dan blijken ze: of de misdaden van Stalin te ontkennen of je gaat zelfs twijfelen gezien hun reactie of zij er überhaupt wel kennis van genomen hebben. Eerlijke informatie was nou niet bepaald een ‘deugd’ ten tijde van het communistische regiem en dat werkt helaas nog steeds door.

Ook nu nog, na zoveel jaren van vrijheid, geloven de Georgiërs nog dat hun ‘vette’ jaren spoedig zullen komen. Want eerlijk gezegd het hedendaagse Georgië met een gemiddeld inkomen van amper € 450,- per persoon per jaar!, dat staat wel érg laag genoteerd op de wereldranglijst. Toch als je er komt en de gastvrijheid ontmoet, die men je daar bereidt, kun je je amper voorstellen hoe het een met het ander te verenigen is. Voor gasten is er altijd genoeg en ‘genoeg is nooit genoeg.’

Berg Elbrus – Georgië (hoogste berg van Europa: 5642 meter)

Georgische wijn is overigens echt de lekkerste wijn die ik in mijn leven gedronken heb. Hier amper te verkrijgen. Maar het is een ‘goddelijk’ vocht dát kan ik u verzekeren. Maar verder zijn die Georgiërs zo spontaan én gastvrij dat je je soms wel eens afvraagt hoe het nu werkelijk zit. Je voelt je soms ‘opgelaten’ en vol schaamte denk je aan de Nederlandse gastvrijheid met een kopje koffie met ‘kaakje’ en vóór het eten de deur uit! Naast die grote gastvrijheid is er een andere karaktertrek van dit volk. Die mijns inziens ‘haaks’ schijnt te staan op die van de gastvrijheid en dat is hun grote vechtlust. Heel merkwaardig is dan ook hun groet: “gamardzjoba” wat zoveel betekent als: “Aan jou de overwinning.” Het nog geen twee keer zo groot als Nederland zijnde Georgië kent twee min of meer autonome provincies die naar afscheiding streven. Georgië is een der oudste Christelijke landen van de wereld. Maar die twee provincies (Abchazië en Adjarië) die naar onafhankelijk streven en bevechten zijn hoofdzakelijk Islamitisch, dus vandaar!

De hoogtijdagen van het koninkrijk Georgië lagen in de 11e eeuw. Toen koning David de Bouwer daar koning was met zijn gemalin koningin Tamara. Beiden worden tot op de dag van vandaag nog geëerd en de vorige president Sjevardnadze (de laatste minister van buitenlandse zaken van de voormalige Sovjet Unie) heeft recentelijk een groots standbeeld van dit koninklijke paar in Tbilisi laten neerzetten.

Nu we deze naam genoemd hebben gaan we terug naar de jaren negentig. Het communisme was ineengestort en in Georgië leefde meer dan ooit de hoop op een welvarende tijd van handel en voorspoed. Maar eerst … eerst moesten er nog een aantal ‘oude rekeningen’ worden vereffend. Het is niet voor niets een vechtlustig en krijgshaftig volk. Kwalijke figuren als Stalin hadden zich ontworsteld aan de armoede en de grauwheid van het dagelijkse leven. Maar ook ten tijde van het communisme waren er vele baantjesjagers en lokale politici die het bovenmate goed hadden en dit veelal ten koste van de gewone bevolking. Persoonlijk heb ik weet van hooggeplaatste mensen. Onder andere een commissaris van Politie die in allerijl het ‘vege lijf’ moest redden daar velen hem naar het leven stonden en dat was heus niet voor een al of niet terechte parkeerboete! Met vrouw en kinderen heeft hij het vliegtuig naar Duitsland genomen. Een zeer rijk voorzien appartement achter moeten laten, alsmede een dure Datsja (buitenhuis) en hij kon zich de duizenden euro’s kostende vlucht veroorloven en heeft zich korte tijd later gemeld als asielzoeker in Nederland. Nu woont hij veilig voor zijn belagers ergens in het oosten van ons land. De laatste keer dat ik hem sprak vroeg hij me of ik een koper wist voor een of ander zwaar metaal van tienduizenden dollars aan straatwaarde. Dit ‘handeltje’ had hij samen met een eveneens gevluchte Litouwer. Normaal zal ik niet gauw iemand aangeven. Leven en laten leven is mijn motto. Maar dit ging me een ‘straat te ver.’ Maar zoals het meestal gaat in Nederland, de grote jongens zitten goed en de kleintjes worden gepakt. Deze voormalige commissaris ‘ontsprong de dans!,’ hoe?, dat weet ik niet. Maar een smokkelaartje wordt met graagte in de ‘kraag’ gepakt en zo’n ‘vis’ laat men zwemmen!

Uitzicht op Tbilisi met de berg Mtatsminda op de achtergrond

Terug naar de recente geschiedenis. Onder de Sovjettijd had Georgië het relatief erg goed. Het was de meest vrije en welvarende republiek van alle 15 Sovjetrepublieken én de vakantieplaats bij uitstek voor de grote partijbonzen en apparatsjiks. Tbilisi was de Sovjetmodestad, het Parijs van de Sovjet-Unie en was tevens toonaangevend voor het goede leven wat men kon bereiken in die dagen. Als men dan nu de grote vervallen hotels ziet en de ineengestorte ‘grandeur’ van die dagen dan is het te begrijpen dat er nog velen zijn die terug verlangen naar de tijd van toen.

Een ding moet je de Georgiërs toegeven. Ze weten wat van feesten en feestgelagen. De oude legende gaat dan ook dat God de aarde had geschapen en voor alle volkeren een stukje land had klaargemaakt. Echter de Georgiërs die waren niet op komen dagen bij de verdeling ervan. Hun excuus: “Ze waren weer eens goed aan het feesten geweest.” God glimlachte echter een beetje en streek over z’n hart en gaf hen ’t stukje wat hij voor zichzelf had gereserveerd. Zo zijn de Georgiërs dus (volgens de legende) aan hun land gekomen.

Michail Saakasjvili

Religieus zijn de Georgiërs in hoge mate, maar of dat nou allemaal wel zo met geloof te maken heeft waag ik te betwijfelen. Opportunistisch zijn ze zeker. In ieder geval is de eigen orthodoxe kerk een sterk ‘bindmiddel’ waar ze graag hun eenheid in willen laten schitteren. Naast de kerk is de ‘familie’ het aller- en allerbelangrijkste. Op familie moet een Georgiër altijd kunnen terugvallen en die zullen hem dan ook nimmer in de steek laten. Ook kinderen krijgen meer aandacht en liefde dan wel eens goed is voor ze en de familie-eer is natuurlijk een gegeven waar je helemaal niet om heen kunt. Maar dat is bij alle volkeren in de Kaukasus wel het geval.

Voor de Nederlanders heeft dit land nu althans wel een hele speciale betekenis. Sinds de laatste president, de vooruitstrevende Saakasjvili met een Nederlandse vrouw is getrouwd (uit Terneuzen afkomstig), kunnen de Nederlanders er weinig kwaad meer. Zij is immens populair en haar echtgenoot eveneens. Iedereen weet dat zij afkomstig is van Nederland en Nederland heeft een goede ‘pers’ in Georgië. Dat dit weer wordt ‘beloond’ met extra drank en feestgelagen moge nu wel duidelijk zijn. Georgiërs geloven namelijk duidelijk in het ‘lot’ en de lotsbeschikking. Niets gebeurd dus zomaar, alles heeft een oorzaak. Dat u daar bij hen op bezoek komt, dat móet een achtergrond hebben. Dat heeft een doel, althans zo geloven zij dat van harte. Dan is het hun plicht en recht het u als gast zo aangenaam mogelijk te maken.

Dat u sowieso al een ‘lotje uit de loterij’ heeft getrokken als u dit land gaat bezoeken staat buiten kijf. Schitterend en prachtig zijn slechts woorden. Adembenemend is ook zo’n begrip die haast in alle folders en reisbeschrijvingen te vinden is. Maar dit land is werkelijk zo mooi en zo uniek dat je zou willen geloven dat het ooit het aardsparadijs is geweest.

Kashveti Kerk Tbilisi

Toch nog even een paar tips: de reeds genoemde stad Gori, dé grote trekpleister, daar is het geboortehuisje van Stalin en museum. Zeer interessant en leerzaam. Ook niet vergeten even naar de eeuwenoude burcht te gaan kijken. Beslist de moeite waard.

Vlakbij Gori (8 kilometer ervandaan) ligt Oeplistiche, een oude middeleeuwse en goed geconserveerde stad met in rotsen uitgehouwen huizen. In zijn hoogtijdagen woonden in deze rotswoningen ruim 20.000 mensen. Ook interessant is de Driekerkenbasiliek uit de 9e eeuw. Als u echt van oude bouwwerken en kerken houdt ga dan ook naar Ateni. Daar vindt u een kerk uit de 7e eeuw, volledig intact en authentiek en al dat prachtigs ligt allemaal temidden van wijngaarden die strekken zover het oog reikt. Het klimaat is aan de kust subtropisch en als u wat meer het binnenland ingaat, wordt het langzaam maar zeker een continentaal klimaat. De bergen, zeker in het noorden halen een hoogte die de alpen zeker niet weten te bereiken. Hier vindt u reuzen van 5.000 meter en plus.

Promenade – Batumi

Nog een goede tip: vliegen naar Georgië is duur. Er zijn geen campingvluchten, noch goedkope aanbiedingen. Toch hoeft een vakantie naar Georgië geenszins duur te zijn.

Vlieg spotgoedkoop naar Istanbul (voor een paar tientjes) neem dan de boot vanuit Istanbul naar Samsum en Trabzon, alwaar u de gelegenheid krijgt deze oude steden ook nog eens een dagje te bezichtigen en verder brengt de boot u in een paar dagen naar Batumi in Georgië. Deze stad ligt dan weliswaar in de opstandige Islamitische provincie Adjarië. Doch als u vandaar de trein neemt naar Tbilisi is er geen ‘vuiltje aan de lucht.’

U rijdt door een betoverd landschap en in de hoofdstad aangekomen verschaft u zich voor een ‘prikkie’ een taxichauffeur met auto. Soms nog goedkoper dan een auto zelf huren en wel zo veilig! In een straal van 150 km rond de hoofdstad zwerven én de hoofdstad zelf eens goed bekijken én de grandioze treinrit (heen en terug) en u bent haast een Georgië-expert. Er is zoveel te zien. Neem minstens 14 dagen + de bootreis en nog even wat inkopen op de grote bazaar in Istanbul en u heeft de kosten er alweer een beetje uit. Een grandioze vakantie voor drie weken. Betaalbaar, avontuurlijk en om nimmer te vergeten.

Silvia Videler.

Reisverhalen: 41. IJSLAND.

december 13, 2009 By: silviavideler Category: Reisverhalen

IJsland, is dat vreemde verre grote eiland, nog net behorend tot Europa met een bevolking die je met gemak onder zou kunnen brengen in één middelgrote stad. Want zeg nou zelf, nog geen 300.000 mensen op een oppervlakte van bijna 3 x Nederland, dan kun je toch niet spreken van overbevolking. Ik had nimmer gedacht er ooit eens te komen. De reis ernaar toe is best prijzig en op IJsland zelf is het nou ook niet bepaald zo lekker goedkoop dan op de ‘Albert Cuypmarkt.’

Maar het verhaal van een ‘vluchtig’ bezoekje aan dit toch wel hele merkwaardige land zou toch best wel een ‘staartje’ hebben.

Lees mee en verbaast u:

Van mijn toenmalige werkgever, reeds jaren terug, kreeg ik een telegram met het verzoek me op die en die datum te melden in Los Angeles. Er zou een ticket klaarliggen op de luchthaven van Luxemburg. We zouden met 4 personen vliegen met de Loftleidir, de IJslandse luchtvaartmaatschappij, via Reykjavik, de hoofdstad van IJsland. Daar zouden we een ‘stopover’ hebben van één dag om dan vervolgens door te vliegen via New York naar Los Angeles.

Mijn collega’s en ik moesten wel lachen, want de Loftleidir stond in die dagen althans bekend als een van de meer goedkopere luchtvaartmaatschappijen en onze baas kennende gunde hij ons geen gratis ‘stopover’ in IJsland. Welnee, hij zal wel korting hebben gekregen of de vlucht was een paar ‘oude’ tientjes goedkoper dan rechtstreeks met een meer gangbaardere maatschappij.

Wij hadden geen van vieren ooit nog maar ‘voet’ gezet op dit eiland en toen bleek dat we er een nacht moesten verblijven, betaald en alles inclusief, leek ons dat best leuk.

Met z’n vieren, want we hadden elkaar gebeld, reisden we naar Luxemburg. We hadden iemand zo ‘gek’ gekregen ons er met de auto heen te brengen, zodat we tenminste al een zakcentje verdiend hadden aan de reis. Luxemburg Airport, nou ja, Airport? Een landingsbaan met toen nog een stationshal ernaast, iets ten oosten van de stad. Eenmaal daar aangekomen zagen we het toestel al klaarstaan. Er stonden wel twintig auto’s omheen en nog veel meer mensen waren duidelijk met dat ding bezig om het startklaar te krijgen. Inchecken en douaneformaliteiten stelden zoals gewoonlijk weinig voor en eenmaal in de hal aangekomen stond er te lezen dat er een vertraging zou zijn voor de vlucht naar Reykjavik van zeker vijf uren! Wij de pest erin! Daar ‘ging’ onze avond en nacht in deze voor ons allen nieuwe en vreemde stad.

Dus wij gingen ons verdriet maar verdrinken en intussen hopende op betere tijden. Na diverse hele grote Luxemburgse glazen bier tot het ‘bittere einde’ geledigd te hebben, maar met een nog ‘scherpe blik in de oogjes,’ constateerden wij dat de vertraging inmiddels was opgelopen tot ruim 7 uren! Toen gingen we rekenen! “Hi hi.” We zaten er al een uur of drie, dus dat werd afwachten of we de andere dag de aansluitende vlucht wel zouden halen.  Daar moest dus op gedronken worden! Altijd positief blijven denken!

Reykjavik

Na nog een lange tijd de ‘aandelen’ van wat Luxemburgse brouwerijen de hoogte in te hebben gedronken en twee maaltijden later werden we gesommeerd naar de ‘gate’ of wat ervoor door ging, te gaan. Ondertussen waren de monteurs continu bezig geweest met ons propellervliegtuig. Eindelijk zaten we in de toch wel ruime stoelen en al spoedig gaven we ons over aan de broodnodige slaap en rust. De vlucht van plusminus vijf tot zes uren zou ons in ieder geval nog net op tijd in Reykjavik brengen dachten we. Tot het moment dat de hoogblonde stewardess ons wakker maakte en beleefd en vriendelijk vroegen of we het vliegtuig wilde verlaten. “Verd … ,” de landing gemist! IJsland niet gezien vanuit de lucht. Die verdraaide ‘drankgelagen’ ook. Toch was er iets mis, het voelde geenszins aan alsof ik vijf tot zes uur had geslapen. Na enkele minuten kwamen we er dan ook achter dat Shannon in Ierland ligt en zeker niet op IJsland! Wat moesten we in vredesnaam in Ierland doen? en dan nog wel in de ‘middle of nowhere’ ook, op het toen pas aangelegde vliegveld Shannon? Er stond een bus klaar die ons naar een Ierse stad genaamd Limerick bracht. Een pracht van een hotel en een pub … om van te watertanden. Overnachten, eten en drinken door middel van consumptiebonnen, allemaal op kosten van de IJslandse maatschappij!

Het leven lachte ons weer toe. De hele ‘time-table’ lag overhoop. God mocht weten hoe we ooit en wanneer in Los Angeles zouden aankomen. Dat werd lachen én genieten!

Wat bleek? Het vliegtuig scheen toch aardig wat mankementen te hebben die niet naar genoegen van de ‘captain’ gerepareerd waren. De man weigerde botweg met die ‘rammelkast’ verder te vliegen. Het ‘gemor’ onder de andere passagiers was ‘niet van de lucht.’ Maar wij, ‘vrije vogels’ en op weg naar ons werk, ons kon het niet lang genoeg duren. Zolang het onze verantwoordelijkheid maar niet was én er genoegzaam gezorgd werd voor consumptiebonnen.

In het hotel waren ons een paar kamers toebedeeld en na een prima maaltijd konden we er best weer tegen. We besloten al spoedig ons maar verder te distantiëren van al die mopperende toeristen en andere reizigers en besloten de plaatselijke horecagelegenheden maar eens aan een ‘nadere inspectie’ te onderwerpen. Toen nog tot 23.00 uur en de pubs gingen dicht. Dus in ‘arrenmoede’ weer terug naar het hotel dat er gelukkig andere openingstijden op nahield. Ondertussen wisten we nóg niet wanneer het toestel gerepareerd zou zijn en verder zou vliegen. Pas de andere dag werd het sein van vertrek gegeven en vele angstige mensen gingen op weg naar de luchthaven Shannon waar dat ‘propellergeval’ nog op ons stond te wachten.

Verstand van vliegtuigen heb ik geenszins en bang in die dingen ben ik ook niet zo gauw. Doch de geluiden die dit apparaat begon te produceren, een kwartiertje voor de landing, waren toch wel erg angstaanjagend. Desalniettemin met meer dan 1½ dag vertraging stonden we op Reykjavik Airport. Dát in de stellige zekerheid dat onze aansluitende vlucht naar New York inmiddels daar al was aangekomen.

In de rugzakjes van de stoelen in het vliegtuig had ik een time-table ‘opgevist.’ Die dienstregeling leerde mij dat we drie volle dagen konden wachten op vervolgvervoer.

Tja, in die dagen was er nog geen uurdienst (bij wijze van spreken). Met diep ‘gefronste wenkbrauwen’ en zeer zorgelijke gezichten begaven wij ons naar de informatie- en servicebalie op de luchthaven, uiteraard mét onze tickets. We legden ons probleem voor aan de baliemedewerkster. Nou heb ik nog nooit een IJslander of IJslandse in paniek zien raken en deze dochter van ‘Thor of Wodan’ verblikte dan ook geen moment. Zeer efficiënt en koelbloedig en met excuses werd ons een taxi ter beschikking gesteld. Er werd een hotel geboekt. Maaltijden en drankjes op kosten van de maatschappij én een excursie, gratis en wel naar de Vatnajökull, de grootste gletsjer van het land. Drie dagen vol pension met excursie helemaal gratis op IJsland en de mogelijkheid te telefoneren naar Los Angeles om het een en ander uit te leggen en dát mocht ik doen! Ik had moeite om niet in lachen uit te barsten. Ik deed het hele relaas zonder de ‘alcoholische versnaperingen’ teveel te ‘accentueren’ en mij werd gezegd daar ter plekke te blijven en een half uur tot een uur te wachten. Braaf deden we dat en ja hoor, na een ruime drie kwartier was er telefoon uit … neen, niet Los Angeles, maar uit Rotterdam, het hoofdkantoor.

Daar hadden ze het verhaal aangehoord én geverifieerd en aan de toonzetting begreep ik dat er te onderhandelen was. ‘IJzer moet je smeden als het heet is’ nietwaar?

Ik deed ons beklag over de gang van zaken en over onze penibele financiële situatie. Nou was dat best een beetje gechargeerd, maar dat kon de baas niet weten wel?

Pinautomaten en meer van dat spul waren nog niet ‘in zwang’ en over creditcards beschikte we toen nog nét niet. Personeelszaken zag best in dat er ‘over de brug’ gekomen zou moeten worden en binnen een uurtje of wat konden we een aardig sommetje IJslandse kronen af gaan halen bij een bank. Dat was nog niet alles. Onze reisbestemming werd veranderd. Los Angeles in de Verenigde Staten werd Vancouver in Canada. Na uren toch nog gewacht te hebben voordat alle papieren en tickets weer in orde waren en de andere waren ingeruild, konden we ‘frank en vrij’ IJsland gaan verkennen. Met aardig wat poen, hotelreservering op zak, gratis eten en drinken en dat voor 3½ dag!

We konden ons geluk niet op en zaten al grappen te maken hoe we dat de collega’s straks moesten wijsmaken hoe moeilijk we het wel niet gehad hadden.

Vatnajökull nabij Jökulsarlon

De (gratis) taxi naar het hotel stond al klaar en toen we na een kilometer of veertig de stad zagen liggen waren we verbaasd hoe mooi, kleurrijk, modern en schoon deze stad wel niet was. Een prima hotel in het centrum werd ons onderkomen voor 3 nachten.

De eerste dag hebben we ons lopen ‘vergapen’ aan deze prachtige ruim opgezette stad met vele, zeer vele houten gebouwen. Prachtige ruim voorziene winkels en een horecabestand wat je nimmer zou verwachten in een toch Scandinavisch land. Inderdaad waren de prijzen een stuk hoger dan bij ons. Maar om nou te zeggen dat alles onbetaalbaar was, nee dat viel ook wel weer mee. Opmerkelijk was het aantal boekenwinkels, zeker als je dat relateert aan de bevolking. Reykjavik zelf heeft amper 100.000 inwoners met nog eens 50.000 in de directe omgeving. Kun je nagaan hoe dunbevolkt de rest van het land is. Dat bemerkten we de volgende dag toen we met een soort van jeep over de aanvankelijk goede weg richting het oosten reden. Ik zeg “aanvankelijk,” want na een poosje veranderde de weg simpelweg in een sintelbaan of zoiets. Hetgeen de IJslandse chauffeur overigens niet hinderde in zijn snelheid.

Een machtig gezicht is het om zomaar ineens ‘rookpluimpjes’ uit de grond te zien komen, her en der. Bij een ‘stop’ zagen we borrelende bronnen die om de zoveel minuten gloeiend heet water opspoten, meters en meters hoog. Het water was zeker op kookpunt want onze chauffeur beweerde dat je in het water eieren kon koken. Wat hij bewees door de daad bij het woord te voegen.

Laugardalua Vallei

Onze IJslandse gids was zeer goed onderwezen in de geschiedenis van zijn land, dat overigens pas sinds 1944 onafhankelijk is van Denemarken. Hij beweerde bij ‘hoog en laag’ dat er volgens hem in de IJslandse bergen toegangspoorten waren naar het innerlijke deel van de aarde. Hij geloofde zelfs en dat geloofde de man werkelijk, dat er aan de binnenzijde van de aarde ook wezens woonden. Deze wezens zouden soms van tijd tot tijd en dan met name in IJsland deze zijde van de aardbol komen bezoeken.

In de vele boekhandels bleken er tientallen titels te bestaan met dit soort verhalen en daaraan gerelateerde onderwerpen. IJsland is rijk aan sagen en mythes. Ook Jules Verne lokaliseerde al een onderaardse toegang tot een ander ‘rijk’ ergens in IJsland.

Gelukkig speelde ons IJslandse avontuur af in de zomer en was het bijna 24 uur licht per dag. Maar ik zou er niet aan moeten denken daar te moeten verblijven als het bijna 24 uur donker is per etmaal. Daarom dat die IJslanders ook zo belezen zijn.Wat moeten ze anders doen? Alhoewel het IJslands een op zichzelf staande Scandinavische taal is, die trouwens in 700 jaar tijds amper veranderingen heeft ondergaan, spreekt zowat iedereen Engels, wat wel zo gemakkelijk is. Want van dat IJslands kan ik echt geen ‘chocolade’ maken. De levensstandaard is trouwens erg hoog te noemen en armoede heb ik er absoluut niet bemerkt, ook niet in de enige grote stad! Criminaliteit is zeer gering en gezien het een eiland is met een kleine bevolking kun je je daar ook wel wat bij voorstellen. In ieder geval zijn er weinig of geen burenproblemen qua geluidshinder, ruimte genoeg. Spoorwegen zul er je tevergeefs zoeken. Elk gezin beschikt dan ook minimaal over een auto en zelfs dikwijls twee.

Bossen zijn er niet en de paar bomen die er staan worden gekoesterd. Want het land ligt zo hoog dat je haast zou kunnen spreken van een poolklimaat en toch, toch is er geen poolklimaat en dit door de zogenaamde warme golfstroom waar IJsland van profiteert.

Iedereen maakt gebruik van de centrale verwarming die zo goed als gratis is vanwege de vele geisers die spontaan uit de aardbodem opborrelen en zodoende voor meer dan voldoende warmte en energie zorgdragen dan het land nodig heeft. Trouwens IJsland kent ruim 200 vulkanen en is geologisch dus wel een der meest interessante landen ter wereld.

Reykjavik (1)

De IJslanders zijn een nijver en bedrijvig volkje, doorgaans afhankelijk van de visvangst en alles wat daaraan gerelateerd is. Ook dankzij de warmtevoorziening staan er rond de ‘grote’ stad Reykjavik en ook bij andere wat grotere dorpen vele kassen waar men allerhande groenten en fruit kan verbouwen. Voor zover verder bekend heeft IJsland verder geen bodemschatten. Ondanks de lange strenge winters kent dit land een van de hoogste levensverwachtingen ter wereld en is de zuigelingensterfte een der laagste. Het uitgaansleven in de hoofdstad Reykjavik staat op een hoog peil evenzo het culturele leven. Tot zover wat algemene informatie over dit extreem mooie en boeiende land

Maar ik ga weer even verder met onze reis. Na ruim drie dagen van de ‘toerist uithangen’ en ons goed gedaan te hebben aan allerlei lekkernijen en drankjes. Toen was daar het moment dat we de ruim veertig kilometer weer per taxi gingen afleggen naar de luchthaven. Afscheid van het prachtige IJsland!

Daar stond eenzelfde soort vliegtuig klaar voor het vervolg van onze reis, nu naar New York waar we een paar uurtjes later aankwamen. Op de tickets stond geschreven dat de vervolgvlucht naar Vancouver ruim 2 uren later zou vertrekken. Helaas ook in het goed ‘geoliede’ vluchtschema van de Amerikaanse burgerluchtvaart gaat wel eens wat mis.

Met een bus werden we naar La Guardia Airport gebracht, een ander vliegveld in New York, iets dichter bij de stad. Hier echter bleek het toestel naar Vancouver, u gelooft het niet, toch ruim drie uren vertraging te hebben. Eenmaal in het vliegtuig kwamen we erachter dat er nog een tussenstop zou plaatsvinden op O’Hara International Airport in Chicago en ook deze tussenstop duurde langer dan was gepland. Uiteindelijk een ruime zes uren later waren we ‘door’ de douane op Vancouver International Airport en zochten naar een taxi om het cruiseschip te bereiken waar wij al bijna een week op hadden moeten werken. In de havengebieden aangekomen: … konden we nog nét de achterzijde van het schip zien wegvaren op haar weg naar haar volgende stop: Prince Rupert. Hemelsbreed een kleine 1.000 kilometer noordelijk gelegen van Vancouver. Toen werden we met z’n allen, echt heel, heel erg klein. We hadden alle pech van de wereld gehad, nou ja, pech. Het lag er maar aan vanuit welk standpunt je het een en ander bekeek. Het schip was intussen weg en met een roeibootje erachter aan was dus geen optie nietwaar? Wat te doen in zo’n geval? Je melden bij de scheepsagent zoals dat heet. Toen we daar ons verhaal gedaan hadden keek de man ons aan alsof we hadden verteld dat z’n vrouw ‘vreemd was gegaan met een ijsbeer’ en wij de ‘braafste kindertjes’ van de klas waren.

Reykjavik (2)

De grimas op de man z’n ‘snuit’ beloofde niet veel goeds. Ik stelde hem voor de luchthaven te bellen, waarop hij ons ‘fel’ toesnauwde dat hij daar in ieder geval mee zou beginnen. Mompelde nog wat over ‘drossen, deserteren, ongeoorloofd verlof, onkosten’ en weet ik wat voor lelijke woorden al niet meer. We werden bevolen in zijn kantoortje te blijven zitten totdat hij alles maar dan ook alles tot de bodem had uitgezocht. Af en toe kwam hij vanuit een glazen hok waar hij de Canadese telefoonmaatschappij zat te ‘spekken’ met ‘long distance calls’ om even iets aan ons te vragen. Bij de derde keer bemerkte ik een ‘omslag’ in zijn houding en hij werd gaandeweg vriendelijker. Tot het moment dat hij het privé-kantoortje weer uit kwam en ons toesprak: “Dames, heren, wat u is overkomen heb ik nog nimmer meegemaakt in mijn loopbaan. Ik zal er persoonlijk voor zorgen dat u op de beste en meest comfortabele manier in Prince Rupert komt voor het schip daar is gearriveerd.” Verder bood hij zijn welgemeende verontschuldigingen aan en nam ons eerst mee naar een goed restaurant. De goede man was ervan overtuigd dat we alle ontberingen geleden hadden die een mens maar zou kunnen beleven en dat we die dan ook daadwerkelijk hadden ondergaan.

Reykjavik (3)

Een copieuze maaltijd was het mét schitterend uitzicht op de baai en het tegenoverliggende eiland. Na enkele uren werden we door hem naar het kantoortje teruggebracht en daar lagen een paar telexberichten, faxen waren er nog niet.

Onze chef aan boord was geheel geïnformeerd, het hoofdkantoor was inmiddels van alles op de hoogte en de scheepsagent kreeg de opdracht ons niet naar Prince Rupert te vliegen. Een andere aflossing was al lang en breed aangekomen en had onze plaatsen ingenomen. Wij mochten wachten totdat de Alaska-cruise, want daar zouden we mee meegegaan zijn, ten einde was. Intussen konden wij nog eens 14 dagen op kosten van nu onze maatschappij overnachten in een redelijk hotelletje en kregen we een best aardige dagvergoeding voor eten, drinken en dergelijke. De scheepsagent was opgedragen om een en ander te regelen en er zorg voor te dragen. Hij betaalde ons ook een forse som geld cash uit voor de komende tijd en … vertelde ons wanneer we ons moesten melden in: … Los Angeles voor de volgende cruise. Bijna nog 14 dagen betaalde vakantie en een prachtige rit van Vancouver naar Los Angeles! Dat onze gage (loon) doorliep is vanzelfsprekend.

Na dit avontuur hebben we nimmer meer meegemaakt dat de maatschappij ooit nog maar eens gebruik gemaakt heeft van een ‘low-cost carrier’ (een goedkope luchtvaartmaatschappij). Het schijnt dat men een deal gemaakt heeft met onder andere de KLM voor dergelijk soort zaken. Voor ons was het de reis van het jaar. Echt het allermooiste was toen we eenmaal bijna drie weken later aan boord kwamen van ons eigen schip. Iedereen was vol spanning en bezorgd  geweest omtrent wat wij in die barre boze vliegtuigwereld allemaal niet hadden moeten ontberen. We begrepen al gauw dat we het maar zo moesten laten en niet al te uitvoerig over onze luxe reiservaringen moesten vertellen.

Men verwachtte nou eenmaal ‘harde bankjes’ op ongezellige luchthavens en koude nachten met een dekentje om al wachtende op een vliegtuig dat niet kwam opdagen. We lieten het maar zo. Alleen onze directe chef, die wist beter en ‘verkneukelde’ zich erin ons ermee te kunnen chanteren, zodat we wat minder aandacht, medeleven en gratis drankjes kregen van onze collega’s. Maar gelukkig wisten wij ook van zijn ‘escapades’ en andere gewoontes dus dat werd snel opgelost.

Al met al een onbetaalbare en onvoorspelbare vakantie en dat in werktijd nog wel. Maar terugkomende op IJsland: van harte ‘warm aanbevolen!’

Silvia Videler.

Reisverhalen: 40. ISRAËL, een ‘steen’ waar men zich aan stoot.

december 13, 2009 By: silviavideler Category: Reisverhalen

Zicht op de oude stad Jerusalem

Het land wat nu Israël heet is pas sinds mei 1948 een onafhankelijke staat en tevens de enige Joodse staat ter wereld. Voor alle omringende Arabische landen is Israël een ‘ettergezwel.’ Een stuk land wat volgens hun ideologie en religie hen toebehoort en niet de Joden.

Eeuwen lang is dit land, wat eveneens eeuwen Palestina genoemd werd, onder ‘bestuur’ geweest van de Turkse sultan. Pas na de ineenstorting van het Turkse sultanaat of wel het Ottomaanse rijk is het toenmalige Palestina onder Brits bestuur gekomen. Toen was Palestina onverdeeld in het huidige Israël + de zogenaamde Westbank + de Gaza en heel Jordanië! Dat alles samen vormde het ‘Britse Mandaatgebied Palestina.’ Gedurende de eeuwenlange Turkse overheersing was het land zogoed als onbewoond en onbewoonbaar en dát was nou nét de bedoeling van die Turken. Die probeerden elke vorm van bewoning af te remmen door onder meer een zogenaamde ‘boombelasting’ te heffen. Bomen die in een dergelijk klimaat onontbeerlijk zijn om het enigszins bewoonbaar en leefbaar te maken of te houden! Het oude Jerusalem was een eeuw geleden niet meer dan een klein ‘armtierig’ provincieplaatsje, bewoond door een ‘handvol’ orthodoxe Joden, wat Armeniërs, een ‘handjevol’ Christenen van divers ‘orthodox-pluimage’ en wat Arabieren. Men spreekt nóg in het hedendaagse Israël over de oude wijk in Jerusalem waar Arabieren van oudsher woonden als zijnde de Arabische wijk en niet van de Palestijnse wijk. De naam Palestijnen is pas na 1948 in ‘zwang’ gekomen. Er zijn überhaupt geen Palestijnen. Taalkundig overigens een woord wat direct is afgeleid van de Filistijnen, een volk wat zijn oorsprong op het vroegere Kreta zou hebben.

Jerusalem

Neen, de enkele Arabieren die er woonden waaronder de nomadische Bedoeïen waren en zijn niks meer of minder dan gewoon Arabieren en dus geen Palestijnen.

Arabieren die enerzijds zeker voor zover zij Moslim waren, woest werden toen de Verenigde Naties de Joden toestond een eigen ‘thuisland’ te vormen in een overigens heel klein deel van dat Britse mandaatgebied. Doch anderzijds waren zij, toen tenminste, best bereidwillig hun droge woestijngrond te verkopen aan de idealistische Joden die droomden er een ‘tuin’ van te maken. Nog geen 24 uur nadat de Verenigde Naties hadden toegestemd in een vrij en onafhankelijk Joods-Palestijns gebied, rukten de legers van de omringende Arabische landen op naar het kleine Israël om de net nieuwe staat in de ‘kiem te smoren.’ Dat had toen nog geen enkele economische of strategische reden. Neen, het was puur tegen de Moslimreligie dat een dergelijke staat het levenslicht zag. Een staat die eeuwenlang onder Islamitisch bestuur was geweest, hoe miserabel ook, mocht en mag volgens deze religie nooit ofte nimmer in handen vallen van ongelovigen, ofwel van niet-Islamieten.

Het ‘kleine handje vol’ Joden dat er ten tijde van de onafhankelijkheid reeds woonde wist toch ‘wonder boven wonder’ de van alle kanten komende aanvallen af te slaan en uiteindelijk te stoppen. Acht jaren later (in 1956) probeerden de Arabieren het opnieuw. Toen in 1967, met de zogenaamde zesdaagse oorlog was er wederom een serieuze poging van een overmacht van mensen en materiaal om de Joden te verpletteren. Het resultaat was dat de Israëliërs de oude stad Jerusalem geheel in bezit kregen. Daarvoor stond het oude stadsgedeelte mét de klaagmuur onder Jordaans bestuur. Het was de Joden ten strengste verboden daar ook maar één voet te zetten! Op Syrië veroverden zij de Golanhoogte en de oostkust van het meer van Tiberias en op Egypte veroverden ze de gehele Sinaï-woestijn. Ook op Jordanië veroverde Israël toen de Westbank ofwel: het oude Judea.

Straatbeeld Bethlehem

In 1948 had men het grootste gedeelte van het Palestijnse Mandaatgebied toen omgedoopt tot Jordanië. Ook Jordanië verkreeg onafhankelijkheid. Echte Bedoeïnen werden ‘geroepen’ tot bestuur van dit land en zo stamt ook de koninklijke familie van Jordanië van deze groep af. De honderdduizenden Arabieren die op de Westbank woonden en tot voor juni 1967 onder Jordaans bestuur zaten, kwamen nu direct onder Israëlisch bestuur.

Dat kon en kan niet volgens hun levensfilosofie en zij zullen er dan ook alles en alles aan doen, om: ten eerste een eigen staat te stichten die dus duidelijk Islamitisch moet zijn en geenszins seculier. Bovendien in tweede instantie is hun doel uiteindelijk om de Joden te verdrijven (de zee in, volgens door hun zelf gedane uitspraken) om zodoende het gehele land weer terug in bezit te nemen voor de Dar al Salaam* of te wel door en voor de Islamieten.

Vissers aan het Meer van Tiberias (Galilea)

Joden en Christenen kunnen er dan eventueel wel blijven wonen maar zij zullen zich dan moeten onderwerpen aan de Islamitische wetten en gezag en zelfs een speciale djizia-belasting betalen (kunt u zich het voorstellen, dat je buiten de gewone belasting wordt aangeslagen omdat u een bepaald geloof aanhangt?). Zij worden dan volgens de Koran gedoogd en getolereerd totdat … ja totdat!?

Dat de Joden op hun beurt na bijna twintig eeuwen van vervolging en antisemitisme dit nooit en te nimmer meer accepteren, staat buiten kijf.

Een andere zienswijze is en dan vooral bij de orthodoxe Joden dat dit land toebehoort aan God en dat zij er hooguit mogen wonen, maar er geen eigen staat mogen stichten. Pas als hun Messias zal zijn teruggekeerd, dan pas zullen zij als onderdanen van die staat het land erkennen. Feit is dat bijvoorbeeld veel hedendaagse ultra-orthodoxe Joden in Israël: A. Niet stemmen. B. Geen militaire dienstplicht vervullen en C. Zich aan allerlei openbare ambten onttrekken [en D. Wél van allerlei sociale voorzieningen genieten]. Maar dat geldt dan ook weer niet voor elke orthodoxe groepering. Een bekend Joods grapje zegt wel eens: zet tien Joden bij elkaar en je hebt 11 verschillende partijen.

Dode Zee

Maar we hadden het over de hernieuwde poging van de Arabieren en de zichzelf nu noemende Palestijnen om Israël van de kaart te vegen. In 1973, tijdens de Yom Kippoer oorlog, hebben de gezamenlijke Arabische legers opnieuw een poging gedaan en sindsdien door middel van allerlei aanslagen, zelfmoordaanslagen en terroristische activiteiten, probeert men Israël alsnog op de knieën te krijgen.

Ten tijde dat ik dit artikel schreef was er weer een nieuw soort van oorlog uitgebroken en wel tegen de Hezbollah, een Sjiietische terreurbeweging die zetelt in Libanon en vooral gesteund wordt door Iran en Syrië. Deze strijd en dan bedoel ik niet specifiek deze oorlog, maar de hele Joods-Islamitische strijd zal mijns inziens duren totdat er een ingrijpen komt van Hogerhand. Menselijk geloof ik absoluut niet dat deze strijd is op te lossen, dan wel dat er permanente vrede uit zal kunnen voortkomen.

Alhoewel ik zelf een gelovig Christen ben, verwerp ik elke vorm van dwang ten aanzien het geloof of welk geloof dan ook. Ongeacht uit welke hoek het komt of wie het een en ander dicteert. De mens is vrij om te geloven wat hij of zij wil. Ik ben er 100% van overtuigd dat we nimmer een ander, wie dan ook, vanuit religieuze of gelovige motivaties ergens toe mogen dwingen. Religies die dat niet willen of kunnen inzien, zoals de Islam, maar ook dat wat sommige verstokte en fanatieke Joodse groepen plegen te doen, daar wil ik mij verre van houden.

Grotten van Qumran

Zo werd ik ook zo geïrriteerd toen ik via Schiphol naar het schitterende Israël vloog en dan ongewild geconfronteerd werd met o zo religieuze mensen die hun mond vol hadden over hun aanstaande reis naar het ‘heilige land.’ Israël is een land met steden, dorpen, fabrieken, zaken, gevangenissen, slechte, aardige, lieve en kwade mensen, net als overal en is beslist geen: ‘heilig land!’ Ja, heilig in de werkelijke zin des woords. Heilig betekent niks meer dan ‘apart gezet zijnde’ (van de rest). In die zin: Ja! Maar dát bedoelen ze niet en dat is zelfs nu op dit ogenblik ook in het geheel niet aan de orde in deze tijd. Israël is in principe in dit tijdsgewricht een staat zoals alle anderen en de staat Israël wil op dit moment ook niet anders behandeld worden.

Nazareth

Wat wel apart is, maar geenszins heilig, dat zijn de bijzondere plaatsen die je kunt bezoeken en vinden in Israël, waar de geschiedenis je als het ware om elke hoek in de ogen kijkt. Bijvoorbeeld het schitterend gelegen Meer van Tiberias, ook wel de Zee van Galilea genoemd, is ronduit magnifiek. Deze ligt daar waar de synagoge van Kafarnaüm heeft gestaan en waar Jezus heeft gepredikt en het toenmalige Joodse volk heeft toegesproken. Ja, dat kan voor velen een aparte ervaring zijn.

Overigens en dat is helemaal niet religieus ingegeven, verre van dat. Maar lekkerder zwemwater dan daar heb ik nog nergens anders gevonden. Onbeschrijfelijk eigenlijk, amper enkele tientallen kilometers naar het noorden en je begeeft je op de Golanhoogte waar de berg Hermon zich bevindt onder een laag sneeuw! Dan enkele tientallen kilometers naar het zuiden en je staat in de woestijn van Judea vlak bij de Dode Zee. Het diepste en laagst gelegen punt van de gehele aarde! (minus 395 meter beneden de zeespiegel gelegen!). Die Dode Zee, waarvan vermoedelijk in het zuidelijke gedeelte de restanten zich moeten bevinden van de vroegere plaatsen Sodom en Gomarra. Dat gedeelte droogt in rap tempo op. Er is zelfs al een natuurlijke dam ontstaan midden door die Dode Zee, wat eigenlijk een groot heel erg zoutwatermeer is.

Dat zuidelijke gedeelte droogt dus steeds meer op. Archeologen zijn er nu druk zoekende naar allerlei overblijfselen van die steden én met succes! Blijkt die oude bijbel toch weer gelijk te hebben. Vreemd is dat aan de randen van de Dode Zee de laatste jaren steeds meer spontaan bronnen ontstaan die goed en zoet water opborrelen. Sommigen zelfs op een afstand van amper honderd meter van de kust! Aan het noordelijke gedeelte van die steeds minder zout wordende zee vindt u het beroemde gebied van Qumran. Waar in 1949 de befaamde rollen zijn gevonden waaruit onder andere bleek dat de bijbel die zoals we nu kennen, althans het oude testament, door de eeuwen heen bijna ongeschonden aan ons is overgeleverd, qua tekst. Met dank aan de Hebreeuwse Masoreten en de geduldig schrijvende monniken.

Golan Hoogte

Jerusalem de hoofdstad, met nu al bijna een miljoen inwoners is een absolute ‘must’ voor elke Israëlbezoeker. Denk echter niet dat de oude stad die men u laat zien, die stad is waar Jezus en Zijn discipelen hebben geleefd en rondgelopen. Die stad is in 70 na Christus volledig verwoest. Echter op de puinhopen en fundamenten van die stad heeft men eeuwen later weer een nieuwe stad gebouwd en dié stad kunt u nu gaan bekijken.

Dát Jerusalem is verdeeld in vier wijken. Een Arabische, een Joodse, een Armeense en een Christelijke wijk. Ook vindt u daar de zogenaamde Via Dolorosa, de weg naar waar men van zegt dat Jezus Christus die gelopen zou hebben met zijn kruis tot de plaats van executie. ‘Lariekoek,’ maar prachtig voor goedgelovige toeristen die alles ‘slikken.’ De werkelijkheid is, dat veroordeelden toen hooguit met een soort van balk, in optocht onder hoon en spot gebracht werden naar de executieplaats en daar werden de veroordeelden aan het hout geslagen. Veelal een boom, later door de Romeinen inderdaad als een vorm van een soort kruis gebruikt maar dan eerder in een T-vorm.

Tunnel naar Gush Etzion, op de achtergrond: een nederzetting

Maar laten we er geen semi-theologisch verhaal van maken. Jerusalem is heden een best gezellige stad met vele terrasjes en leuke eethuisjes. Verwacht er geen uitbundig uitgaansleven. Natuurlijk, er zijn leuke ‘stekkies,’ ook discotheken maar als je daarvoor naar Israël gaat, bezoek dan Tell Aviv aan de kust. Een moderne bad- en kustplaats, maar ook handels- en industriestad. Een wandeling over de beroemde Dizengoff, de ‘Kalverstraat’ van Tell Aviv mag u zeker niet overslaan. U waant zich in een grote westelijke en moderne stad en dat is het dan ook!

Deze stad is in wezen ‘gloed en gloed’ nieuw. Het nabijgelegen plaatsje Jaffa is de oude en uit bijbelse tijden nog bestaande havenstad van het toenmalige Israël en latere Palestina. Deze plaats of intussen stadsdeel van Tell Aviv is relatief erg klein en voornamelijk leuk om te bezoeken voor de oude rommelmarkten, die er dagelijks worden gehouden. Je verwacht er ‘Sam en Moos’ elk moment tegen te komen met wat handel! Het zuiden van de staat Israël wordt als een soort van ‘puntzak’ op de kaart afgebeeld en bestaat uit bijna geheel woestijn. Zij het dat men intussen duizenden en duizenden hectaren veranderd heeft. Dit dankzij irrigatie, in bloeiende katoen en groentetuinen.

De hoofdstad van het zuiden is Beer Sheva. Voor de onafhankelijkheid een onooglijk dorpje waar Bedoeïenen hun kamelenmarkt hielden en nu een grote stad van bijna 250.000 inwoners. Toch kunt u nog steeds op diverse plaatsen in de Negev woestijn Bedoeïnen tegenkomen met hun traditionele zwarte tenten, die van binnen bekleed zijn met tapijten. Let wel op als u echt vriendelijk bent jegens deze zeer hartelijke en gastvrije mensen, dat het gevaar groot is dat u wordt genodigd de maaltijd mee te genieten en u een geitenoog als hun ‘toppunt’ van delicatesse krijgt aangeboden. Smakelijk eten zou ik zeggen. Maar ik heb een boekje voor dit soort gelegenheden met voor mij ‘medisch verboden zaken,’ “ha ha!” (eigen fabrikaat trouwens!).

Bahai Tempel – Haifa

Eilat in het diepe, diepe zuiden is een geval apart. Het ligt aan de kust van een uitloper van de Rode Zee. Supermodern en zeer in trek bij diepzeeduikers. Er is alleen één nadeel: wat kan het er bloed- en bloedheet zijn! Met name dan voor die orthodoxe Joden in hun zwarte pakken! Onbegrijpelijk. Overigens kun je dat ook zeggen van de dikwijls in allerlei gewaden geklede Islamitische vrouwen. De mannen daarentegen hebben voor zichzelf in deze geen beperkingen opgelegd! Overigens in Eilat kom je weinig tot geen Islamieten tegen. De meeste mensen die je daar tegenkomt zijn gewone Israëlieten en de duizenden vakantiegangers afkomstig van overal.

De zogenaamde Palestijnse gebieden zoals Gaza zijn toeristisch in het geheel niet interessant. De mooie stranden zijn verlaten, want de Islam kent geen strandcultuur en de Gazastrook is nou eenmaal erg gevaarlijk voor westerlingen. Overigens er is weinig tot niets echt interessants te zien. Wat betreft de Westbank is dat natuurlijk geheel anders. Hebron de stad van de aartsvaders, is zeer bezienswaardig. Echter gezien de militante houding van enerzijds de Arabieren (Palestijnen) en anderzijds de paar honderd strijdlustige en orthodoxe Joden die er wonen, maken de stad niet meer tot een plezierig oord.

Dat kun je ook zeggen van Bethlehem, de plaats waar Jezus geboren is. Diverse religieuze groepen ‘vechten’ om de juiste plaats en maken er in wezen een compleet ‘circus’ van. Maar ook hier is het weer de goedgelovige toerist die alles ‘slikt,’ terwijl het wel vaststaat dat Hij in die omstreken is geboren maar geenszins kan men de plek écht meer aanwijzen.

Netanya

Ook deze toeristische ‘hotspot’ is door de ‘schermutselingen’ lang niet meer de toeristische trekpleister, met z’n honderden stalletjes koopwaar, die het geweest is. Het is slechts een kwartiertje van Jerusalem, maar u mist er weinig aan als u het niet gezien heeft. Dat geldt ook voor de oudste stad ter wereld, naar men zegt: Jericho. Daar zijn best wel wat interessante plekken te zien. Onder andere een heel oud klooster tegen de bergen ‘aangeplakt.’ Maar ook daar kan men nu beter wegblijven.

Wat jammer is, is het feit dat de 3e stad van Israël zó onbekend is bij de gemiddelde Nederlander én Europeanen. Dat is Haifa, een ‘stokoude’ en mooi aan de kust gelegen havenstad. De berg Karmel, ook bekend uit de bijbel, ligt in de onmiddellijke nabijheid en midden in de stad vindt u de tempel van de Ba’ Hai, een uit de negentiende eeuw in het toenmalige Perzië opkomende sekte, die een of andere vorm van universaliteit in religies predikt. U moet de oude weg en niet de autosnelweg nemen als u dan vanuit Haïfa langs de kust gaat rijden naar beneden tot aan Tell Aviv. U passeert dan een der mooiste badplaatsen van Israël Natanya, maar eerst komt u dan Qesari tegen, het oude Caesarea! Alleen echte ‘cultuurbarbaren’ rijden dan door. U dus niet, naar ik mag hopen!

Haven van Caesarea

Nog even wat algemene gegevens: Israël heeft slechts een grootte van 20.770 vierkante kilometer. Ietsjes meer dan de helft van Nederland. Toch is het de meest ontwikkelde en vooruitstrevende staat in de hele regio. Van de ruim 6½ miljoen inwoners zijn er 80% Joods. De rest bestaat uit Arabische Moslims, een ‘handjevol’ Christenen en een paar tienduizenden Druzen. Israël is een zeer westers georiënteerd land en het prijspeil is dan ook echt westers. De wegen zijn prima, met zelfs diverse goede en brede autobanen. Alleen die Israëlische chauffeurs, dat lijken soms wel kamikazepiloten. De criminaliteit is behoudens in de bezette gebieden beslist niet erg hoog te noemen.

Wel moet u voorbereid zijn op vele controles, tassencontroles als u bijvoorbeeld een grote winkel of warenhuis binnengaat. Ook als u een groot hotel wilt binnenlopen. Gaat u rijden op de Westbank, met een huurauto, reken er dan op dat u regelmatig oponthoud heeft bij de (vele) controleposten. Israël doet er alles aan om de vele aanslagen die in het verleden al gepleegd zijn, voor de toekomst tot een minimum te beperken, maar slaagt daar vooralsnog niet helemaal in en die controles zijn dan de ‘tol’ die iedereen, zij het overdrachtelijk, moet betalen.

40_15

Theater van Caesarea

Israël is een der kleinste landen ter wereld. Met velerlei soorten klimaat. Inwoners van over heel de wereld afkomstig, met allen slechts een doel: een veilig thuis te vinden en te behouden in een wereld die de Joden veelal niet gunstig gezind zijn geweest. Met dit laatste druk ik me heel voorzichtig en diplomatisch uit. Ik wens ze mede daarom van harte: “Shalom!” Echte vrede. Doch ook de Arabieren en zij die zich Palestijnen noemen, ook hen wens ik veel inzicht en een waarachtig Salaam toe.

Silvia Videler.

Reisverhalen: 39. Amerika, of: The United States of America.

december 13, 2009 By: silviavideler Category: Reisverhalen

Een nieuwe indeling van de foto’s zal zo spoedig mogelijk plaatsvinden!

“The Highwaymen” Kris Kristofferson – Johnny Cash – Waylon Jennings – Willie Nelson

Als subtitel zou ik deze bijdrage eigenlijk willen geven: “You love it or you hate it!”  Ik doe het beide!

Ja, ik hield haast onvoorwaardelijk van Amerika. Vele tientallen malen ben ik er geweest en heb ik zelfs er een poosje gewoond. In de jaren 1967 tot en met 1974 was ik meer in Amerika dan in eigen land en de pakweg tien jaren daarna kwam ik er toch haast wel jaarlijks een lange vakantie doorbrengen. Ik kan mij het een en ander nog goed herinneren halverwege de jaren zeventig. Ik was al getrouwd, woonde rustig in Nederland en alles ging eigenlijk wel goed. We gingen maar weer eens een tocht maken in ‘the States’ zoals wij pleegden te zeggen en net voor we moesten landen op John F. Kennedy International Airport in New York moest het vliegtuig op z’n beurt wachten om te mogen landen.

Dat ging dan met wat rondcirkelen boven New York gepaard en vanwege het prima weer had ik vrij uitzicht over de stad. De stad waar ik zoveel had meegemaakt, zoveel had rondgestruind en die ik zelfs kende tot diep in de achterafbuurten én chique buurten aan toe. Ik had moeite om mijn ‘waterlandertjes’ in bedwang te houden uit pure emotie. Zó hield ik van die stad en van dat land. In 1976 bijvoorbeeld, tijdens het Bicentennial (200-jarig bestaan van de U.S.) heb ik die dag, de 4th of July, uitbundig meegevierd op de Mall in Washington DC. Ik voelde me één met al die bijna een miljoen trotse en nationalistische Amerikanen die daar bijeengekomen waren om dit spektakel luister bij te zetten. Helemaal te gek werd het toen onder andere Johnny Cash optrad en enkele ballades ten gehore bracht. Als één man stonden ‘plotsklaps’ de bijna één miljoen bezoekers aan dit evenement op en juichten de man toe. Dan gaat er echt iets door je heen!

In the U.S. voelde ik me totaal vrij en wel in alle opzichten! Ik gaf vrienden en kennissen in Nederland wel eens een voorbeeld, vooral zij die wisten dat ik voor mijn toenmalige werk ook weleens in het Oostblok bivakkeerde.

Ik gaf dan altijd als voorbeeld: “Kijk,” als ik in Moskou of Kiev rondloop dan had ik het gevoel dat achter elke lantaarnpaal wel een geheim agent stond die mij en mij alleen in de gaten wilde houden. In Nederland had ik dat gevoel dat ze om de vijf lantaarnpalen stonden en in de U.S. had ik ‘t gevoel dat niemand me in de gaten hield! Hoeveel lantaarnpalen er ook te vinden waren. Hoe fout bleek mijn voorbeeld later te zijn! Maar ja, dat was later!

Monument Valley, Navaja Tribal Park – Utah

Tijden, landen én mensen veranderen en om de een of andere reden kwam het er niet meer van om nog eens naar de ‘States’ te reizen. Pas eind jaren negentig en begin 2000 ben ik er weer eens een paar keer geweest.

Natuurlijk was ik me bewust van diverse veranderingen. Zowel politiek als economisch. Ik had inmiddels ook vernomen dat de vermeende ‘vrijheid’ in de ‘States’ toch wel erg ingeperkt was geworden. Ook al het feit, zoals uit de cijfers bleek, dat de ‘States’ de meeste gedetineerden huisvestte, naar rato natuurlijk, ter wereld. Dit gaf en geeft te denken. Dat dit getal alsmaar toeneemt en ook dat de wetten steeds draconischer worden is mij eveneens niet ontgaan. In 2001, toen ik nog even de Niagara Falls en New York bezocht heb, hebben we besloten nimmer meer naar de ‘States’ op vakantie te gaan. Of het moet zijn dat we er wellicht ooit nog eens heen moeten voor zaken of iets dergelijks, maar voor ons plezier? Neen, die tijd is geweest!

Ceasar’s Palace – Las Vegas

Grand Canyon

Niet dat ik al zijn maatregelen en politiek veroordeel, zeker niet, maar de manier waarop ene G.W. Bush het gepresteerd heeft door middel van twijfelachtige verkiezingsuitslagen het presidentschap te bemachtigen heeft mij ook al aan het denken gezet.

Geenszins zal men mij ooit (kunnen) verwijten een vriend van de fundamentele Moslims te zijn, noch dat men mij ooit zal verwijten ook maar enigszins sympathieën in die richting te hebben. Maar wat de ‘States’ nú doen en zeker na het nog immer in raadselen gehulde gebeuren van 9/11, ‘daar zakt je de broek toch echt wel van af.’ Om het dan maar eens erg ‘plastisch’ en duidelijk uit te drukken.

Sint-Helens Bridge

Sears Tower

De rol van ‘politieagent’ van de hele wereld bevalt mijns inziens de huidige regering van de ‘States’ een beetje té goed. Neem alleen maar hoe men onderdanen van bevriende naties, zoals Nederland en de rest van West-Europa behandelt als men aankomt op bijvoorbeeld de voornaamste luchthaven van New York. Nou zijn douane en immigratiemedewerkers nergens en nooit mijn beste kameraden geweest, maar de behandeling die je je hier moet laten welgevallen slaat werkelijk alles. Zelfs al heb je tussen je paperassen papieren die toch op zijn minst zouden kunnen doen vermoeden, dat men zeker niét met een vijand te maken heeft! De behandeling is ‘honds’ en gaat de grens van ‘het nog net te accepteren’ verre te boven.

The Arch – St. Louis

Capitol Hartford – Connecticut

De laatste jaren zijn mijn ogen echter open gegaan ten aanzien van de Amerikaanse samenleving en heus niet alles is slecht, verre van dat. Echter de individuele vrijheid die Amerika toch altijd zo ‘hoog in het vaandel’ had staan voor ieder individu, wordt steeds meer en meer opgeofferd aan het ‘hogere’ belang, welk dat dan ook maar moge zijn.

Zeker het justitiële systeem gaat een richting uit die wij al lang kennen, maar dan vanuit de geschiedenis. Met name vanuit de Romeinse geschiedenis. Niet dat bijna alle ‘Courthouses’ (rechtbanken) qua bouwstijl in de Grieks-Romeinse stijl zijn opgetrokken of gebouwd. Neen, ook het systeem als zodanig gaat steeds meer en meer die richting uit. Kei- en keihard, met weinig tot geen mededogen en compassie. Draconische strafmaten en doodstraffen die ‘te pas’ en ‘te onpas’ worden uitgesproken, zeker als het niet-blanke, armere en kansarme verdachten betreft. Het o zo Christelijke Amerika hanteert steeds en steeds meer het ‘oog om oog’ en ‘tand om tand’ principe. Alhoewel zeker meer dan de helft van de bevolking zich positief en/of ‘wederomgeboren’ Christen noemt en derhalve zou moeten weten wat ‘genade’ is, constateren we een steeds meer meedogenloos vervolgingsbeleid. Ik kan mij met een dergelijke harde samenleving niet meer identificeren!

Colorado State Capitol – Denver

Capitol – Washington

Amerika is ook het land van uitersten. Door middel van het internet wordt dat ook steeds duidelijker. Enerzijds zó conservatief, zó puriteins, zó behoudend en zogenaamd Christelijk en langs de andere kant vind je de meest gore en misselijkmakende sites als zijnde van Amerikaanse origine.

Het meest was ik ooit geschokt door een bericht vanuit een regionale krant ergens uit de zogenaamde Bible Belt van de States (het zuiden), waarin het ging om een nog vermeende verdachte die een aanranding en moord zou hebben gepleegd. Later bleek dat de verdachte totaal onschuldig was! Een lid van de groep waar de aanklager toebehoorde had al geroepen: “Tell him about Jesus and put him on the chair” (vertel hem over [het Evangelie] van Jezus Christus en zet hem dan op de elektrische stoel!).

Dit toenemende kortzichtige en veelal bij republikeinen voorkomend gedrag veracht ik in hoge mate.

Skyline of Seattle

Old Faithful Geyser in Yellowstone Park

Amerika en de Amerikanen hebben ook in hoge mate een soort van amusementwaarde voor mij. Als je een groep Amerikanen ontmoet of zelfs een alleenstaande Amerikaan, dan is het eerste wat hij/zij vraagt: “Waar kom je vandaan?”

Alleen al aan het antwoord kun je enorm veel plezier beleven. Spreek je goed Engels en zelfs met een juiste Amerikaanse tongval en je antwoordt: “Holland!,” dan is de kans erg groot dat je opponent meteen reageert met: “Michigan?” Wel en dat gewoon omdat er een stadje, Holland genaamd, in de staat Michigan ligt. Heeft hij/zij echter door dat je echt uit Europa komt dan is de kans groot dat hij weet te vertellen dat hij ook in Kopenhagen of Brussel is geweest. Er zijn er die zelfs weten dat Amsterdam de hoofdstad is van Nederland (Holland), maar die weten dan ook iets meer van de ‘vrije’ drugs en de dames achter de ‘red lights’ (rode lichtjes).

State Capitol in Cheyenne – Wyoming

Downtown – Santa Fe

Waarmee ik maar wil aangeven dat de kennis van de geografie (aardrijkskunde) bij de gemiddelde Amerikaan abominabel is. Überhaupt vind ik de algemene ontwikkeling van de gemiddelde  gestudeerde Amerikaan erg slecht. Laat staan de gewone ‘Jan met de pet’ ofwel het Amerikaanse equivalent gebruikend: ‘Joe Six-Pack’ (zes flesjes bier in een pakje of kartonnen houdertje). Echter op zijn/haar vakgebied, oef, dan kunnen wij er weer ‘een puntje aan zuigen!’ Dan overtreffen zij vaak onze kennis van zaken in veel gevallen. De gemiddelde Amerikaan is erg goed in zijn/haar vak en zéér gespecialiseerd, maar daarbuiten is het niveau (veelal) bedroevend laag.

Arizona Desert

Souvenirverkoop door Indiaanse vrouw bij Monument Valley

Een ander aspect wat ik met ‘lede’ ogen heb moeten gadeslaan is het bijna ontbreken van een sociaal vangnet. Mét de Amerikaanse overheid ben ik het helemaal eens om iedereen gelijke kansen te geven en ontplooiingskansen of mogelijkheden. Ook ‘Free Enterprise’ is mij uit het hart gegrepen. Maar wat te doen met mensen die minder begaafd zijn, of zij die in omstandigheden zijn opgegroeid die niet zo veelbelovend zijn? Dat dan gezet tegenover een maatschappij waarin een gedegen sociaal vangnet ontbreekt en je het dan alleen moet hebben van Charity! (liefdadigheid). Dan ligt de weg naar een langdurig verblijf in een van de duizenden ‘gevangenisfabrieken’ voor menigeen wagenwijd open. Die ‘gulden’ middenweg, dié ontbreekt in dat land en ik ‘vrees met grote vreze’ dat ons landje dezelfde kant op gaat.

39_18

Colorado in Spring – Aspen

Town Hall Nederland – Colorado

Toch is de ‘States’ ook echt het land van de onbegrensde mogelijkheden. Rijk zijn of rijk worden is geen ‘vies woord’ en de mogelijkheden dit te bereiken zijn er volop! Alhoewel de bureaucratie ook daar toeslaat, maar toch nog stukken en stukken minder, dan aan deze kant van de oceaan. Een van die kanten van dit vrije, van dit uitdagende aspect van de ‘States’ is dat men net zo gemakkelijk een nieuw bedrijf opzet, dan dat men een nieuw huwelijk aangaat. Men verhuist dan ook net zo simpel als dat men hier eventueel een andere auto aanschaft.

Skyline – Dallas

Skyline – Little Rock

Toch nog even terugkomend op die eerste ontmoeting met een gemiddelde Amerikaan, die na te vragen waar je vandaan komt, het niet lang voor zich kan houden om je te vragen wat je doet (voor werk) en … en dat vooral! Hoeveel je verdient? Want die verdienste is wel erg maatgevend voor een Amerikaan. Ze zijn er zelf ook erg open en relatief eerlijk over.

Zo ging ik eens verhuizen van mijn min of meer bedompte appartementje in de Greenwich Village in New York naar het wat luxer en meer in aanzienstaande Bloomfield (New Jersey). Een typisch Amerikaans stadje ‘onder de rook’ van een grote stad en bijna uitsluitend bewoond door forensen. Binnen de kortste keren had ik een ‘lading’ uitnodigingen en ik hoefde maar een ‘kick’ te geven van wat ik tekort kwam in mijn huisraad en het stond al op de stoep voor mijn voordeur. Kijk, dat is ook Amerika!

Maar ik had het grote voordeel van het feit dat ik blank was, niet echt arm, redelijke opleiding genoten had, redelijk Engels sprak, niet tot een seksuele minderheid scheen te behoren, van pakweg 8.00 tot 18.00 uur braaf weg was en dus aan het werk. Ik kleedde mij redelijk netjes en een beetje conservatief. Dat moest wel voor mijn werk! en ‘most of all:’ Ik had enkele boeken in mijn verhuisdozen, waaruit bleek dat ik wellicht ook nog eens een lid van een der plaatselijke kerken zou kunnen worden. Dús ik was geen ‘Liberal of communist.’ Kortom, ik paste in het gewenste ‘plaatje.’ Ja, dan zit je goed daar in de ‘States!’ “Gebakken” zou ik zeggen! Want zelfs met een verhuizing komen de nieuwe buren je helpen. Gevraagd of ongevraagd! en kijken net als wij o zo graag in je spulletjes.

RSA Tower in Montgomery

French Quarter – New Orleans

Dat doet me ineens weer denken aan een voorval, jaren en jaren later. We waren al lang gesetteld in Nederland. We hadden een boekenwinkel en toen de ‘kriebels’ weer eens opkwamen voor een vakantie gingen we opnieuw naar de ‘States.’ Ditmaal naar Florida, heerlijk met een huurauto vanaf New York lekker langzaam afzakken tot de ‘Sunshine State.’ Een prachtig gebied, meren en moerassen en Disneyland niet te vergeten. Ook Cape Canaveral, de lanceerbasis voor de Amerikaanse raketten bij uitstek en nog veel meer.

Nederland in Texas

Downtown – San Antonio

San Antonio (1)

San Antonio (2)

Op de terugweg en reeds op de luchthaven werden we geconfronteerd met een heel vreemd gegeven. Alle, maar dan ook alle vluchten naar Europa werden gecancelled. Gelukkig vlogen wij niet met de KLM, want dan hadden we met een gratis kopje koffie de hele nacht in de vertrekhal moeten doorbrengen. Neen, wij werden keurig middels een stencil geïnformeerd doch verzocht om in te checken en de benodigde spullen in de handbagage te doen. Dit om een extra nacht in een nabijgelegen hotel door te brengen nabij het luchthavencomplex. Dit alles op kosten van de luchtvaartmaatschappij en we werden met een bus naar het Hilton hotel gebracht. Niet bepaald het soort hotel dat ik regelmatig frequenteer, alleen al om de ‘gepeperde’ rekeningen. Daar kregen we een maaltijd aangeboden en een lading coupons voor gratis drankjes. Een perfecte service. Aan een van de grote tafels waar het diner werd opgediend ontmoetten we een echt Amerikaans stel. Man, vrouw en twee kinderen. Aardig gesprek mee gehad en hij bleek psychiater te zijn en zou naar België gaan en wel naar Geel. Toevallig wist en weet ik dat men al jaren en jaren in Geel een bijzonder soort zorg aanwendt ten aanzien van psychiatrische patiënten. Die verblijven namelijk onder auspiciën van het ziekenhuis bij particulieren thuis. Dat ‘fenomeen’ wilde de Amerikaanse psychiater eens van nabij bestuderen.

Tower of the Americas – San Antonio

Chicago (1)

Chicago (2)

Het feit dat ik van dit ‘fenomeen’ toevallig op de hoogte was intrigeerde de man in hoge mate en wilde alles van me weten en alles wat ik hierover te vertellen had. Zoals het vaak gaat met Amerikanen werd deze ontmoeting afgesloten met het uitwisselen van kaartjes en de ‘toezegging’ en uitnodiging eens langs te komen. Ik deed ‘driftig’ mee. Gaf mijn kaartje en zei hem dat mijn (toenmalige) woonplaats op amper 1½ uur gaans van Geel lag. Voor Amerikaanse begrippen dus echt net om de hoek!

Downtown – Seattle

Yellowstone National Park

Mount Rushmore

Weken later. Ik was het hele voorval al weer lang vergeten. Het was op een zaterdagmiddag en ik kwam om een uur of vier mijn winkel binnen gelopen. Eigenlijk om langzaam af te sluiten, de  kassa op te maken en me voor te bereiden op ’t heerlijke komende vrije weekend. Een winkelmeisje kwam naar me toe en zei me dat er een telefoontje was geweest van een Amerikaan en dat hij op mij wachtte bij een restaurant in de buurt van het station.

Ze had zijn naam opgeschreven, maar die naam zei me vooralsnog helemaal niets. Mobilofoons had je nog niet en ik stapte dan maar in mijn auto om richting station te rijden en was best wel nieuwsgierig wat en wie ik daar aan zou treffen. Dat konden er namelijk velen zijn. Toen ik het betreffende restaurant binnenstapte herkende ik de psychiater gelijk, mét vrouw en de twee ‘kids.’ Hij lachte van ‘oorlel tot oorlel’ en wij hadden twee nachten vier logees! Kijk, dat gebeurde dan in Nederland maar het was wél uitermate volgens de Amerikaanse normen van gastvrijheid!

Salt Lake City

Las Vegas (1)

Las Vegas (2)

De meest ‘gekke’ en leuke tocht die we ooit in de ‘States’ gemaakt hebben was de zogenaamde ‘kust tot kust reis’ en weer terug. Vanaf New York via Washington, Virginia, Kentucky, Missouri, Oklahoma, Texas, New Mexico, Nevada tot aan de kust in Californië en dan langs de noordroute terug. Via Nevada, Utah, Wyoming, Nebraska, Iowa, Illinois, Indiana, Ohio, Pennsylvania en New Jersey tot we weer in New York terug waren.

De ‘company’ die ons een auto had verhuurd heeft er wellicht nóg spijt van. ‘No mileage’ stond er op de folder (onbeperkte kilometers!). Nou, dat hebben ze geweten!

Die ‘kar’ kon gelijk naar de ‘handel’ volgens mij. Ruim 13.000 kilometer hadden we ermee ‘gejakkerd.’

Aspen

Santa Monica

De autohuurprijzen in de ‘States’ zijn een stuk goedkoper dan hier in Europa en ook de brandstof was zeker tijdens die reis alleszins betaalbaar en is zelfs nu nóg stukken lager dan bij ons. Ook de vele motels die we onderweg genomen hebben waren niet te duur en tjonge jonge, wat een service! Elke kamer had minimaal 2 supergrote tweepersoonsbedden. ‘King Size’ heet dat daar. Met het huidige prijspeil moet u dan denken aan een 50 tot 75 dollar per kamer! Ja, per kamer en niet per persoon! Wilt u het nog voordeliger? Boek, of ga dan naar de Motel-6 keten of iets dergelijks. Goed, schoon én supervoordelig. Maar voorafboeken is bijna nooit nodig. Het bekende teken buiten bij haast elk motel: ‘Vacancy’ of  ‘No Vacancy’ is duidelijk genoeg (plaats of geen plaats). Maar zelfs een stadje van amper tienduizend inwoners heeft al gauw een motelletje of tien en wellicht zelfs meer!

Venice Beach

Walk of Fame – Hollywood

De gastvrijheid van de Amerikanen is soms overweldigend. Deze reis maakten we met zes personen. Mijn schoonouders waren door ons ook uitgenodigd en nog een vriend van ons en onze dochter. Nou als je met zes personen bent dan verwacht je toch niet zo gauw alle zes even uitgenodigd te worden bij mensen die je toevallig ontmoet, om bij hen thuis je opwachting te komen maken. Mis! Je bent in de States! “So what?”… zes mensen, geen probleem! en mee eten! en niet te weinig! “Kijk, dat is óók Amerika!”

Chinese Theatre – Hollywood

Afgezien van het prachtige natuurschoon en de ongeëvenaarde Rocky Mountains heb ik het meest genoten in het ‘knettergekke’ Las Vegas. Dé gokstad bij uitstek.

Men zegt dat de maffia alle casino’s in handen heeft, maar dat mag dan wel zo zijn, ik heb me er uitermate veilig gevoeld en in menig casino in Nederland hangt een meer ‘lugubere’ sfeer dan daar. We zouden vier dagen blijven in Las Vegas en ik moest en zou gaan gokken. Echter alleen op de slotmachines en niet het ‘wilde’ werk op de speeltafels. Ik had honderd Dollar gereserveerd voor dit ‘werk’ en geen cent meer. In tegenstelling tot de Nederlandse gokmachines die slechts een gering deel van de inbreng uitbetalen gaat dat in Las Vegas wel even wat anders. Men ‘adverteert’ met 98% uitbetaling en soms wel meer. Nu ben ik nooit zo gelovig geweest ten aanzien van advertenties en reclame maar hier ging ik het geloven. Vier dagen en wel zeker enkele uren per dag ben ik bezig geweest en ondertussen dat je speelt krijg je gratis drank! en dát helpt. Ideetje voor Holland-Casino?

Music Box Steps, Laurel & Hardy (1) – Los Angeles

Music Box Steps, Laurel & Hardy (2) – Los Angeles

Die vier dagen hebben me opgeleverd: 4 dagen eten en drinken voor 6 personen. Voor 4 dagen een goed motel (3 kamers!) plus bij het verlaten van Las Vegas een volle tank benzine en alles bij elkaar heeft me dat € 78,- gekost. Dan ben ik nog de onvergetelijke showavondvoorstelling vergeten met een topartiest in een der betere hotels: Ceasar’s Palace, die we met z’n allen hebben bijgewoond.

De ‘kneep’ van het gokken in Nevada, waar elk gat op zijn minst een casino heeft, zit ‘m in het feit dat je amper verliest met die gokkasten en dus ook een goede kans maakt op een relatieve winst. Máár eenmaal verslingerd aan de tafels en je wordt ‘geknipt én geschoren!’ Dus kassa! en dat dus meestal niet voor u!

El Pueblo (1)

El Pueblo (2)

Schitterend is de tocht vanaf Las Vegas door de Dead Valley. Het heetste en warmste stukje van de ‘States,’ vervolgens dwars door Californië naar het tot de verbeelding sprekende Los Angeles.

Natuurlijk een stad met óók wolkenkrabbers, maar bovenal een stad met zoveel laagbouw en zo uitgestrekt dat er geen einde aan lijkt te komen. Het fameuze Hollywood is ogenschijnlijk slechts een volledig ingebouwde wijk in dit immense stedelijk gebied.

Het nabij gelegen Santa Barbara geeft je het idee dat iedereen daar miljonair is en ondanks dat moet je toch keurig op je beurt wachten bij de vele plaatselijke McDonalds!

Beverly Hills (1)

Beverly Hills (2)

San Francisco is ‘the place to be!’ Helemaal te gek en dan niet alleen vanwege de unieke tramwegen die de oude stad doorkruisen en nog met oeroude kabels worden getrokken, zij het onder de grond. San Francisco is meer, veel meer. San Francisco is de meest on-Amerikaanse stad van de ‘States.’ Veel cultuur, veel geschiedenis, heel, heel veel invloeden van allerlei soorten volkeren. De gay-cultuur is hier echt ‘open en bloot’ en dat in tegenstelling tot de rest van de ‘States.’ Visliefhebbers kunnen terecht op de Fisherman’s Wharf, de oude vissershaven met heel veel restaurantjes en leuke kroegjes. Dat het uitgaansleven hier op een hoog peil staat zal ook niemand verbazen.

Los Angeles (1)

Los Angeles (2)

Los Angeles (3)

Op de terugweg zijn we nog een paar dagen in Salt Lake City geweest, de hoofdstad van de staat Utah en het hoofdkwartier van de Mormonen met hun aparte religie en dito tempel.

De nabij gelegen zoutvelden zijn eveneens een unicum. Je kunt er gigantische snelheden ontwikkelen met je auto en nog eens legaal ook! Want autorijden is een echt probleem in de ‘States.’ Prachtige wegen, zeer goed onderhouden, zeer breed en veilig bovenal. Maar die maximale toegestane snelheden! Die zijn mijns inziens echt te gek. Neen absurd. Meestal 55 miles per uur. Dus nog geen 95 kilometer per uur! Soms is het om gek van te worden. Temeer daar de wegen soms geheel leeg en verlaten zijn. Maar je weet nooit waar er een sheriff of andere wetsdienaar staat te wachten om je te pakken.

Palm Springs

Nog even wat algemene feiten: Men denkt soms dat Amerika één grote ‘eenheidsworst’ is. Nou dat is het absoluut niet! New England, het noordoosten is een zeer welvarende en erg Engels aandoende streek. Je vindt hier onder andere de grote en bekende steden als Boston en dé universiteitsstad Hartford. Een prachtig middelhoog bergachtig gebied met een open en vriendelijke bevolking. Het zuiden daarentegen is wat terughoudender en conservatiever. Die echte zuidelijke staten waar het racisme helaas nog steeds ‘onderhuids’ leeft, zijn qua natuur niet echt spectaculair en op Atlanta na, de hoofdstad van de staat Georgia, amper het bezoeken waard. De countrymuziekliefhebber moet zeker naar Nashville, de hoofdstad van de staat Tennessee. Dagelijks zijn daar voorstellingen, kosten een ‘schijntje’ en zeker in de Grand Ole Opry kun je menig bekend artiest tegenkomen.

Joshua Tree National Park (1)

Joshua Tree National Park (2)

Chicago, een miljoenenstad gelegen aan het Michiganmeer, een echte binnenzee waar je de andere zijde echt niet van kunt zien, is een stad met karakter en geschiedenis.

Denver, een miljoenenstad, gelegen in de hoge Rocky Mountains, weinig authentieks maar een lustoord en zeker voor hen die de wintersport een warm hart toedragen. Aspen is maar een half uurtje daar vandaan!

CNN-Center, Atlanta – Georgia

Als u echt van natuur houdt en ruig landschapschoon dan is een rondrit in noordwestelijk Amerika wellicht uw ‘pakkie an.’ De grote steden Seattle en Portland zijn sowieso al anders dan andere Amerikaanse steden. Die op enkele uitzonderingen na wel erg op elkaar gelijken en het landschap aldaar in die noordwesthoek zal u nooit vergeten. Kom in gesprek met de ‘locals’ en u hoort nog van vergeten diersoorten, monsters waar die monster (tjes) van Loch Ness in Schotland maar een kleintje bij vergeleken is of zijn.

Geboortehuis Martin Luther King, Atlanta – Georgia

De Verenigde Staten van Amerika zijn onafhankelijk sinds 1776. Op dit moment de machtigste staat van de aarde en hebben wel een nationale schuld van: zie volgende regel! $ 8.622.536.957.473,- (Dollar).

Skyline Seattle vanaf de Space Needle

Op het moment dat dit gegeven voor u ligt en in ‘druk’ is zal het al weer met miljarden vermeerderd zijn! Nog niet zó lang geleden was dit nog € 0,00! Dan bedoel ik ver na de Tweede Wereldoorlog! Het land heeft bijna 300 miljoen inwoners en is ongeveer 253 maal zo groot als Nederland. Sinds kort telt Amerika ruim 6 miljoen Moslims en dit getal is fors stijgende.

Grand Ole Opry – Nashville

Evenzo veel Joden en dit getal is dalende. Ruim 61% is Protestant/Evangelisch en 25% is Katholiek. Van de oorspronkelijke bevolking, de Indianen zijn er nog maar slechts een kleine 3 miljoen over. Bijna 70 % is blank en de rest is of zwart of behoort tot de zogenaamde Spaanstalige/Zuid-Amerikaanse bevolkingsgroepen. Voornamelijk zijn dat de Mexicanen en economische vluchtelingen uit het gehele Caraïbische gebied en de rest van Zuid-Amerika. De laatste jaren neemt de U.S. weer een gelimiteerd aantal emigranten aan. Deze komen echter vanuit alle windstreken en de huidige wetten, zeker ten aanzien van rassen zijn dan ook minstens zo ‘scherp’ en streng als hier. Officieel mag en kan er geen sprake meer zijn van discriminatie. Nu nog de praktijk om deze wetten echt te effectueren, maar dan in het Zuiden!

Silvia Videler.
Fotografie: Manfred Wittenbols.

Reisverhalen: 37. Vlaanderen en Wallonië,

december 13, 2009 By: silviavideler Category: Reisverhalen

eh … ja, ze noemen ‘t ook wel België!

Stadhuis Antwerpen

Eerst een stukje geschiedenis:

De naam België is al van vóór onze jaartelling. Het is afkomstig van een bevolkingsgroep genaamd: de Belgae, oorspronkelijk tot de Galliërs behorend. Die Belgae waren woonachtig vanaf de Franse rivieren, de Seine en de Marne, tot aan de Ardennen en de kust van de Noordzee. Van oorsprong waren het Kelten die deels vermengd waren met Germaanse landverhuizers. De grootste volksstam waren de Bellovaken, die konden een ruime 100.000 krijgers op de been brengen!

De Semois in de Ardennen, bij Bouillon

Die woonden in de streek van het hedendaagse Franse Beauvais. Dan had je nog de Nerviërs, die hun stek hadden in de buurt van de Sambre. Dan nog de Aduatuken die rond de streek van Luik/Tongeren woonden. De Remen  kwamen uit de streek van het Franse Reims en de Suessionen waren afkomstig van het tegenwoordige Franse Soissons, dan nog de Atrebaten die waren thuis in het nu Franse Artois, dan de Morienen die de kust bij Boulogne bevolkten en bijna als laatste had je de stam der Menapiërs, die daadwerkelijk tussen de Schelde en de Noordzee woonachtig waren. Met nog twee kleine stammen als ‘hekkensluiters’ zijn de Ambianen en de Veromanduërs nog te vernoemen. Samen vormden deze stammen ongeveer een derde van alle Galliërs in het toenmalige Europa en met name deze Belgae waren de ‘schrik’ van menig Romeins veldheer. De andere Galliërs boden veel minder weerstand. Maar om deze oude stammen van het volk der Galliërs die zijn opgegaan in het hedendaagse Frankrijk en Wallonië nu Belgen te gaan noemen gaat mij een ‘streep’ te ver. Al deze volkeren tesamen telden nog geen miljoen mensen, zuigelingen en ouderen inbegrepen. Zij woonden in dat hele grote gebied vanaf wat we nu kennen als Parijs, het vroegere Lutetia (dit voor kenners van de klassieken zoals Asterix!), tot ongeveer aan de huidige taalgrens van België. Feit is dat de Galliërs/Kelten de Walen als nazaten mogen rekenen en de later binnengekomen Germaanse stammen mogen de Vlamingen als hun nazaten/erfgenamen beschouwen. Het woord België is taalkundig gezien een vernederlandste naam van diverse stammen van Keltisch/Gallische oorsprong, die men de Belgae noemde.

Luik

België (Vlaanderen):

Op een oppervlakte van slechts 30.510 vierkante kilometer (dus 20% kleiner dan Nederland) leven een kleine 10,4 miljoen mensen, waarvan bijna 7 miljoen Vlamingen.

De Franssprekende minderheid heeft dus de naam aan dit land gegeven en heeft zeker tot 1960 alle politieke en economische beslissingen naar zich toegetrokken.

Zij waren dan ook sinds de onafhankelijkheid van Nederland in 1830 dé politieke, economische en dominante factor, alhoewel getalsmatig zij altijd in de minderheid zijn geweest. Gelukkig zijn de Vlamingen zich de laatste decennia steeds meer en meer bewust geworden van hun bijdrage aan ‘s lands economie en zij laten zich dan ook steeds minder gezeggen door de Walen. Alhoewel de Franstaligen, in Vlaanderen; de Walen genoemd, zich nog steeds met ‘hand en tand’ verzetten tegen elke maatregel die hun invloed zou kunnen beperken, verliezen zij steeds meer en meer terrein. Niet zozeer wat betreft grondgebied. Neen dat ligt vast in gemaakte wetten, maar wat betreft zeggenschap en economische inspraak. Toch is de ‘verdeelsleutel’ nog steeds in het nadeel  van de Vlamingen. De Walen zien graag alles ‘fifty-fifty’ verdeeld worden. Maar met een verhouding van 6,5 die staat tot 3,5 is dat moeilijk meer waar te maken. De laatste jaren echter ziet men het verschijnsel steeds meer dat Walen, noodgedwongen weliswaar, om puur opportunistische redenen Vlaams gaan spreken. Het werd verdorie tijd!

Alhoewel er blijven van die hardnekkige Walen die al zou de wereld vergaan, verrekken om ook maar één woord Vlaams te spreken.

Brussel is en was een apart geval. Van oorsprong een puur Vlaamse stad die echter pas halverwege de 18e eeuw en zeker in het begin van de 19e eeuw, sterk is verfranst. Nog niet zozeer de gewone bevolking die verfranst werd, maar dan toch wel de bestuurders, de ambtenarij en de meer kapitaalkrachtigen. Dat de rest na verloop van tijd ging volgen, spreekt voor zich. Gelukkig zien we heden toch weer een kentering, nog niet grootschalig, maar het begin is er. Steeds meer Nederlandstalig onderwijs wordt er gegeven en steeds meer Vlamingen vestigen zich aan de rand van Brussel én in tegenstelling tot vroeger blijven zij nu meer en meer Vlaams spreken.

Gildehuizen Grote Markt – Antwerpen

Ook een woordje omtrent het Belgische koningshuis. Ten tijde van de onafhankelijkheid (1830) hebben de toenmalige Europese machten de ‘werkeloze’ en adellijke Leopold von Sachsen-Coburg ergens uit Duitsland weggehaald en men gaf hem zowaar een goed betaalde job als koning van het nieuw gevormde koninkrijk België. Natuurlijk vergde dat van de goede Duitssprekende man eerst wel wat studie: zoals taal, geschiedenis en aardrijkskundelessen enz. enz. Want hij had geen enkele binding met dat nieuwe gevormde land. Maar in 1831 had Europa en dankzij wat nu België heet er dus weer een ‘vorst’ bij.

Dat deze ‘koninklijke’ familie zich engageerde met de rijke en heersende klasse van die tijd en dus al gauw ‘francofoon’ werd (Franstalig) liet zich uiteraard der zaak gemakkelijk raden. De Franse taal was in die jaren dan ook de taal der adel en van de diplomatie. Zelfs als je de tegenwoordige leden van de koninklijke familie Nederlands hoort spreken gaan ‘je tenen spontaan krom in de schoenen trekken.’ Alhoewel gezegd mag worden: Albert, de huidige koning, heeft veel huiswerk verricht.

Onze-Lieve-Vrouwekathedraal – Antwerpen

Vlaanderen, ook wel genoemd de Zuidelijke Nederlanden, is voor de vakanties een meer dan geweldig gebied. Niet groot, gemakkelijk bereikbaar, je kunt je er goed verstaanbaar maken en toch … zo totaal anders dan het calvinistische ‘stijve’ en overgereglementeerde Nederland. Waar vind je in Europa op zo’n klein gebied zoveel verscheidenheid? Van strand, polders, heuvels, bossen, heide en eeuwenoude stadjes en steden. Sommigen zelfs vanuit de tijd der Romeinen. Maar dan ook nog met authentieke gebouwen uit die tijd. Steden als Gent en Brugge zijn uniek te noemen in Europa en zijn tot in alle werelddelen bekend. Middeleeuwse bouw nog zó authentiek en zó onaangeroerd dat het werkelijk een unicum is. Busladingen met Japanners, Chinezen, Amerikanen en Australiërs ziet u er aan en af rijden. Maar naar verhouding, o zo weinig Nederlanders. Toch is het slechts 2 tot 3 uren rijden vanaf uw voordeur!

Het Koninklijk Paleis van Brussel

Daarnaast niet te vergeten de eveneens schitterende plaatsen zoals Ieper, Oudenaarde, Mechelen, Lier en Aalst zijn nog zeer authentieke middeleeuwse steden. Dan de vraag: “Waar kun je zo gezellig uitgaan als in Vlaanderen?” Nergens toch! Met vrienden van mij was ik een keer verzeild geraakt in het oude en mooie stadje Oudenaarde, iets ten zuiden van Gent. We hadden een hotel geboekt en waren er al vroeg in de middag aangekomen met als plan eerst het stadje te gaan bekijken, lekker te dineren en daarna heerlijk aan de ‘boemel’ te gaan. We hadden de halve markt nog maar overgelopen, toen we een schitterend pandje zagen, zo oud, zo mooi en tegen een oude kerk ‘aanhangend.’ Het bleek ook nog eens een café te zijn!  Ja, toen was de keuze gauw gemaakt, maar toch even van binnen bekijken! Er zaten drie mannen aan de toog en een jongeman aan een tafeltje die zijn huiswerk zat te maken. Zijn gitaar lag naast hem op de lange bank die over de hele lengte van de kroeg doorliep.

Lakenhalle, Belfort en Sint-Maartenskathedraal – Ieper

Een opmerking van mij over de ideale combinatie van huiswerk maken en tegelijkertijd in de kroeg te zitten, deed al gauw een prettig en amicaal gesprek ontstaan. Niet veel later kwam zijn vriend, ook een student binnenlopen. Ook deze had een muziekinstrument bij zich. Een van mijn vrienden vroeg of er nog meer orkestleden te verwachten waren, of dat ze nu gelijk al voor ons gingen spelen. Belgische pintjes werken altijd prima als ‘smeermiddelen,’ maar ook zonder deze heerlijke Oudenaardse biertjes hadden ze het beslist ook gedaan. Ze gingen beiden spelen voor ons. Het ene lied na het andere werd ten gehore gebracht. Oude Vlaamse ballades en moderne songs van de hitparade werden afgewisseld met echte klassieke nummers. Het werd een feest, ongekend en dat duurde tot acht uur in de avond. Het was de honger die ons deed besluiten er een ‘punt achter te zetten.’ Want het kroegje had gelijk in het liedje wat vader Abraham zingt, niet veel meer te bieden dan een ‘hard gekookt ei.’ Om te eten dan wel te verstaan. Overigens was het een kroegje met het zuiverste bier ooit gedronken. Kom daar eens om ‘boven de rivieren’ in (H)olland!. Stap daar een kroeg binnen en ga eens zitten. Je kunt wachten tot je een ‘ons’ weegt voor je tot een goed gesprek komt. Zeker in de streken waar ik nog steeds woonachtig ben, in het noordoosten van Nederland.

In Vlaanderen daarentegen ben je in een ‘mum’ van tijd niet een van de gasten, neen, je wordt direct opgenomen in het geheel en een ‘tourneeke’ (rondje) is net zo vanzelfsprekend als een ‘beetje zout op datzelfde ei’ uit die vorige kroeg.

Stadhuis Oudenaarde

De Vlaming is terecht trots op zijn land en trots op zijn geschiedenis. Want waar je ook komt in Vlaanderen, de geschiedenis ligt voor het oprapen. Overal vind je de kerken en kathedralen van eeuwen- en eeuwenoud. De marktpleinen zijn nergens zo goed onderhouden en bewaard in de stijl van toen als hier in Vlaanderen en dat tot in Brussel, de hoofdstad van Vlaanderen, toe. De Vlaming heeft oog voor het mooie, voor het goede en voor het lekkere en is tegelijkertijd verknocht aan zijn geboortestreek.

De honderden, neen duizenden restaurantjes die veelal allemaal minstens één ster verdienen vind je er te ‘kust en te keur.’ Want diezelfde Vlaming houdt van het ‘goede leven’ en dat laat hij graag merken. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland, gunnen zijn buren hem of haar dat goede leven best. Zij kunnen dat namelijk heel goed begrijpen omdat ze hetzelfde nastreven. Je ziet dat aan hun huizen, die min of meer ‘vrij’ gebouwd mogen worden zonder allerlei lastige commissies en bouwvoorschriften die de Nederlandse kneuterigheid zo kenmerken. Niks van dit alles in Vlaanderen. Leven en laten leven en genieten is het devies. Gelukkig ook met oog voor het zwakke, voor de minderbedeelde en voor de ouderen. De Vlaamse ziekenhuizen en bejaardenoorden kunnen niet alleen in kwaliteit wedijveren met die van Nederland maar zeker ook in service. Zelden of nooit hoor je van mensonterende toestanden in Vlaamse bejaardentehuizen.

Brug over Dijle aan de IJzerenlaan – Mechelen

De vriendelijke bejegening (in een ziekenhuis) én die gepaard gaande met de nodige humor die ik ooit eens ondervonden heb toen ik nog in de buurt van Antwerpen woonde. Dat was voor Nederlandse begrippen meer dan ongewoon. Ik meldde me daar eens nadat ik door een hond was gebeten. Waarschijnlijk een ‘Waalse hond,’ want hij moest me echt niet! Maar ik wist dat je na een beet een tetanusspuit moest gaan halen, anders kon zo’n beet kwalijke gevolgen hebben. De verpleegster die me opving vroeg al gelijk: “Amai, die had goesting zunne. Was ‘t ’n grote hond?” Ik antwoordde: “Ja, eentje met unne dikke nek en z’n baasje was van hetzelfde soort” (in Vlaanderen staat een ‘dikke nek’ voor iets of iemand die het hoog in z’n bol heeft).

Basiliek van Scherpenheuvel

Na mijn spuitje en een verbandje vroeg de dienstdoende arts gekscherend of dié hond het overleefd had (ik was nog al fel en boos), maar met een gulle lach! Een kwartier later zaten we samen aan de overkant van het ziekenhuis een pint te drinken! Kom daar eens om in een Nederlands ziekenhuis?

Door mijn jarenlang verblijf in Vlaanderen heb ik het Vlaams natuurlijk aardig onder de knie gekregen en pas na heel lang kan men soms horen, dat ik toch niet uit de streek afkomstig ben. Wel, dat heeft zo zijn voordelen. Vooral als je met Hollandse vrienden of kennissen op stap bent in Vlaanderen. De grappen zijn dan soms niet van de lucht. Nederlanders maken of maakten, want je hoort ze niet zoveel meer, nogal wat grappen over de Vlamingen. Bedenk echter wel dat de Vlamingen er meer kennen over de Hollanders dan wij over hen.

Stadhuis – Lier

Een voorbeeldje wil ik toch graag even noemen:

Scherpenheuvel is een Vlaams bedevaartplaatsje waar het nogal eens druk is met bedevaartgangers, voornamelijk kroegbezoekers! Scherpenheuvel werd eens opgeschrikt, jaren terug toen in Vlaanderen nog met de Frank werd betaald en in Nederland nog met de oude vertrouwde Gulden. Dus vóór Zalm, zeg maar!

Wel het gebeurde dat opeens de pastoor van de kerk van Scherpenheuvel helemaal verdwaasd de trappen van zijn kerk af kwam lopen. Het hoofd vuurrood aangelopen en hij struikelde ‘bijkans’ over zijn rokken (toog). Toevallig waren er enkele journalisten van de Gazet van Antwerpen en Het Laatste Nieuws aanwezig, alsmede van de toenmalige BRT. Wel dat trof. Die gingen onmiddellijk op de pastoor af en ‘roken’ als het ware nieuws. De eerwaarde was bijna buiten adem en bracht in ‘horten en stoten’ uit dat er een groot mirakel was gebeurd in zijn kerk. Wel, iedereen ‘bloedje’ nieuwsgierig en men vroeg de pastoor wat er gebeurd was. De pastoor schudde het hoofd en dankte de hemel dat hij ‘dit’ nog had mogen meemaken. De aanwezige perslui werden nog nieuwsgieriger en drongen erbij de pastoor op aan te vertellen wat er dan toch wel gebeurd was. Met een groots gevoel voor dramatiek en heel plechtig stak de pastoor zijn handen diep in zijn zak en haalde een munt naar boven. “Hier zie” zei hij, “Hier zie, overtuig uzelf en bezie het mirakel, eene echte Hollandse gulden in d’n offerblok gevonden. Mijn God dat ik dat nog heb mogen meemaken!” Dat de kranten die dag met een extra editie uitkwamen en alle nationale zenders onderbroken werden voor een extra nieuwsuitzending laat zich natuurlijk raden!

Kijk zo’n grap gaat er bij de Vlamingen in als ‘koek!’

Toegangspoort Begijnhof – Lier

Waar een Vlaming zich terecht het meest aan ergert zijn die Hollanders die denken dat als ze eenmaal in België zijn, ze dan Frans moeten gaan spreken. Toen ik nog in Brussel werkte, in mijn studententijd aan het benzinestation, maakte ik het mee dat Nederlanders soms de weg kwamen vragen en dat dan in hun beste schoolfrans. Benzine tanken deden ze waarschijnlijk thuis om de gratis zegeltjes niet mis te lopen! Als ik ze dan in keurig Nederlands terug antwoordde, wel, dacht u dat ze dan blij waren of verheugd?

Begijnhof – Lier

Neen hoor, ik heb het meegemaakt, met sommigen, die gingen stug in het Frans door! Dan ga je dus over naar het plaatselijke, in dit geval het onbegrijpelijke Brusselse dialect. Want u dacht toch zeker niet dat ik ‘ollanders’ in Brussel in het Frans te woord zou staan nietwaar? “Jamais!” Dat Brussels is een ware mengelmoes van plat Frans (Waals) en plat Vlaams. Schaakmat! Als die ‘ollanders’ dát dan ineens horen. “Heerlijk,” dan heb je ze plat! Want dat moet wel gezegd worden. Elke plaats, elke streek heeft zijn eigen dialect en dat kan al van dorp tot dorp aardig verschillen.

Sint-Niklaas – Grote Markt

Jammer dat zovele Nederlanders dit mooie land alleen maar kennen als een stuk goed verlichte autoweg tussen Nederland en Frankrijk in. Met misschien iets teveel reclameborden langs de weg. Wat missen die toeristen toch veel. Met 120 kilometer per uur razen ze langs het mooie oude Antwerpen. Musea: ‘te kust en te keur.’ Een sprankelende uitgaansbuurt die drie keer zo groot is als de grootste Nederlandse pretbuurt. Winkels met unieke gebruiksvoorwerpen, ‘Einmalig!’ Ja, Amsterdam heeft zijn P.C. Hooftstraat als exclusieve winkelstraat. Antwerpen daarentegen heeft een heel centrum wat exclusief en uniek is. Of langs Mechelen, sinds de laatste renovatie in de eeuwenoude binnenstad, kunt u er zo een film gaan ‘schieten’ en thuis vertellen dat het opgenomen is in de 16e eeuw. Neem anders het Begijnhof te Lier of de Grote Markt van Sint-Niklaas, een der grootste ter wereld.

Sint-Petrus-en-Pauluskerk – Oostende

Proef de sfeer eens op de zondagen en dan met name op een van de vele terrasjes van Oostende aan de kust tot en met Maaseik in Limburg toe. Is het u al eens opgevallen? Bijna nooit herrie, ruzie of narigheden. Neen, niet dat Vlaanderen geen misdaad kent, helaas ja, daar ook, maar in ieder geval stukken minder dan in Nederland. Het respect voor gezag en politie is er nog aanwezig en dat merk je juist ook op de scholen.

Brugge

Het is niet voor niets dat de scholen in de grensstreken ‘uitpuilen’ van de Nederlandse studenten. Niet alleen door de betere opleidingen dat velen de Belgische scholen verkiezen boven de Nederlandse. Het is ook de attitude, het gedrag en de wellevendheid die op een stukken hoger niveau liggen dan dat men heden ten dage bij ons gewend is. Bladzijdes zou ik nog kunnen en willen vullen om u de schoonheid van de Vlaamse steden te beschrijven, de oergezellige ‘stammineekes’ en de verfijnde keukens van de vele restaurants. Doch het is de sfeer, de droge humor, de Bourgondische levensstijl en het vrije gevoel, wat Vlaanderen maakt wat het is en dát wat het onderscheidt van Nederland én van Frankrijk én van vele andere landen.

Dweerstraat – Brugge

De Vrijdagmarkt – Gent

Gent

Het is dan ook niet voor niets dat de Vlaamse grensplaatsen elke zondag, weer of geen weer, overbevolkt zijn met … juist ja,  Nederlandse ‘dagjesmensen’ en die komen al jaren niet meer om die eens zo goedkope shag of sigaretten. Noch om die lekkere chocolade, zelfs niet meer om dat heerlijke Vlaamse of zelfs Waalse pintje (toegegeven, veel biermerken zijn afkomstig uit Wallonië). Neen, ze komen om de ‘open, losse, frank en vrije sfeer’ en gemoedelijkheid. Dat is het wat Vlaanderen tot het meest unieke landje van Europa maakt. Lach ze gerust uit die Vlamingen, om hun taaltje, om hun eigenaardigheden of om hun vermeende domheid. Maar ze hebben het beter voor elkaar en dat in menig opzicht dan wij en financieel zeker! De Brabanconne, het Belgische volkslied kent haast geen enkele Vlaming, maar de Vlaamse Leeuw daarvoor gaan ze in de houding staan net als voor hun kampioenen op de fiets of in het stadion. Want sportief ja, dat zijn ze alleszins.

Silvia Videler.

Reisverhalen: 36. INDONESIË, een archipel met wel 13.677 eilanden.

december 13, 2009 By: silviavideler Category: Reisverhalen

Ouderen kennen het nog als ‘ons’ voormalig Nederlandsch Oost-Indië met als hoofdstad Batavia. Van mijn moeder heb ik het rijtje nog geleerd dat zij uit haar hoofd moest kunnen opdreunen op school: Celebes, Borneo, Sumatra, Java, Bali, Lombok, Soemba, Soembawa, Flores, Timor, Buru, Seram, Halmahera en de grote en kleine Kei-eilanden.

Dat waren en zijn dan ook de voornaamste eilanden van dit zich over meer dan 5.000 kilometer uitstrekkende rijk. Dat is overigens een achtste deel van de omtrek van de aarde! De namen van veel eilanden zijn intussen veranderd. Celebes is Sulawesi geworden en Borneo heet vandaag de dag: Kalimantan.

Het tegenwoordige Indonesië heeft er in 1956 het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea gemakshalve er ook maar bij ingepikt. Een gigantisch groot gebied wat zich kenmerkt door een vreselijk heet en vochtig klimaat. Heel erg dun bevolkt door voornamelijk Papoea’s en die trouwens net zoveel gemeen hebben met de doorsnee Indonesiër dan een Noor met een gemiddelde Tanzaniaan.

Djakarta

Langs de andere kant heeft Indonesië toch een klein stukje grond moeten prijsgeven, zij het onder zware internationale druk. Het oostelijke gedeelte van het eiland Timor was al vier eeuwen lang gekoloniseerd door de Portugezen. Dit gedeelte van Timor is dan ook na een felle strijd in 2002 onafhankelijk geworden en kan zich tegelijkertijd rekenen tot de allerarmste staten van de wereld. Het heeft amper 800.000 inwoners, zonder goede infrastructuur en echt volledig afhankelijk van buitenlandse hulp. De voor meer dan 95% Rooms-katholieke bewoners zijn een mengeling van Maleiers en Papoea’s. Opvallend is dat na de onafhankelijkheid zich zeker 200.000 Indonesiërs gevestigd hebben in het nu onafhankelijke Oost-Timor! Een mijns inziens politieke en religieuze ‘move’ van de eerste orde!

Terug naar ons hoofdonderwerp: Het volledige tropische Indonesië is een vulkaanachtig land met zeer veel bossen (oerwoud) en alle eilanden zijn zeer bergachtig.

Java is niet het grootste eiland en is wat betreft oppervlakte kleiner dan Sulawesi, Kalimantan en Sumatra. Maar dat Java is onbetwist het aller voornaamste eiland. Java is het absolute ‘hoofdeiland’ met daarop ook gelegen de hoofdstad Djakarta, waar alle kantoren en ministeries zijn gevestigd. Ook zijn er fabrieken en vestigingen evenals banken van allerlei grote wereldconcerns. Van de voormalige hoofdstad Batavia is weinig meer te zien op wat oude bouwwerken na. Nu het Djakarta genoemd wordt kan deze stad zich zeker meten met die andere zuidoost Aziatische megasteden. Exact is het niet bekend maar de schattingen lopen uiteen tot ongeveer tien miljoen inwoners in deze ene stad alleen al. Oppervlakkig bekeken is het een welwarende, drukke en vol met wolkenkrabbers gebouwde stad. Maar bovendien vind je hier ook nog de kampongs (soort dorpen), wijkjes eigenlijk met ieder een eigen kamponghoofd of leider. Wijken met veel mensen, alles naast elkaar gebouwd, in de breedte en niet in de hoogte. Dat in tegenstelling met de binnenstad en de vele zakenwijken waar de torenhoge gebouwen als ‘paddestoelen’ uit de grond schieten en die deze kampongs steeds meer dreigen op te slokken. Zo ontstaan aan de rand van de stad weer nieuwe kampongs. De mensen moeten toch ergens blijven nietwaar. Ondanks dat Indonesië een groot land is met veel grond is de regering zich er terdege van bewust dat het relatieve kleine Java te overbevolkt is. Men probeert daarom een spreiding van de bevolking aan te moedigen, dikwijls door middel van subsidies en premies.

Jongen in sloppenwijk – Djakarta

Toch is men daarin ook redelijk beperkt want niet alle grond is geschikt voor grote concentraties mensen. Het ‘moordende’ klimaat van het met tropisch oerwoud overdekte grote Kalimantan is alleen aan de randen (kusten) bewoonbaar. Slechts een generatie geleden waren er op Kalimantan nog maar 4 plaatsjes van enige betekenis.

Nu zijn deze plaatsjes inmiddels uitgegroeid tot grote steden en dit gaat mede ten koste van de flora en fauna op dit zeer tropisch eiland. Ooit zullen de Indonesiërs hopelijk eens gaan inzien waartoe deze eigenmachtig gecreëerde volksverhuizing zal leiden en dan ook nog de roofbouw die er wordt gepleegd in de oerwouden, ten koste van het tropisch hardhout. Dat dit een zware wissel trekt op de habitat van de nu nog vele orang-oetangs (mensapen) zal duidelijk zijn.

Op Java zijn afgezien van Djakarta nog een groot aantal miljoenensteden zoals het mooie en oude Bandoeng, het prachtige Soerabaja en dan nog Semarang. Het tot de verbeelding sprekende Jogjakarta en de wat minder bekende steden als Malang en Surakarta.

Hét grote probleem van Indonesië is de verscheidenheid van de vele volkeren. Naast de officiële taal, het Bahasa Indonesia spreekt men nog maar eens meer dan 250 andere talen. Je mag er dus vanuit gaan dat er evenzo vele volkeren zijn. Java, het zogenaamde hoofdeiland, telt trouwens 45% van de hele bevolking en is daarmee dichter bevolkt dan het al zo dichtbevolkte Nederland.

Kalimantan

De politieke elite van West-Java heeft de grootste moeilijkheden met de bevolking van Noord-Sumatra (Atjeh) en die van Irian Jaya, het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea. Deze groepen streven nog steeds naar onafhankelijkheid, maar ook andere bevolkingsgroepen zoals de Molukkers (Ambonezen) is de wens voor vrijheid bij hun ook nog steeds luid te horen.

Ver voor de jaren van de kolonisatie bestond het vroegere Indonesië uit een groot scala van zelfstandige koninkrijkjes en sultanaten.

Ook zijn er de al jaren durende onlusten tussen de overgrote massa van Moslims en de kleinere Christelijke bevolkingsgroepen. Christenen op Sumatra en zeker die op Sulawesi hebben vaak te lijden van de steeds fanatieker wordende Moslimgroepen en de daarbij behorende repressie. Maar ook Java en de Molukse archipel hebben met deze religieuze twisten steeds meer en meer te maken.

Natuurlijk was Indonesië al eeuwen geleden overgegaan tot de Islam. Echter pas de laatste tientallen jaren begint de Islam zich in dit deel van de wereld meer dan ooit te roeren. De ongeveer 10% van de bevolking die Katholiek of Protestant is, komen onder steeds zwaarder vuur te liggen en kunnen ook steeds minder rekenen op bescherming van de regering. Integendeel, dikwijls zal het naar een plaats van onlusten gestuurde leger de zijde van de Moslims kiezen, daar zij zelf voor het overgrote deel uit Moslims bestaan.

Straatbeeld – Soerabaja

Van de ruim 220 miljoen Indonesiërs is slechts een miniem gedeelte Hindoe en deze vind je op het exotische toeristeneiland Bali én op de westzijde van het eiland Lombok. Maar meer dan 2% van de totale bevolking maken zij niet uit. Ook de van oudsher in Indonesië wonende Chinezen, deels Christelijk en deels Boeddhistisch, krijgen het almaar moeilijker. Dit toenemende religieus fanatisme is zelfs als toerist goed te merken. Kwam je er, een ruime dertig jaar geleden, dan kon je nog gaan en staan waar je maar wilde. Niemand legde je een ‘strobreed’ in de weg. Nu echter, althans de laatste jaren, kom je met name op Java toch een aantal zeer nare zaken tegen. Je wordt als Christenhond uitgescholden en als westerling, voor bezetter en meer van dat ‘fraais.’ Dat kan al op de luchthaven beginnen.

ITS Universiteit – Soerabaja

Op Sumatra (Atjeh) is onlangs al de zogenaamde Shariapolitie geïnstalleerd. Die moet er op toezien dat voornamelijk de vrouwen zich kleden volgens de Islamitische normen en zeden. Openbare geseling is de sanctie en dat werkt effectiever dan de paar duizend almaar minder waard wordende roepia’s te moeten betalen als boete.

Tja, als je met politie het geloof moet gaan afdwingen, dan is zo een land niet meer waard om door toeristen bezocht te worden, althans in mijn beleving! Ongeacht vanuit welke religie er dan ook op wordt toegezien. “Staat en religie dienen in onze wereld gescheiden te zijn.” Echter dat feit staat haaks op de principes van de Islam!

Dat is best jammer, want wat is Indonesië een pracht van een land. Natuurlijk heb ik maar een fractie en niet meer dan dat mogen en kunnen bewonderen. Bijna 14.000 eilanden bezoeken daar doe je meer over dan gedurende een heel mensenleven, al word je nog zo oud.

Bogor, het vroegere Buitenzorg, is een ideaal oord waar vroeger de rijken van Batavia graag heen gingen vanwege de hoge ligging en dus het koelere klimaat. Bogor is nóg steeds een prachtige bestemming. Alleen is het nu een grote en drukke stad geworden en heeft het weinig meer van dat, wat het ooit was. Althans volgens de verhalen die ik erover gehoord heb van oud-Indiëgangers.

Winkelstraat Jalan Malioboro – Jogjakarta

Als bezoeker merk je wel dat Indonesië een tamelijk veilig land is. De criminaliteit is erg laag, zowel de zware criminaliteit als de straatcriminaliteit. Maar hoe lang nog voor westerlingen? Natuurlijk ontkomt dit land ook niet aan een toename van dit kwalijke gegeven, maar eerlijkheid staat toch vrij hoog in het vaandel bij de gemiddelde Indonesiër. Alleen het reeds eerder genoemde onderlinge religieus geweld is een gegeven waarvan je verbijsterd staat, als je hoort wat voor gruweldaden en barbaarse methodes er worden toegepast. Het staat namelijk zo in schril contrast met de zachte, goedmoedige en althans uiterlijk beschaafde aard van de Indo’s.

Een echte belevenis is per trein dwars door Java te reizen. Naast Sumatra trouwens het enige eiland van de hele archipel met spoorwegen. Op een oud stoomtreintje na dan die op Madura nog rijdt. Vanaf Djakarta, de dagenlange tocht naar Soerabaja is een zeldzame ervaring. Soms rijdend met een redelijke vaart dwars door de sawa’s, de rijstvelden en dan weer dwars door de kampongs. Dan kun je vanuit je treinraam zomaar binnenkijken in de vaak armoedige huisjes van mensen die hun ‘stulpje’ gebouwd hebben op soms nog geen twee meter van de spoorrails en waar kinderen en kippen opzij stuiven voor de naderende trein. Dat druk- en dichtbevolkte Java heeft trouwens verdeeld over het hele eiland machtige bergen met diverse toppen tot ruim 3.600 meter. De aloude Boeroebordoer op West-Java is de allergrootste toeristen- en publiekstrekker van het eiland. Redelijk gemakkelijk te beklimmen en je geniet van grootse panorama’s.

Puncak-Pas, Theeplantages – Bogor

Tja, dan het onderwerp eten: niets leek mij in Indonesië zo belangrijk als eten. Het lijkt wel of met name de vrouwen daar de ‘godganselijke dag’ mee bezig zijn. Heb je het geluk uitgenodigd te worden bij mensen thuis dan ontkom je niet aan hun familiespecialiteiten om die te proeven.

Vind je het echt lekker en laat je dat merken, dan is de kans groot dat je de volgende dag nogmaals voor jezelf een plaatsje hebt gereserveerd. Want natuurlijk kennen ze nog veel meer recepten die vaak van moeder op dochter overgaan of … worden meegenomen tot in het graf. Saté heb ik daar gegeten, zo allemachtig lekker met zo’n lekkere saus, dat is hier niet te krijgen, althans ik heb er geen weet van. Wel valt het op dat men veel minder warm eet dan men hier gewend is. Dikwijls is het lauw tot zelfs koud aan toe. Niet alles is koud of lauw, maar toch veel en veel meer dan wat je hier krijgt voorgeschoteld in een Indonesisch restaurant. Ook het gebruik van de sauzen is een stuk matiger dan wij gewend zijn. Maar zeker niet minder lekker en dan die kruiden! Alles heeft een naam en alle combinaties hebben zo ook weer een eigen naam. Dit word je dan duidelijk tot overduidelijk gemaakt, maar je vergeet het weer net zo gauw als dat het je verteld wordt. De diverse namen van de gerechten in een volgende plaats of streek blijken toch immers weer anders te zijn. Welke moet je dan onthouden? Dus ik heb de moed maar opgegeven.

Nog even terug naar de vrouwen die voor die heerlijke maaltijden garant staan. Van de vroege ochtend tot de avond is men bezig met kopen, schoonmaken, voorkoken en klaarmaken van de groentes, vlees en het voorbereiden van de sauzen. Ook de maaltijd zelf is een gebeuren die een veel grotere plaats van het dagelijkse leven inneemt dan dat wij hier gewend zijn. Daarnaast zie je in de grote steden, met name kantoorpersoneel al net zo gemakkelijk gebruik maken van de McDonalds als dat je dat hier ziet. Daar sta je dan als westerling naar te kijken en schud je maar eens meewarig je hoofd. Zeker als je juist weer zo’n heerlijke, echte Indonesische maaltijd hebt verorberd.

Torajahuizen – Sulawesi

De bekende nasigoreng wat wij hier kennen, is daar trouwens haast niet te vinden. Nasigoreng, gebakken rijst met van alles erbij is eigenlijk niet meer dan alle kliekjes van de vorige dag. Even opbakken in een grote ronde pan (wok) en alles door elkaar mixen en dan heb je weer een ontbijt! Klaar is dat!

Toch nog even terug naar het religieuze beleven en nu eens niet naar die Islam. Van voor de tijd dat in het vroegere Indië de Islam ‘wortel’ schoot, stammen oeroude gebruiken. Ook bekend onder de naam: ‘adat.’ Heel veel spirituele en zeker geen Islamitische gebruiken zijn onder de naam ‘adat’ te vangen. Van geestverschijningen tot een terug kunnen gaan in de tijd. Van toekomstvoorspellingen tot angstaanjagende zaken die mensen dingen doen laten zien die je normaal niet zou kunnen waarnemen. Bijna iedereen weet er zijn of haar verhaal wel over te vertellen en het is meer gemeengoed bij de gemiddelde Indonesiër als dat men zo op het eerste gezicht zou willen of kunnen geloven. Het bijgeloof of het rekening houden met de ‘adat’ loopt dan ook als een ‘rode draad’ door het leven van de Indonesiër heen.

Ook het rekening houden met de voorouders. Daar draait ook meer om dan men wel zou mogen verwachten, zeker gezien de leer die de Islam hieromtrent brengt.

Rijstvelden Gunung Kawi – Bali

Ook op Bali dat toch vrijwel geheel Hindoeïstisch is blijkt het geloof in geesten en voorouderverering vrij algemeen te zijn. Zeker is het bijzonder in een gloednieuw en groot westers hotel te zitten met alle comfort van dien en dan wordt er in de tuin van datzelfde hotel door tientallen mannen een religieuze dans ten uitvoer gebracht.

Echter je ziet dat ze in trance geraken en met het slaan op een soort van trommels en met bewegingen, die ons westerlingen totaal vreemd zijn, raken ze echt buiten hun zinnen. Ik doel hier op de zogenaamde apendans. Een bijzonder fenomeen, temeer daar dit semi-religieuze gebeuren extra voor toeristen wordt opgevoerd.

Zo zijn er in dit grote eilandenrijk nog wel andere vreemde gebruiken in zwang. Op Sulawesi bijvoorbeeld, bij een stam waar de doden worden neergezet open en bloot in dodenhuizen en die tot in lengte van jaren te bezichtigen zijn door een ieder die er maar heen wilt. Macaber? “Ja, afschrikwekkend!” De gedachte van deze bevolkingsgroepen is dan zo dat de overledenen toch deel blijven uitmaken van hun dagelijkse leven en dan vanuit hun hiernamaals het goede weten te bewerkstelligen voor de levenden! Vreemd maar om de een of andere reden stinkt het niet. Waarschijnlijk was er recentelijk geen bijzetting geweest of ik had nog ‘teveel sambal’ bij mijn laatste maaltijd genoten en dat sluit ook de reukorganen af, zeker weten! Maar ik rook geen weeïge lijkenlucht.

Raksasa-beeld

Nu nog een ‘laatste woord’ over het klimaat: er zijn twee moessons, een natte en een droge. Gedurende beide moessons is het zo heet, zo verschrikkelijk warm, te warm voor menig westerling. Alleen hoger in de bergen is het dikwijls een stuk aangenamer.

Gaat u er toch heen, denk dan aan de inentingen, zorg voor zouttabletten tegen de uitdroging want u verliest een hele hoop vocht. Een ding is er in ieder geval stukken op vooruitgegaan in de laatste decennia. Dat is de gezondheidszorg. In de kleinste nederzettingen vind je wel een eerste hulppost met redelijke tot goede zorg. Ook wat betreft hygiëne zou je je erger kunnen voorstellen maar ook dat gaat echt de goede kant op. Indonesië is en blijft een fascinerend en prachtig land met een toch wel erg vriendelijke en zeker gastvrije bevolking. Overigens wel een bevolking die erg ingenomen is met de eigen cultuur en van de onze nou niet bepaald gecharmeerd is. Of het moet onze welvoorziene beurs zijn. De Indonesiër is een trots mens, trots op zijn familie, afkomst, land én kookkunst. Als hij je mag, zal hij gaan vertellen en vertellen en nog meer vertellen. Alleen dat feit is al fascinerend. Jammer dat die religieuze problemen zo sterk zijn gaan escaleren en dat heus niet alleen op het platteland of in zogenaamde achtergebleven gebieden.

Silvia Videler.

Reisverhalen: 35. Ierland, ze sturen je van kroeg naar kroeg!

december 13, 2009 By: silviavideler Category: Reisverhalen

Castle – Belfast

Ja, als je de weg wilt weten in Ierland en je vraagt aan de eerste de beste passant hoe je er moet komen, dan kun je in negen van de tien gevallen rekenen op een duidelijke en adequate uitleg. Maar … alle markeringspunten in het verhaal zijn kroegen!

Bijvoorbeeld: “Bij die en die pub slaat u rechts af. U rijdt tot die en die pub en daar maakt u een bocht naar links. Dan alsmaar rechtdoor tot op het kruispunt waar u dan die en die pub tegenkomt en dan is het nog tweehonderd yards rechtdoor.” Snapt u het? Hier is dus de pub verweven in het leven van de gemiddelde Ier. Natuurlijk kom je ook er ‘zatlappen’ en notoire dronkaards tegen, waar niet? Doch de pastoor, de dokter en de politieagent kom je er namelijk óók tegen, alsmede die overbuurvrouw die net nog bij de melkboer stond af te rekenen. De pub is dan ook dé huiskamer van elk dorp of van elke wijk en de pub is er voor iedereen! Ik weet niet hoe het er nu aan toe gaat. Want sinds kort mag je niet meer roken in een Ierse pub en in al die pubs die ik gezien heb was het blauw van de rook. Alhoewel de laatste jaren werd het al wat minder, maar dat was mijns inziens te wijten aan de extreme prijzen voor een pakje ‘peuken.’ Méér dan het dubbele van de toch al forse prijs voor dat ‘rookgenot’ in Nederland!

City Hall – Belfast

Dan komt er onvermijdelijk een keuze: de sigaret of de ‘Guinness.’ De keuze van de gemiddelde Ier is dan al gauw bepaald! Een vereniging als de ‘Blauwe knoop’ zou in Ierland een armtierig bestaan lijden en als een volkomen overbodig gegeven gezien worden door de bevolking. Want “een leven zonder whisky en bier dat is geen leven voor een Ier.” Dat vonden de Ieren ook al gedurende al die eeuwen die ze geleden hebben onder de Britse bezetting. Duizenden, honderdduizenden zijn hun geliefde Ierland ontvlucht en hebben ‘de wijk genomen’ naar Amerika. Vooral ten tijde van de grote hongersnood in de jaren 1845 tot 1855. Een miljoen mensen zijn omgekomen en 1,5 miljoen Ieren zijn in die periode geëmigreerd. De rol die Engeland heeft gespeeld verdiende nou niet bepaald de ‘schoonheidsprijs.’ Ook na de hongersnood bleven de Britten zich als bezetter en agressor gedragen en beschouwde Ierland als een wingewest met slechts tweederangs inwoners. Deze strijd tussen Engelsen en Ieren, ofwel Protestanten en Katholieken, of koningsgezinden en republikeinen, ofwel tussen rijk en arm heeft zich voortgesleept tot? Ja, eigenlijk tot de dag van vandaag.

Benbulbin Berg – Sligo

In 1916 was er de grote Paasopstand tegen het Britse regime en dit heeft direct geleid tot de onafhankelijkheid van de Ierse republiek in 1922. Op dat ene graafschap na: Ulster in het noorden, waar van oudsher een grotere Protestantse, dus Britsgezinde meerderheid woonde dan op de rest van het eiland. Dit graafschap bleef onder Brits bestuur en dat is de aanleiding geworden tot alle narigheden van de laatste decennia.

Zuid-Ierland werd dus onafhankelijk en heeft een relatief vrij armoedig bestaan geleid tot voor enkele jaren. Sinds een jaar of tien gaat het erg goed met de Ierse economie en streeft men zelfs die van het rijkere Noord-Ierland met Belfast als hoofdstad voorbij. Veel Ieren dromen nog steeds van een herenigd Ierland onder leiding van een vrije Ierse regering, mét het nog door Engeland in bezit zijnde Ulster als onverdeelbaar part van Ierland. Dat staat heus los van de tegenstelling Katholiek versus Protestant. In Dublin, de hoofdstad van de republiek Ierland wonen duizenden, misschien wel tienduizenden Protestanten en die ondervinden daar ook geen énkel probleem. Alhoewel de invloed van de Rooms-katholieke kerk in Ierland ongewoon en ongezond groot is, bestaat er toch wel degelijk vrijheid van godsdienst. Organisaties als de IRA en de Sinn Féin, de politieke organisatie van het Ierse Republikeinse leger zijn de grootste voorvechters voor een herenigd Ierland.

Het is alleen de manier waarop men het een en ander wil bewerkstelligen die niet altijd even vredelievend is. Vanuit een historische context wel enigszins begrijpelijk en vanuit Iers standpunt bezien is de strijd dan ook gerechtvaardigd. Alleen de wreedheid en verbetenheid die ze ten toon spreiden daarin kan ik me echter niet in vinden. Ook de Britten scoren natuurlijk ‘punten’ in deze strijd.

The Four Courts – Dublin

Soms denk je weleens dat het een schier onoplosbaar probleem is. Temeer daar er al generaties en generaties lang Britten wonen, in dat Noord-Ierland en dat die onderhorig willen blijven aan hun regering. Hun ‘Queen’ en hun manier van leven is ook begrijpelijk. Dit gegeven is trouwens altijd een probleem van enorme omvang. Volkeren hebben in het verleden zich rechten toegeëigend daar waar ze geen rechten hadden. Aan de nazaten is het dan om tot een eerlijke en gerechtvaardigde oplossing te komen! “Ga er maar eens aan staan!” De spanningen zijn overigens in deze tijd al een flink stuk minder geworden. De economische belangen en de ‘voortrekkersrol’ die Groot Brittannië altijd heeft kunnen spelen is al grotendeels achterhaald. Groot Brittannië en Ierland zijn nu beiden lid van de EU. Al deze zaken halen de ‘scherpe kantjes’ er gelukkig wel vanaf.

Groot Brittannië is een rare tegenstander voor het vrijheidslievende Ierse volk. Er zijn niet veel landen die zozeer hechten aan oude waarden en tradities dan Groot Brittannië en die geven de Britten nou eenmaal nog moeilijker op dan welk ander volk dan maar ook. Dat feit speelde (en speelt) mede ook een grote rol in het hele conflict.

Als bezoeker aan het vier miljoen inwoners tellende Ierland (de republiek althans) merkt u echter niets van al dit ‘gekrakeel.’ Hooguit leest u er eens wat meer over in de slechts 6 Ierse dagbladen, waaronder de Irish Times, die erg conservatief is of de wat meer republikeins gezinde Irish Independent. Maar het zal uw bezoek als toerist nooit overschaduwen.

Castle – Dublin

Dublin, de hoofdstad, met bijna een vierde van alle Ieren die in Ierland leven binnen haar stadsgrenzen, is een leuke uitgaansstad. Helaas kan ik niet zeggen dat het nou zo’n prachtige stad is zoals sommige andere Europese hoofdsteden. Enkele markante gebouwen en kerken daargelaten. Helaas de keren dat ik Ierland heb bezocht was het altijd somber, koud, kil en vooral nat. Slechts één keer ben ik even in Cork, de tweede stad van het land geweest in het zuiden en zowaar scheen de zon. Het was een compleet nieuwe ervaring voor mij. Weg was dat sombere, dat eentonige van onder meer de arbeiderswijken, dat mistroostige, wat de Ieren ook de kroeg deed en doet injagen. Opeens zag ik de pastelgekleurde huisjes en huizen in een letterlijk heel ander daglicht. Zie je Ierland mét het zonlicht dan zijn zelfs de steden mooi te noemen.

Helaas schijnt de zon er veel en veel minder dan bij ons in Nederland. Echt koud is het er bijna nooit, wel kil en vochtig en dat maakt dat Ierland een ongekend ‘groen eiland’ is. Met van die speciale schakeringen groen die bij ons totaal onbekend zijn.

Courthouse – Cork

De overigens schaarse spoorwegen, met maar 7 tot 8 hoofdlijnen, doorkruisen het vreemd gevormde eiland. In het midden is het een soort dal met randen. Bij de kusten treft men dan weer wat meer hogere heuvels aan. Sommige heuvels kun je beter bergen noemen met toppen tot boven de 1.000 meter.

In het ruige en veel minder drukbevolkte westen van het land zijn de rotspartijen die de natuurlijke grens vormen met de Atlantische oceaan, adembenemend mooi. Zo ook de Ring of Kerry in het uiterste zuidwesten. Dé toeristenattractie van de Ierse republiek! Afgezien van het veelal minder goede weer is Ierland toch een echt vakantieland en niet in het minst door de ontspannen en relaxte inwoners van Ierland zelf, die maken dat u zich welkom voelt. Ieren tonen een warme belangstelling voor hun gasten en ze hebben een ongekend gevoel voor humor.

Welkom bent u in een oeroud land vol met sagen en legendes, vol van verhalen. Links en rechts als ‘losse flodders’ neergeworpen eeuwenoude abdijen, ruïnes en kastelen. Dorpjes met huizen met daarop rieten daken en de altijd aanwezige pubs, soms amper een winkel te vinden maar altijd wel een pub! De meeste Ieren, zeker met wat drank op, trakteren u ruimhartig op een scala van poëzie, oude liederen of ballades en soms vertellen zij hun specifieke spookverhaal, of delen u de geheimen mee van de Lepricons, de Ierse kabouterfiguren. Die bekend staan dat zij alles, maar dan ook alles doen om goud te bemachtigen en soms best kwaadaardig zijn, aldus de overleveringen.

Officieel is Ierland een tweetalig land. Alle belangrijke opschriften zijn zowel in het Engels als in het Iers. Doch een kleine minderheid van amper 20% beheerst het Gaellic, de officiële Ierse landstaal. Vroeger alom gesproken maar nu wordt de taal met alle vormen van subsidies en moeite in stand gehouden. Gaellic is trouwens een van de weinig overgebleven Keltische talen die heden ten dage nog gesproken én onderwezen wordt. De paar Keltische talen die er nog zijn blijken zo weinig van economisch belang te zijn dat men bang is dat deze talen gaan verdwijnen (Keltische talen die nog worden gesproken buiten Ierland zelf, kunt u vinden in Wales, West-Schotland, op het eiland Man en in enkele plaatsen van het Franse Bretagne).

University College – Cork

Alhoewel de Ierse steden en zeker de arbeiderswijken nou niet bepaald een schoonheidsprijs in de architectuur verdienen, wil ik toch een ‘lans breken’ voor de prachtige oude binnenstad van het kleine stadje Kilkenny, gelegen in het Ierse binnenland. Kilkenny ligt ongeveer 200 kilometer ten zuidwesten van Dublin. In de 13e eeuw vergaderde hier al het Ierse Parlement in het kasteel van de stad. Een kasteel met Franse tuinen. Ook is er een mooie kathedraal te bezichtigen en het in Tudorstijl gebouwde armenhuis is ook zeker een bezoek waard. Lang lopen voor een hapje of een drankje is niet nodig. De plaatselijke brouwerij bevoorraadt de zeker 95 pubs die dit stadje rijk is. Zeker het oude winkelcentrum is bijzonder pittoresk en aangenaam om te bezoeken.

Ik kan mij voorstellen dat mensen in Ierland op bezoek zijnde soms rare en vreemde gevoelens krijgen. Is het de mystiek die hier toch in de lucht hangt? De melancholie, de oude kastelen en gebouwen die half vergaan zijn en die zomaar midden in het landschap oprijzen, soms ineens vanachter een mistige sliert van bewolking. Om dan weer geconfronteerd te worden met vruchtbare dalen en lieflijke dorpjes. Dikwijls aan zee liggend met een druk haventje waar u de lokale vissers elke dag bezig kunt zien en waar u beslist boten kunt huren, om zelf de zee op te gaan (onder begeleiding weliswaar) of mee kunt gaan vissen.

Het vissen is na voetballen en ‘bierpullen heffen’ wel de derde sport van de gemiddelde Ier. De vele rivieren en riviertjes en niet te vergeten de ontelbare meren en meertjes zitten vol met vis maar ook de ruige kusten zijn voorzien van een visrijk water. Vis is dan ook een geliefd product in de vele relatief goede restaurants van Ierland. Alleen is het zo jammer dat de prijzen de laatste jaren zo sterk gestegen zijn. Gelukkig is ook de welvaart van de bevolking sterk gestegen maar het gemiddelde prijspeil en is nu toch wel een flink stuk hoger dan we in Nederland gewend zijn.

Ring of Kerry

Ierland mag dan de laatste tijd erg opgeklommen zijn op de economische ladder, aan de andere kant blijft het een eiland en een eiland heeft altijd al de eigenaardigheid gehad om op zichzelf gericht te zijn. Enerzijds is en was daar de invloed van de miljoenen geëmigreerde Ieren en zij die ervan afstammen. Dus zij, die regelmatig vanuit Amerika hun moederland komen bezoeken en dan uiteraard hun nieuwe opgedane ideeën en inzichten importeren. In de Verenigde Staten wonen trouwens meer Ieren dan in de republiek Ierland zelf. Van New York wordt beweerd dat het meer Ieren onder zijn inwoners heeft dan de bijna een miljoen Ieren die de hoofdstad Dublin telt.

Toch is en blijft Ierland vooralsnog een puur Katholiek en oerconservatief land. Zaken die wij in Nederland al decennia als normaal accepteren zijn in Ierland of verboden of in ieder geval schokkend voor de bevolking als ze ermee worden geconfronteerd. Homoseksualiteit is nog steeds niet geaccepteerd. Abortus, daarvoor moet je naar Engeland, want dat is strafbaar in Ierland.

Scheiden of scheidingen zijn absoluut zeldzaam. Overal in dat soort zaken heeft de Rooms-katholieke kerk nog een wel erg ‘grote vinger in de pap te brokkelen.’ De invloed van de lokale geestelijken kun je vergelijken met die van bij ons in de jaren dertig van de vorige eeuw. Pornografie zult u er tevergeefs zoeken en als u het in bezit heeft loopt u de kans dat u kennismaakt met de Ierse Guarda, de politie, die in dit soort zaken niet flauw is en u graag van een poosje onderdak zal willen voorzien en dat zelfs op hun kosten!

Castle – Kilkenny

Ook de tafereeltjes van Katholiek leven doen toch nog sterk denken aan die van bij ons in Zuid-Nederland in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Langs de andere kant is Ierland het land met de laagste misdaadcijfers (naar verhouding) van geheel Europa. Alleen in Dublin begint het drugsprobleem toch ook al aardige Europese vormen aan te nemen en zodoende met alle narigheid die daar bij hoort.

Cobh

Buiten de grote stad Dublin is er nog maar één grote stad in heel de republiek te vinden en dat is Cork met de nabijgelegen havenstad Cobh. De stad is zeker een bezoek waard maar ook de ruige omgeving doet wat met de westerse en verstedelijkte mens. In weinig is de natuur van Ierland te vergelijken met die van andere Europese landen. Zo puur, zo echt en onaangetast. Het zou bevreemdend zijn als u er ten minste niet van onder de indruk zou komen. De meesten worden er echter verliefd op. Kortom, u moet het zelf maar eens ervaren.

Tip: Ga niet per vliegtuig. Ondanks de goedkope aanbiedingen die er soms zijn. Maar u mist dan zoveel. Neem er de tijd voor om Ierland te bezoeken. De Ieren nemen ook de tijd voor u! Want wat babbelen ze graag, het zijn geboren vertellers. Neem vanuit Nederland, België of desnoods vanuit Noord-Frankrijk, de ferry of de Hovercraft en rij door het mooie zuiden van Engeland en het ruige Wales. Stap dan op de zeer ‘dorstige’ ferry naar Dublin en blijf daar een paar dagen.

Laat de sfeer van de 19e eeuw op u afkomen en duik onder in een van de ontelbare pubs en ga er dan op uit met uw eigen auto. Eerst naar het ruige westen. Met name naar Galway, een kleine stad, maar met veel mogelijkheden. Van hieruit is het ideaal om het onontgonnen en ruige Noord-West Ierland te ontdekken. Ga bijvoorbeeld daarna naar de Ring of Kerry en ervaar wat schoonheid en harmonie is in de 21e eeuw. Via Ierland’s tweede stad in grootte, het zuidelijk gelegen Cork, met ruim 150.000 inwoners, kunt u langzaam terugrijden naar Dublin waar u nog een paar laatste slokjes whisky kunt nemen alvorens u dit prachtige land weer verlaat.

Cathedral – Galway

Overigens om Ierse whisky mee naar huis te nemen! Bespaart u de moeite. Hier is diezelfde whisky een stuk goedkoper en dat is dan weer spijtig te moeten constateren. Helaas zijn bij lange na niet alle Ierse merken hier te koop, verre van dat! In die echte Ierse omgeving smaakt die whisky dan natuurlijk ook weer veel lekkerder. Denk overigens niet dat honderd kilometer in Ierland hetzelfde is als bijvoorbeeld in Engeland of elders in Europa. Die paar kilometer autosnelweg mag dan wellicht uitnodigen tot het gaspedaal wat dieper in te drukken, maar eenmaal van de paar korte stukken autosnelweg verwijderd, zult u uw snelheid wel terdege aan moeten passen. Met ongeveer 50 kilometer per uur aan te houden als gemiddelde maatstaf kunt u een redelijke planning maken als u dit fantastische land eens wilt gaan bezoeken.

Silvia Videler.

Reisverhalen: 34. Hongarije, land van wilde poesta’s en zigeunerkoningen.

december 13, 2009 By: silviavideler Category: Reisverhalen

Dat is het beeld wat men in deze contreien voor ogen krijgt als men het heeft over Hongarije. De werkelijkheid is een ‘ietse pietsie’ anders. Poesta’s zijn er nog net zoveel als dat er bergen zijn in Nederland en zigeunerkoningen? “Ach, telt dat écht,” als amper 3% van een teruglopende bevolking van nog geen 10 miljoen mensen zich tot het volk van de zigeuners kan rekenen?

Hongaars Parlementsgebouw – Budapest

Ja, teruglopend. Vóór de ‘wende’ had Hongarije bijna 1½ miljoen inwoners meer en het aantal inwoners is nog steeds dalende. Overigens Hongarije is ook het land met, naar verhouding natuurlijk, het hoogste aantal zelfmoorden van Europa. Hongarije is in alle opzichten een ‘vreemde eend in de Europese bijt.’ Taalkundig behoort het Hongaars tot de Fin-Oeralgische taalgroep. Oorspronkelijk afkomstig uit Centraal-Azië en de Hongaarse taal heeft geen enkel maar dan ook geen enkel aanknopingspunt met andere Europese talen, zij dan het Fins. ( En het Estlands ) Overigens ook die jongens, de Finnen, verstaan de Hongaren geenszins. Lange tijd heeft Hongarije deel uitgemaakt van de dubbelmonarchie met Oostenrijk en toen was het Hongaarse gedeelte stukken groter. Het noordelijke gedeelte van het huidige Servië (Wojwodina), bijna ¼ deel van het tegenwoordige Roemenië (Transsylvania) en een deel van Slowakije was toen onderhorig aan Hongarije en nóg spreekt men in deze gebieden (deels) Hongaars.

Of het door die taal komt, of dat het andere oorzaken heeft, ik weet het echt niet. Ik ben vele malen in Hongarije geweest, zowel vóór, als  na de val van het communisme, en geen enkele keer is het me echt goed bevallen. Van Debrecen in het oosten tot Sopron in het uiterste westen en van noord tot zuid en via alle mogelijke grensovergangen heb ik het land betreden of verlaten. Maar nergens en nooit heb ik me er echt welkom gevoeld. Toen niet en nú nog niet. Ik wéét dat vele andere mensen, gelukkig andere ervaringen hebben. Toch heb ik ook vele mensen ontmoet die blij waren mijn belevingen eens aan te kunnen horen. Simpelweg omdat zij dezelfde ervaringen meegemaakt hadden als ik. Ook kreeg ik eens een adresje door van een goede kennis die ik ook nog vertrouwde en zelfs nu nóg vertrouw. Die was dan bijvoorbeeld in een restaurantje geweest of had in een hotel overnacht aldaar en alles was prima en uit de kunst. Dan kwam ondergetekende daar een poosje later en dan werden we soms weggekeken! En ook ík kon echt goedemiddag of goedenavond zeggen in het Hongaars, zo ongeveer mijn hele vocabulaire weliswaar. Doch mijn goede kennis had ook niet zoveel meer in huis.

Dus daaraan heeft het niet gelegen. Had ik in andere, omliggende landen gelijke ervaringen? Neen, integendeel! Of toch, ja, in het Hongaars sprekende gedeelte van Roemenië, daar waren ze net zo nukkig!

Railway Station – Budapest

Ik kreeg eens een ‘aanvaring’ met een parkeerwachter, niet zó vreemd natuurlijk, dat zijn nergens mijn vrienden. Zelfs niet in Nederland. De man in kwestie benaderde ik in het Duits. Oef, wat ik toen te horen kreeg! Sorry, ik ben geen Duitse en al was ik het. Ik ben van ná de oorlog! Ook mijn Nederlandse nummerplaat was echt niet afgedekt. Dus die ambtenaar had ‘soep in zijn ogen’ (maar dat komt vrijwel overal voor! Wellicht is dat ook inherent aan het fenomeen parkeerpolitie). Ik vroeg echt niets meer dan de weg en als die Hongaren nou zo geleden hadden onder de Duitse bezetting! Neen dus, die heulden ook nog eens een keertje mee met de nazi’s.

Ten tijde dat Hongarije nog communistisch was bleek dit ook al het voor mij allernaarste Oostblokland te zijn. Je zág de afgunstige blikken als men je gewoon passeerde op straat en heus geloof maar niet dat ik in een bontmantel van ocelot liep of iets dergelijks. Net als nu, frequenteerde ik dikwijls de mode van C&A of M&M en bij couturiers kwam en kom ik nimmer over de vloer. Ergens in de jaren zeventig was ik een paar dagen in Budapest. Ik had een kamer gevonden in een zeer goed hotel, het bleek later op het Intercontinentaal na, het beste van de stad te zijn.

In het hotel en ook in alle andere hotels ‘wemelde’ het van doktoren en psychiaters. Er was namelijk een internationaal congres aan de gang in Budapest. Ik,  als ‘gewone’ toerist zat er gezellig tussenin en kwam zodoende met nogal wat zeer tot hooggeleerde dames en heren aan de praat. De manager van het hotel deed zijn uiterste best alles ‘op rolletjes’ te laten verlopen. Maar ik wist dat deze man een fanatiek partijlid was en ik had al een aanvaring met hem gehad over de hygiëne van de toiletten, of liever gezegd over het gebrek daaraan.

Budpest from de Gellert Hill

Nou was en is het een typerend feit dat communisten absoluut niet tegen kritiek kunnen en als je dan wat kritiek spuit en dat ook nog eens waar andere ‘kameraden’ bij staan. Ja, dan is ‘de boot aan.’ Hij was na dit voorval absoluut onredelijk tegen mij, maar het geluk was met mij. Een dag of wat later waagde zich een zigeunervrouw, heel karakteristiek, met kind op de arm, binnen te glippen langs de dus niet immer waakzaam zijnde portier. De vrouw kwam met het bekende handgebaar naar de bar en ging bij iedereen waar ze maar kans zag bedelen. Het toeval wilde dat er buiten het hotel ook al twee mensen aan het bedelen waren en toen zag die ene vrouw zowaar kans om ook nog in het hotel te komen.

De manager was er al gauw bij en ik vroeg hem met luide stem en in het Engels zodat alle buitenlandse gasten konden meegenieten: “Of hij mij eens wilde uitleggen waarom dat bedelen na al die jaren van communisme in dit boeren- en arbeidersparadijs nog steeds nodig bleek te zijn.” Fijntjes wees ik hem op de bedelaars net buiten het hotel en evenzo bij de andere hotels. Op mijn volgende vraag: “Of het communistische experiment compleet gefaald had, gezien de gebrekkige infrastructuur, de verveloze huizen, de schietgaten nog in de gevels van de opstand van 1956 enz. enz.” Ja, sinds die avond waren we verlost van de nare verpolitiekte manager als ik in de bar of in het restaurant mijn opwachting kwam doen.

Balatonmeer (1)

Balatonmeer (2)

Nu genoeg negatiefs. Budapest is een prachtstad. Een juweeltje. Schitterend gelegen aan de Donau. De stad bestaat letterlijk uit twee delen: Buda en Pest. Op de linkeroever daar kunt u uren dwalen tussen allerlei kastelen, oude burchten, verdedigingswerken en prachtige gebouwen. De andere zijde waar het schitterende parlement staat, daar zijn ook nu de grote winkelstraten en grote warenhuizen en de zeker te bezoeken overdekte markt, vlak aan de rivier gelegen. Een soort ‘zwarte markt in Beverwijk,’ maar dan veel ouder en veel beter verzorgd en in veel gevallen nog goedkoper ook!  Maar wel een stukje kleiner!

Wat echt leuk is, dat is een bezoek brengen aan een van de vele restaurants met levende muziek. Doorgaans treden in dit soort zaken vioolspelende zigeuners op, die er echt wat van kunnen. Zowel van viool spelen als u op een charmante manier van uw overtollige euro’s te ontdoen. Zeker als u zover bent dat u een verzoeknummer gaat vragen. Dan wordt de Stroganoff wel erg duur! Die jongens hebben zich direct aangepast aan de nieuwe tijd en rekenen al lang niet meer in Forinten maar in Euro’s.

De grootste attractie van Hongarije is het Balatonmeer, ‘Plattensee’ in het Duits. Het is een der grootste meren van Europa maar erg ondiep. Zo ondiep zelfs, dat het bij warme zomers wel eens een hachelijke zaak wordt of het waterpeil nog wel aanvaardbaar is. Meters en meters, wat zeg ik, tientallen meters, kunt u vanaf de kust het water inlopen en nog pas dan staat het waterpeil amper aan uw middel. Wel veilig dus en zeker met kleine kinderen. Het nadeel is, als u echt wilt gaan zwemmen dan moet je soms wel érg ver het water in. Men maakt zich trouwens in Hongarije terechte zorgen dat dit meer een steeds lager waterpeil te zien geeft. Want dit fenomeen is al jaren aan de gang. Niet dat het ooit echt diep is geweest, maar nu wordt het lage peil langzamerhand alarmerend.

Kathedraal van Eger

Helaas beginnen de prijzen in Hongarije de laatste paar jaren echt westerse vormen aan te nemen. Zeker in Budapest, maar ook daar waar veel toeristen komen. Ik denk dat het prijstechnisch gezien het duurste van alle voormalige Oostbloklanden is. De voormalige DDR uitgezonderd natuurlijk. Alhoewel als je er goed de weg weet is Duitsland soms nog goedkoper dan de streek rond het Balatonmeer of  de toeristenstad Eger. Eger, een dikke 100 kilometer noordoostelijk van Budapest gelegen is dé wijnstad van Hongarije. De bekende wijnsoort: Hongaars Stierenbloed, komt hier vandaan, echte klasse!

Zeker ook de plaats Eger is een bezoekje waard. Je waant je al gauw in het oude Oostenrijk-Hongarije van de 19e eeuw. Hongarije is niet erg bergachtig maar hier beginnen de heuvels toch wel kleine bergen te worden en bereiken een hoogte van net boven de 1.000 meter en dit tot de Slowaakse grens aan toe. De hele rest van Hongarije is vrij vlak, hooguit wat heuvelachtig te noemen en het landschap is nou niet bepaald spectaculair. Het wegennet is goed tot zeer goed. Zij het dat men de verderfelijke begrippen van tol te heffen op de autosnelwegen of een vignet verplicht te stellen, ook al van het westen heeft overgenomen. Overigens idem in Tsjechië, Slowakije, Roemenië en Bulgarije enz. Gelukkig zijn deze prijzen van vignetten nog betaalbaar. Maar pas op als u wat gaat drinken of eten. Lees eerst goed de spijskaart en dat zeker in de grote steden. De prijsverschillen met het platteland zijn gigantisch.

Wat ik ook als bijzonder naar heb ervaren is het volgende: je vindt een leuk uitziend restaurantje met café. De spijskaart belooft wel het een en ander en er is ook nog plaats om te overnachten tegen een redelijke prijs. “Bingo!,” zul je zeggen. Goed overnachten, lekker eten en een gezellige avond!

“Ja ja,” dát mag je hopen. Dan gaat de keuken om 21.00 uur dicht en de laatste restaurantgast wordt buiten gekeken én als je dan nóg iets bestelt, dan is het er ineens niet meer. Dat is niet zo verwonderlijk, dat hebben ze nog overgehouden uit de communistische tijd en dan … , ja dan is het half tien in de avond én midden in de zomer. Dan mag je gaan wandelen, want het cafégedeelte gaat sluiten! “Eén keer meegemaakt,” zult u zeggen?, dan zou het erg flauw zijn het hier te beschrijven. Nee, dat was eerder regel dan uitzondering. Dus: “so what?” Op naar een ander gezellig kroegje? Ja, maar waar dan, buiten de paar toeristische gebieden? Zelf hoef ik nu nooit meer naar Hongarije. Wellicht dat ik nog eens naar Roemenië ga per auto en er dan wel doorheen zal móeten rijden.

Dan ga ik dus lekker in Oostenrijk een goed en gezellig hotelletje zoeken en dan maak ik zo snel als ik kan gebruik van de best goede Hongaarse wegen om weer in een land te komen waar men gasten wel graag ziet komen. Roemenië dus! Het klinkt na al het voorgaande niet objectief, maar de feiten zijn echt zo: zorg dat u niet ziek wordt in Hongarije. Was vroeger nog alles kosteloos met betrekking tot de gezondheidszorg. Dat is nu wel even anders en men heeft een ontstellend gebrek aan verplegend personeel en de huidige gezondheidszorg staat het slechtst aangeschreven van heel Oost-Europa.

Standbeeld van Michiel de Ruyter in Debreczen – Hongarije

Voor echte Hollanders wellicht een ‘opstekertje.’ In de oostelijk gelegen stad Debrecen en wijde omgeving heeft de Gereformeerde kerk nogal ‘wortel geschoten.’ Ruim 16% van de Hongaarse bevolking is namelijk Gereformeerd. Het Lutheranisme, het zogenaamde Duitse Protestantisme, vindt u er maar bij slechts 3% van de bevolking. De rest van de Hongaren is Katholiek of onkerkelijk. Helaas moeten we constateren dat juist na de afwerping van het communistische juk het antisemitisme (weer) flink is toegenomen. In dit oostelijke gedeelte van Hongarije zijn de Nederlanders graag geziene gasten. Zeker als u onze oude zeevaarders een warm hart toedraagt, want Nederlandse troepen onder leiding van Michiel de Ruyter zijn toen de Hongaren te hulp gekomen tegen de Turkse bezetter in de 2e helft van de zeventiende eeuw. Michiel de Ruyter wordt daar zelfs nu nog in ere gehouden met een standbeeld.

Misschien zijn mijn minder prettige ervaringen te verklaren uit het feit dat ik dikwijls alleen of hooguit met twee personen dit land heb bezocht en nooit in een groep of in een reisgezelschap. Ik kan mij echter voorstellen dat dan de ervaringen mogelijk wat anders kunnen zijn.

Silvia Videler.

Reisverhalen: 33. INDIA, land van sprookjesachtige schoonheid.

december 13, 2009 By: silviavideler Category: Reisverhalen

Tai Mahal

Een land van sprookjesachtige schoonheid en: extreme armoede, buitenissige rijkdom, krioelende mensenmassa’s en uitgestrekte berggebieden met duizelingwekkende diepten en toppen die tot het ‘dak der wereld’ reiken en waar je in geen ‘velden of wegen’ een levende ziel tegenkomt. Ook een land van de meest, voor ons westerlingen althans, extreme en bizarre uitingen van religiositeit.

Waar aloude gebruiken als weduweverbranding nog tot voor kort plaatsvonden en bovendien een land dat door kasteverschillen zijn eigen ontwikkeling meer afremt dan opstuwt in de vaart der volkeren. Ook een land wat ooit in een ver verleden een der meest vooruitstrevende en progressieve leiding genoot, waardoor het een paradijs geweest moet zijn op aarde. Waar wetten golden, die de meest sociale politieke groeperingen van heden graag gerealiseerd zouden zien, maar het vanwege begrotingstekorten en meer van die narigheden niet kan realiseren.

Gouden Sikhtempel

Al meer dan ruim 2.500 jaar is India echter afhankelijk, liever gezegd gebonden aan het Hindoe denken. Hindoeïsme is dan ook de meest verspreide religie van het land met wel 83% aanhangers van de ruim 1.100.000.000 inwoners. Ja, de miljard is onlangs overschreden en daarmee is India, na China het meest volkenrijke land ter wereld. Ruim een op de drie wereldbewoners is een Chinees of een Indiër!

India is ruim 84 maal zo groot als Nederland en heeft een bevolkingsdichtheid welke die van Nederland bijna evenaart. India is ook een federale staat, net zoals de VS, in plaats van provincies, staten met een zeer grote mate van zelfbeschikkingsrecht. De staten Uttar Pradesh, Maharashtra en Bihar Pradesh zijn de drie staten met de meest stedelijke bevolking. Daar is de gemiddelde bevolkingsdichtheid wel 2 maal zo groot als in West-Nederland. Dat is dan ook het beeld wat de meeste toeristen mee naar huis nemen die India, meestal in ‘vogelvlucht,’ hebben bezocht. Een grote enorme door elkaar krioelende mensenmassa zonder enige structuur of organisatie. Dat laatste valt na een tijdje eigenlijk wel mee en u zult ontdekken dat er dan toch wel een structuur in zit, zij het niet gelijk aan de onze!

The Religious and Cultural Centre of India – Varanasi

Terug naar het Hindoeïsme. Deze vorm van religie is net als de meeste religies, de monotheïstische religies uitgezonderd, ontstaan rond de zevende eeuw voor onze jaartelling.

Het grondgebied van het hedendaagse India was ook de bakermat van het Boeddhisme met al zijn vertakkingen zoals bijvoorbeeld het Lamaïsme. Ook ontstond er in het China van die dagen min of meer tegelijkertijd, de filosofie van Confucius. Het Confucianisme, tot op heden de nog meest verbreide semi-godsdienstige filosofie van China.

Met het ontstaan van deze religieuze bewegingen was het tegelijkertijd gedaan met alle oude vormen van religie die de wereld gekend heeft vóór deze tijd. Alleen het werelddeel Amerika heeft tot de 16e eeuw (en ook daarna maar in rap tempo afnemend) het animisme gekend. Ook in Afrika heeft het animisme tot op de dag van vandaag nog redelijk wat aanhangers. Maar wordt toch voornamelijk door het Christendom en de Islam nu overheerst.

Het Hindoeïsme kent een veelgodendom van werkelijk ontelbare hele en halve goden en is een zeer gecompliceerde religie. De meest frappante uitingsvorm is de leer van de reïncarnatie en de daaraan gerelateerde leer van het karma. Met het kastenstelsel waarin elke Indiër door geboorte bij behoort en er in principe nimmer van kan loskomen, als hij Hindoe blijft, is zijn lot bezegeld. Dat lot ligt vast door zijn/haar karma. Er zijn vijf hoofdkasten waarvan die der Brahmanen (de priesterkaste) de hoogste is. Die van de ongenaakbare, de niet aan te raken groep, de laagste kaste, tevens de meest volksrijke! De religie schrijft dan voor dat je hierin moet berusten en zo moet leven dat je in een volgend leven mag hopen om geboren te worden in een hogere en dus betere kaste. Fatalisme ten top! Dat een en ander fnuikend is voor een samenleving moge duidelijk zijn en behoeft mijns inziens geen verder betoog.

Siddhivinayak Temple – Mumbai

Jaren geleden was er een hongersnood in India. Wij in Nederland hadden een actie en die werd genoemd: ‘Eten voor India.’ Hier werd voor gecollecteerd en tegelijkertijd liepen volgevreten ratten voedsel uit de opengebarsten silo’s te stelen in de havens van India. De foto’s die ik hiervan gemaakt heb, zijn door overijverige douane- en of politieagenten in Bombay (nu: Mumbai) mij afhandig gemaakt, inclusief het desbetreffende fototoestel. Ook de vele koeien die het straatbeeld van haast elke Indiase stad beheersen hadden ten tijde van de malaise en alom heersende honger niets te vrezen. Zij waren immers gelijk de ratten: heilig! en heilig betekent in de grond van het woord: ‘apart gezet.’

Niet aankomen dus, was en is de boodschap!

De laatste jaren maakt India echter een economische groei mee van ongekende omvang, mede veroorzaakt door de secularisatie die ook daar zelfs zichtbaar is. Echter men maakt hier om de een of andere reden geen melding van in connectie met de economische progressie in onze media.

Sinds India in staat is gebleken zijn eigen atoommacht te ontwikkelen is het verstoken van ontwikkelingshulp uit de VS, maar ontvangt toch nog ruim 1,5 miljard dollar per jaar. Echt afhankelijk is India aan de dag van vandaag hier echter niet meer van. India profiteert van de grote vooruitgang in de geïndustrialiseerde wereld en stelt zijn inmiddels steeds beter opgeleide middenklasse ter beschikking van de computergiganten en daaraan gerelateerde bedrijven. Ook de grote schare arbeiders staan natuurlijk te popelen, om productiewerk te verrichten voor bedrijven, die eveneens het westen ontvluchten vanwege de hoge(re) lonen hier en de lagere lonen in India zelf.

Sinds India in 1947 onafhankelijk is geworden van Groot Brittannië heeft India een zeer eigengereide en onafhankelijke politieke koers gevolgd. Nu is het de grootste democratie ter wereld met de nog immer dominante congrespartij van de vroegere 1e premier Nehru, aan het bewind.

Hanging Gardens – Mumbai

India is enerzijds redelijk homogeen en de bevolking bestaat voor ruim 70% uit Indo-Ariërs, maar tegelijkertijd spreekt men er wel 10 verschillende hoofdtalen, zoals: Hindi, Urdu, Bengali, Marathi, Telugu, Tamil, Bihari en nog vele andere. Engels is de ‘bindende factor’ en elke redelijk opgeleide Indiër spreekt deze als 2e taal en dat is wel zo fijn als toerist. Want voor toeristen is India fascinerend. Mumbai, dé 1e havenstad en poort naar het westen en eveneens een 10-miljoen-plus-stad is alleen al een bezoek van minstens een week waard. De hedendaagse wolkenkrabbers doen je vermoeden van ver af dat je een moderne Amerikaanse stad nadert.

Maar voor je het weet en je weer voet op vaste bodem zet, zie je de oude Victoriaanse gebouwen, de duizenden winkeltjes en laagbouw van stalletjes en ander wijken, waar je als westerling absoluut de weg in kwijt raakt. Toch is India niet gevaarlijk voor toeristen. De staat Rajasthan, tegen Pakistan aan, daar zou ik dat iets minder van durven te beweren. Doch zelfs Calcutta, die andere 10-miljoen-plus-stad aan de oostzijde van India is dan weliswaar een stuk armer en ook viezer, maar toch loop je er als toerist redelijk ‘frank en vrij’ rond.

Victoria Memorial – Calcutta

Wat voor toeristen een absolute must is zijn de zogenaamde lijkverbrandingen. Volop te zien aan de oevers van de heilige rivier de Ganges en dan speciaal in de stad Varanasi. Ook de ‘heilige mannen’ vertonen daar tegen geld hun kunsten aan de miljoenen bedevaartgangers én toeristen. Wij kennen deze figuren als Fakirs. Het is je niet voor te stellen, maar op de oevers van deze rivier staan de tientallen houten brandstapels constant te branden.

De lijken worden daarop neergelegd en naar gelang de familie geld ter beschikking stelt wordt er hout en soms ook andere brandbare middelen gebruikt om tot verassing over te gaan. Dikwijls is te zien dat de verbranding maar gedeeltelijk wordt uitgevoerd en een volgende brandstapel staat weer klaar. De restanten, in casu de as, worden in de rivier gegooid. Dezelfde rivier waarin mensen zich baden om hun zonden te laten ‘afwassen’ en andere mensen zich daadwerkelijk wassen en weer anderen hun klederen in schoonmaken. Het is een bijzonder bizar tafereel en dát in de open lucht en vrij aanschouwelijk en toegankelijk. “Ho,” als u echter van een goede plaats verzekerd wilt zijn om deze taferelen in u op te nemen is het wel advisabel de nodige rupees toe te steken aan diegenen die op de ‘heilige’ plaatsen de wacht houden. Uiteraard met voldoende geld is (bijna) alles te koop en dat geldt zeker niet in de laatste plaats voor India.

Het transport waar de meeste toeristen mee te maken hebben is, of het vliegtuig of de trein. De Engelsen hebben na hun vertrek een zeer goed spoorwegsysteem achtergelaten en alhoewel het sterk verouderd is, functioneert het nog redelijk wel. Ook wordt er de laatste jaren, weer wat aandacht besteed aan onderhoud en reparatie.

De treinen zijn in India verdeeld in vier klassen. Westerlingen nemen uitsluitend de 2e of de 1e klasse. Het kopen van kaartjes op de stations is een stuk ingewikkelder dan hier. In India kun je overigens voor haast alles wel iets of iemand ‘charteren,’ die dergelijke klusjes voor je opknapt tegen een aanvaardbare vergoeding. Reist u echter alleen met de Indiase spoorwegen en ook al heeft u een gereserveerde zitplaats, verlaat uw plaats niet, ongeacht in welke klasse u rijdt. Uw plaats bent u kwijt en argumenteren helpt echt niet. Dat is een nare trek van de gemiddelde Indiër.

Ganges – Varanasi

Positief is echter weer en dat in tegenstelling tot het nabijgelegen Pakistan en Bangladesh, dat men uw privacy meer zal respecteren. Ook het schooien en bedelen is minder agressief en opdringerig dan in deze beide buurlanden en ook dat is inherent aan hun karma, dat is dan de conclusie. De verschillen tussen Noord- en Zuid-India zijn net zo groot als de afstanden, namelijk enorm. Zuid-India, waar de bevolking veel en veel donkerder gekleurd is dan in het noorden is tropisch en zeker in de natte moesson bloed- en bloedheet.

Naast de vele machtige en imposante tempels zijn de vele kustplaatsen een welkome afwisseling om eens een verkwikkende duik te nemen. Niemand die zich daaraan stoort.

Zelfs strandtoerisme is in de zuidelijke deelstaat Kerala overbekend en zeker aan te bevelen. Ook de voormalige enclave Goa staat bekend om zijn prima stranden én zijn Portugese architectuur. Minder bekend is dat met name aan de oostkust van India er indertijd een aantal Franse enclaves zijn geweest, maar echt veel van te merken is er niet meer. Hooguit wat meer Katholieke kerken dan elders gebruikelijk is. Als u ooit overweegt naar India te gaan zijn er een aantal clusters te maken. Maar als u denkt India ‘eens even’ te bezoeken tijdens één vakantie dan zit u er goed naast. De uitgestrektheid van het land en de verschillen in klimaat zijn gigantisch.

Fakir

Wat goed te doen is, is een bezoek aan de Gouden Sikhtempel. Erg interessant, in Amritsar, dicht bij de grens van Pakistan.

De immer een tulbanddragende Sikh is een best aardig mens in de omgang en zij zullen u met plezier en interesse uitleg geven over hun levenswijze en zeer aparte religie. U wordt zeker uitgenodigd tot het nuttigen van een overigens lekkere en voedzame maaltijd in hun tempel waar ze er dagelijks tienduizenden van verstrekken. Op nog geen uurtje vliegen ligt de zeer oosters aandoende en voornamelijk door Moslims bewoonde stad Jaipur waar u de Tai Mahal kunt bewonderen. Een perfect staaltje van architectuur en gezien het verhaal ook een ‘sprookje uit duizend-en-een-nacht,’ waarbij de vorst dit monument als herinnering liet bouwen voor zijn overleden geliefde. Combineer dit met de hoofdstad, de dubbelstad Delhi en New-Delhi, een wereld op zich. Van orde en wanorde, veel schitterende architectuur tot krottenwijken aan toe.

Delhi is dan wel de hoofdstad van het overwegende Hindoeïstische India, toch is een aanzienlijk deel van zijn bevolking Moslim. Dat dit spanningen geeft zal weinig lezers meer opzien baren.

Een andere combinatie is de religieuze stad Varanasi en het hele stroomgebied van de Ganges. Ook zeer goed te combineren met een uitstapje naar Nepal en het Himalaya-gebergte. Dan de combinatie Mumbai met het nabijgelegen Punah is een echte aanrader en daarna een weekje strand in het iets zuidelijker gelegen Goa. Bent u echt in voor de vele tempels en tradities van het Hindoeïsme dan is een rondrit in Zuid-India wat voor u. Met als topper de grote stad Madras aan de oostkust. Let wel op uw eten aldaar. De keuken van Madras staat bekend als de allerheetste keuken van India en het is er al zo bloedheet!

Traditioneel Portugees huis – Goa

Dat India redelijk tot zeer veilig is moge ook blijken uit het feit dat verhoudingsgewijs natuurlijk, Nederland als voorbeeld ruim drie keer zoveel gedetineerden telt als India en ook in India mag je toch echt niet stelen of de bank beroven! Speciaal vermeld moet absoluut worden dat India de grootste filmindustrie heeft van de wereld, ja, van de wereld. In India en met name in Mumbai worden meer films geproduceerd dan in Hollywood en men heeft een ongekend aantal tv-stations en dat terwijl er maar een staatszender is!

Van een Indiër heb ik eens gehoord dat hij pas echt arm is als hij geen bioscoopkaartje meer kan betalen of zich geen televisie meer kan veroorloven. Al is het maar een klein draagbaar dingetje die u in elke winkelstraat bij honderden te koop krijgt aangeboden.

India Gate – New-Delhi

India is een prachtbestemming, maar pas op en eet a.u.b. niet van de vele stalletjes, die u ‘overal en nergens’ vindt op straat en langs de vele tweebaanswegen, waar zich letterlijk alles over voortbeweegt met een ‘slakkengangetje.’ Autorijden in India is een ‘crime,’ zeker als je een ‘zwaar rechtervoetje’ hebt. Autowegen zoals wij die kennen, daar hebben ze slechts enkele kilometers van en net als in de treinen geldt de regel: ‘wie het eerst komt het eerst maalt.’

Humanyun’s Tomb – New-Delhi

De echte oerwouden die India nog heeft worden gaandeweg minder en minder en het primitieve in de zin van wild en ongerept, dat is nog een beetje te vinden in het oosten. Boven Bangladesh in het gebied Assam. Hier komt u overigens ook de minste toeristen tegen. Dit gebied is trouwens door stammentwisten redelijk onveilig en evenzo onveilig is de noordelijke deelstaat Kasjmir waar de tegenstellingen tussen Moslims en Hindoes nog steeds niet zijn uitgevochten.

Voor de rest ligt India voor u open en ik ken slechts twee soorten mensen die er geweest zijn: of ze houden van dit land en komen graag terug, of ze verafschuwen het en gaan hun heil voor een volgende reis elders zoeken.

Silvia Videler.

Reisverhalen: 32. Canada, land van ruimte en vele mogelijkheden.

december 13, 2009 By: silviavideler Category: Reisverhalen

Hoe men ook denkt over Canada. Bovenstaande uitspraak zal door vriend noch vijand bestreden kunnen worden. In vergelijk met bijvoorbeeld Nederland, is Canada ruim 260 keer, ja u leest het goed: twee honderd en zestig keer zo groot! Na Rusland het tweede land ter wereld in grootte, in oppervlakte dus. Die grote oppervlakte kunnen ze delen met slechts 32 miljoen inwoners. Trek daar de 3 grote miljoenen-plus-steden af, zoals Montreal, Toronto en Vancouver en nagenoeg het hele grondgebied is dan voor slechts 22 miljoen mensen. Je zou er haast verbaasd van moeten staan als je er iemand tegenkomt.

Parlement van Canada – Ottawa

Ook voor Canada geldt en evenzo in de VS, dat alles via de weg gaat en die Noord-Amerikanen zijn een reislustig volkje, dus het lijkt best een druk land, zij het in het zuiden. Op sommige plaatsen zijn er ook maar een of twee doorgaande wegen om in een ander deel van het land te komen. Want eigenlijk is het zuiden van Canada alleen maar bewoond. Alles wat ten noorden van een paar honderd kilometer brede strook ligt kun je verwaarlozen met betrekking tot het aantal mensen.

Het overgrote deel van Canada is gewoonweg leeg. Met af en toe een nederzetting en in het noorden vind je nog wel aardig wat Indianenstammen. Gaat u nog noordelijker, naar het nu inmiddels semi-onafhankelijke Nunavut en u vindt de Eskimo’s. Getalsmatig maken de Indianen slechts een te verwaarlozen onderdeel uit van het totaal aantal inwoners. Ruim 1.300.000 indianen, waarvan een miljoen echte en 300.000 gemengde indianen, doorgaans met blanken gemixt. Zij worden de Métis genoemd. De Eskimo’s echter tellen nog veel minder mensen en rekent men alle stammen tesamen: dan komt men amper op 58.000 mensen uit! Echter getalsmatig mogen zij dan met weinigen zijn, economisch gezien kosten zij het huidige Canada alleen maar handen vol geld. Werken is niet hun sterkste kant noch roeping. Het Departement Indian Affairs vertroetelt de indianen en probeert op deze manier de grote schuld die Canada wel degelijk heeft opgebouwd in de loop der eeuwen zo weer goed te maken. Met uitzinnige uitkeringen en alle mogelijke scholingsprojecten, waar overigens door de Indianen amper gebruik van wordt gemaakt. Dan bedoel ik de scholing en niet de uitkeringen die met graagte worden opgestreken en helaas dikwijls doorgaans aan drank opgaan. Want alcoholisme is vooral onder de Indianen een enorm probleem en dit met alle gevolgen voor hun toekomst.

Niagara Falls

De gemiddelde toerist zal echter bijna nooit zo hoog komen dat hij op grote groepen Indianen, laat staan op Eskimo’s stuit. Alleen rond de ongeveer een miljoen inwoners tellende en meest noordelijk gelegen grote stad Edmonton, dáár kan men redelijke grote groepen aantreffen.

Canada vind ik zelf het meest ‘Europese’ land van het werelddeel Amerika. Zowel wat betreft taal, qua mentaliteit en in nog veel meer zaken onderscheidt Canada zich zeker wel van de Verenigde Staten en met name in de wetgeving. De sociale wetgeving, bijvoorbeeld op het gebied van voorzieningen, daarin is Canada veel en veel verder ontwikkeld dan dat men in de VS is. Een van de meest opmerkelijke zaken in Canada is dat het een compleet tweetalig land betreft. Engels en Frans zijn de twee officiële talen. Elke staatsambtenaar dient kennis van beide talen te hebben! Frans wordt eigenlijk alleen maar gesproken in de provincie Québec. Wel Canada’s grootste provincie (Québec alleen al is 47 maal zo groot als Nederland!), maar met slechts een dikke 7 miljoen inwoners. Hiervan zijn er ruim 6,8 miljoen Franstalig. Deze hang naar separatisme en erkenning is soms grotesk.

Chinatown – Vancouver

Een klein voorbeeldje wat ik een keer zelf heb meegemaakt. Ik verbleef al een tijdje in New York, zo’n ruime 800 kilometer zuidelijk gelegen van de Franstalige provincie hoofdstad van Québec: Montreal. In een voorstad van Montreal woonden toen Nederlandse kennissen en die wilden we gaan bezoeken voor enkele dagen. Nou is de autoweg van New York naar Montreal voor 95% gelegen op Amerikaans grondgebied, dus voorzien van en met Engelstalige opschriften, uiteraard! Zoals ik al aangaf, ik verbleef al langer in de VS. Ik heb er zelfs een poos gewoond en mijn hele belevingswereld was gericht op het spreken en lezen van de Engelse taal. De grenscontrole bij Canada, grondig, maar toch effectief, was gauw achter de rug en vrijwel meteen zit je dan na enkele kilometers in de voorsteden van het grote Montreal.

Ik wist dat er ergens een ‘tussen door’ verbinding was met de wijk La Chine, waar ik moest wezen, maar die kende ik niet. Dat zou me de lange route via het centrum besparen. Alleen wist ik niet meer precies hoe ik dan moest rijden. Gelukkig zag ik een Canadese agent van politie, stopte en vroeg hem de meest directe weg naar de door mij gewenste wijk. De politieagent negeerde me compleet en keek als een ‘standbeeld’ het oneindige heelal in. Op dát moment realiseerde ik me dat ik de grote fout had gemaakt de man in het Engels aan te spreken in plaats van in het Frans. Onmiddellijk excuseerde ik mij, in het Frans natuurlijk en stelde hem opnieuw dezelfde vraag, maar nu in het Frans. Wetende dat hij de eerste vraag in het Engels zeker wel verstaan had. Ik werd opnieuw genegeerd en de man was duidelijk op zijn … eeeh ‘pik getrapt.’

Zoiets maak je alleen mee in Québec, waar de talenstrijd vele en vele malen erger is dan het ooit in België is geweest tussen Vlamingen en Walen.

Children Of A Common Mother (foto: Manfred Wittenbols)

Montreal is een der grootste Franstalige steden ter wereld en ademt ook echt een Franse sfeer uit.

Lekker rommelig en een beetje ‘comme si, comme ca.’ De Franstaligen hebben diverse wetten weten te forceren of erdoor weten te krijgen, waarmee zij nu zelfs bevoordeeld zijn ten aanzien van de rest van Canada. Lagen ze vroeger gemiddeld achter op de Engelstaligen, tegenwoordig is dat ten gunste van hen gekeerd. Echter wat betreft productiviteit, vlijt en arbeidsinstelling zal menige ondernemer het toch prettiger vinden in het Engelstalige gedeelte te opereren dan bij de veeleisende Québécois.

Een vergelijk met het immer stakende en ontevreden Wallonië met Vlaanderen gaat hier wel tot op zekere hoogte op. Het grote geld wordt dan ook in de rest van Canada gemaakt, alleen een onevenredig groot deel vloeit terug in de zaken van de ‘wat minder actieve Franstaligen.’ “Zo, dat is mooi diplomatiek uitgedrukt!”

Toch zijn Montreal en de nabij gelegen stad Québec de twee voornaamste toeristische attracties van dit deel van de provincie Québec. Beiden gelegen aan de zeer brede rivier de Sint-Laurens. Andere plaatsen in deze immense grote provincie zijn wat betreft grootte te verwaarlozen en zeker het grote noordelijke gebied bestaat hoofdzakelijk uit bos, bos en nog eens bos.

Icefields Parkway

Ten oosten van Québec liggen de zogenaamde ‘armere’ kleine provincies van Canada: Newfoundland, New Brunswick, Nova Scotia en het ‘piepkleine’ Prince Edward Island.

Deze gebieden zijn weer Engelstalig en de enige stad van betekenis is de zeehaven Halifax. Voor toeristen zijn deze gebieden heerlijk als men van vissen, varen en vis eten houdt. Maar echt spectaculair … nou nee. Geen hoge bergen, geen adembenemende landschappen. Geen grote steden, maar wel rust en natuur.

De andere provincie die voor ons Nederlanders erg bekend is, omdat er zovelen naar toe vertrokken zijn, is Ontario. Deze ‘grillig’ gevormde provincie kent een aantal absolute ‘highlights,’ toeristische toppers, liever gezegd. Helemaal in het zuiden liggen de Niagara Falls, de dubbele waterval, welke aan Canadese kant veel en veel indrukwekkender is dan vanaf de Amerikaanse zijde. Het gelijknamige stadje bij deze grote watervallen is eigenlijk amper een bezoek waard. Eerlijk gezegd geldt dat dan voor zowel de Amerikaanse kant van de watervallen als van de Canadese. Echt knus, of ‘cosey’ zoals ze daar zeggen is de omgeving echter niet, ondanks de vele ‘honeymoon-motelletjes.’ Nou moet mij van het hart dat het woord ‘gezellig’ eigenlijk maar op weinig plaatsen betrekking heeft wat Canada betreft.

Windmolens in Canada – Ontario (foto: Rinie Wittenbols)

Indrukwekkend, groots, enorm, prachtig, majestueus, wijds en zelfs druk. Allemaal woorden die wel ergens thuis horen in of bij de een of andere beschrijving van plaatsen en streken in Canada. Maar gezellig? Sfeertjes zoals langs de Rijn of gelijk op een Parijs’ terrasje of het pittoreske van de Engelse countrysite? Neen, die zijn hier echt niet te vinden! Natuurlijk zijn er hotelletjes, restaurants en ook bij mensen thuis waar het zo is wat wij zouden noemen: gezellig en knus. Ook het zogenaamde ‘stedenschoon’ en de oude centra van steden zijn, wellicht op Vancouver in het westen na en de oude binnenstad van Québec, haast niet te vinden.

Toronto, de grootste Canadese stad is vooral efficiënt en zeker voor Noord-Amerikaanse begrippen een echte groene stad. Met ontelbare parken waar je jezelf heerlijk kunt vermaken. Vele winkels, vele mogelijkheden op allerhande gebied en dat bedoel ik dus precies zo als ik het schrijf. Maar echt knus? Nee dus! Ga vooral niet een dure rondrit door de stad maken maar koop twee tramkaartjes voor een ‘prikkie.’ Rij tot het eindpunt en terug en u heeft een fantastisch beeld van de stad. Uitleg vindt u in elk boekje over Toronto, wat overal voor eveneens een ‘prikkie’ te koop is.

De enige steden met een beetje historie en dan moet u denken aan hooguit enkele eeuwen geleden en niet veel meer, dat zijn dan: Kingston en ook Ottawa, de hoofdstad en administratief centrum van Canada. Niet al te groot maar de regeringsgebouwen zijn op z’n minst indrukwekkend te noemen. Als laatste zou ik Hamilton een aanrader durven noemen.

Toronto

Dan heeft u ook het hele relatief dichtbevolkte zuidoosten van de hele grote provincie Ontario gehad. De Amerikaans-Canadese grote meren (binnenzeeën) zijn ook een bezoekje waard. De rest van de provincie Ontario is of landbouwgebied of meer naar het noorden toe: laaggelegen onontgonnen gebied met heel veel bos en dat grenzend tot de Hudsonbaai aan toe. Ook de Hudsonbaai waar u tijdens een bezoek in Canada veel over zult horen en zeker over de gelijknamige Hudson’s Bay Company is echt niet zo’n grote reis waard. In de winter al zeker niet vanwege de extreme koude tot minus 40 graden en in de zomer word je er ‘opgevreten’ door de muggen en ander ongedierte. Ga je zelf met de auto, wat mogelijk is, wacht u dan voor de eventuele beren.

Deze beesten zijn volstrekt onbetrouwbaar, immer op zoek naar voedsel en volslagen ‘gespeend’ van humor. Het lijken wel Amerikaanse douanebeambten. Zo chagrijnig, maar vooral gevaarlijk. Het zijn geenszins de lieve beren uit de Donald Duck, die kom je hooguit in de veel zuidelijker gelegen Amerikaanse nationale parken tegen. Daar zijn ze echt volgevreten vanwege de vele gulle toeristen. In de Canadese afgelegen gebieden hebben ze deze vriendelijke bevoorrading en bekijks niet zoveel en zijn op die grond wat minder kieskeurig in hun dagelijkse voedselvoorziening. U zou een welkome afwisseling kunnen worden van hun menu!

Rocky Mountains nabij Calgary

Als men dan richting westen rijdt over de befaamde Trans-Canadian Highway, die bijna overal vierbaans is dan komt u vanzelf in de drie grote landbouwstaten terecht.

Van oost naar west zijn dat: Manitoba met Winnipeg als hoofdstad en waar de grootste graanschuren van Canada te bewonderen zijn. Dan het even verderop gelegen Saskatchewan met maar twee enigszins grote en belangrijke steden, te weten Regina en Saskatoon. Al deze steden lijken in zekere mate op elkaar.

Een druk vrij groot centrum met wolkenkrabbers en grote warenhuizen en de zogenaamde administratieve buildings en onafzienlijke rijen laagbouw. Woningen in allerlei prijsklassen. Maar voornamelijk bungalowbouw met grote tuinen. Ruimte zat en de grond is relatief goedkoop. De lanen (avenues) zijn kilometers lang en de huisnummering loopt tot in de duizenden. Dat geldt ook voor de volgende provincie Alberta. Met eveneens twee grote steden, Calgary de hoofdstad en Edmonton zo’n kleine zeshonderd kilometer noordelijker gelegen.

Lake Huron – Ontario (foto: Rinie Wittenbols)

Eenmaal in Alberta en u heeft de voet bereikt van de befaamde Rocky Mountains. Een berggebied wat zich vanuit Alaska in het hoge noorden over heel west Canada uitstrekt tot diep in de VS. Een schitterend gebied voor elke natuurliefhebber. Prachtig aangelegde campings voorzien van alle, maar dan ook letterlijk alle gemakken.

Denk aan de vele campers die hier rondrijden en op de diverse campings graag geziene gasten zijn, maar daar ook hun nodige voorraden in moeten slaan. Echt veel keus aan wegen heeft u overigens niet als u eenmaal in de allermooiste provincie van Canada bent aangekomen: British Columbia. Er zijn slechts enkele routes die u naar de westkust brengen. Welke de mooiste is zou ik niet durven zeggen, smaken verschillen. Maar dé omweg via het stadje Prince Rupert en dan afzakken naar het zuiden tot Vancouver en u vergeet het nooit meer. Daarmee zijn de Alpen vergeleken maar erg klein. Dan bedoel ik niet zozeer de hoogte van sommige bergen, dat valt wel mee, maar de grootte van het gebied.

Edmonton

Vergewist u wel even van de te rijden afstanden. Houdt er ook rekening mee dat zowel de Canadezen als de Amerikanen veel fanatieker controleren op snelheid dan onze ‘Hermandad.’ Die ‘blauwe jongens’ hier schijnen er al een soort van hobby van te maken. Nou, daar is het nog erger! Bovendien kunt u 100 kilometer per uur in de bergen bijna nergens halen en dat is naar Canadese begrippen al een ‘bloedgang.’ Eenmaal aangekomen in Vancouver en u staat echt verbaasd. Want als er een stad in meerdere opzichten echt mooi is, dan is dat Vancouver (vernoemd overigens naar Coevorden in Nederland). Deze stad heeft een hele andere sfeer dan alle andere Canadese steden die toch wel vrij onpersoonlijk zijn. Misschien ook door de zeer grote variatie aan bevolkingsgroepen.

Waren de Oost-Amerikaanse steden vroeger te typeren door de speciale wijken vol met immigranten uit bepaalde landen, die elk hun eigen wijk hadden, zoals een Duitse wijk, een Little Italy, een Spaanstalige wijk enz., zo kent Vancouver een grote Chinese wijk, maar ook erg veel Vietnamezen en Koreanen met uiteraard hun eigen wijken.

Heel interessant en leerzaam en geenszins gevaarlijk. De misdaad in Canada ligt trouwens op een zeer aanvaardbaar niveau en op het platteland is de misdaad zelfs hoegenaamd afwezig. Wat ik wel ‘misdadig’ zou vinden is: als u in Vancouver bent en u neemt niet de pont naar Vancouver Island met de grote plaats Victoria als hoofdstad. Dan zou u zich zelf echt tekort doen. Vanuit Vancouver vertrekken regelmatig cruiseschepen richting noorden en Alaska. Als u voor relatief weinig geld een van de meest schitterende zeetochten ooit wilt meemaken, neem een week extra en vaar naar het hoge noorden. De fjorden, de ijsbergen, de flora en de fauna, de nederzettingen kortom de hele ervaring is werkelijk uniek.

Landschap Canada – Ontario (foto: Rinie Wittenbols)

Toch is Canada verre van volledig besproken. Er zijn nog drie gebieden: Het Yukon Territory. Helaas ken ik u niet uit eigen ervaring hier iets over vertellen. Het is minstens net zo bergachtig als British Columbia en ligt tegen Alaska aan. Slechts een kleine stad Whitehorse is van enige betekenis. Dan zijn er nog de zogenaamde North-West Territories. Voornamelijk woest en leeg laagland met slechts enkele nederzettingen van houthakkers en sinds kort is men er ook driftig op zoek naar olie en dan de nieuwe autonome staat Nunavut, de Eskimostaat met slechts enkele tienduizenden inwoners verdeeld over een gebied zo groot als Europa met een enorm aantal grote eilanden in het noorden. Ook hier vindt men nog enkele settlements. Dorpen kun je dat eigenlijk niet meer noemen, getuige de foto’s die ik er van gezien heb. Met de auto of 4WD kun je zelfs daar niet komen. Toeristen die dit gebied willen bezoeken zijn afhankelijk van een vliegtuig(je) en de prijzen die een dergelijke onderneming kost zijn ronduit extravagant te noemen.

Montreal

Als u naar Canada reist neem a.u.b. een creditcard mee. Zonder een dergelijk ding beschouwt men u als een ‘verdacht’ persoon en zeker niet kredietwaardig. Bij het huren van een auto heeft u het sowieso nodig. Ook in vele hotels kijkt men wel erg vreemd op als u de rekening contant wilt voldoen. In restaurants is het geven van fooien net als in de VS min of meer een plicht. De lage lonen voor bedienend personeel zijn er dan ook op afgestemd. De Canadese Dollar is een stuk minder waard dan de US-Dollar en geld wisselen kan zeker in kleinere plaatsen op grote problemen stuiten. Wat naast de onvermijdelijke huurauto, je kunt echt niet zonder, ook een optie is, dat is bijvoorbeeld in Halifax of Montreal of Toronto de trein nemen naar de west, eindstation Vancouver. In vier tot zes dagen afhankelijk waar u begint met de reis, rijdt de trein dwars door Zuid-Canada. Ook hier liggen de gemiddelde snelheden vrij laag en zeker niet op Europees niveau. Staat tegenover dat u wel gedurende de nachten doorrijdt en dat scheelt een hoop tijd! en kostenbesparing voor de toch wel dure Canadese overnachtingen.

Afgezien van de vele immigranten uit Oost-Azië is Canada voornamelijk een Christelijk land. Zowel de Rooms-Katholieke kerk (44%) als de vele Protestantse denominaties (47%) zijn veel en veel meer bij hun kerk (gemeenschap) betrokken dan wij hier zijn. De kerk is niet alleen een geestelijk centrum maar zeker in de kleinere plaatsen ook het sociale en maatschappelijke middelpunt van een gemeenschap. Praktische ontkerkelijking vind je dan ook bijna alleen maar in de hele grote steden. Over de onmisbare auto had ik het al gehad. Bijna 1 op 2 Canadezen, inclusief ouderen en baby’s, heeft een auto. Het openbaar vervoer, zeker buiten de steden is wellicht goed te noemen van plaats tot plaats, maar in de plaatsen zelf laat het doorgaans te wensen over. Haast iedereen die de leeftijd heeft vanaf 16 jaar! rijdt tenslotte zelf een auto. Zodoende is openbaar vervoer toch een ander onderwerp dan in Nederland waarin elke uithoek minstens om het uur een bus komt al of niet op afroep.

The Hockey Hall of Fame – Toronto

De vele tienduizenden Nederlanders die er sinds de jaren na de tweede wereldoorlog naar zijn geëmigreerd zijn zowat allen geslaagd in hun opzet. Het is een land met grote mogelijkheden voor iedereen die de handen uit de mouwen willen steken. Wat mij in het bijzonder opviel is het gevoel voor service. Zowel in de winkels als in de horeca. De bereidwilligheid om anderen te helpen en het openstaan voor vreemdelingen.

Spontaniteit en gastvrijheid heb ik alom ontmoet en de enige restrictie die ik maak is het Franssprekende gedeelte. Daar is men erg ‘op zich zelf ‘ en stukken minder vriendelijk en open voor toeristen. Het zou me overigens niets verbazen dat dit aan de taal ligt! Want als je denkt redelijk Frans te spreken en je laat dat los op de Frans-Canadezen dan heb je toch weer een nieuw probleem. Na drie borrels, van hen uit gesproken dan, wel dan kan ik ze dus echt niet meer verstaan. Laat staan als ik er dan ook nog eens drie op heb, dan is de spraakverwarring compleet. Reizen naar Canada is geenszins duur meer. Ging men vroeger ‘voor het leven’ weg, toen nog met de (stoom) boot, nu is men soms voor een ‘prikkie’ aan de andere kant.

Diverse Canadese luchtvaartmaatschappijen en ook Martinair hebben geregelde en goedkope lijndiensten én chartervluchten op vele Canadese luchthavens. Ik heb weleens uitgerekend dat als je met tweeën vliegt via een goedkope chartermaatschappij, je goedkoper uitbent dan met de eigen auto naar een of andere Costa in Spanje met al die tolwegen en dure benzine. Canada is een aanrader van de eerste orde!

Silvia Videler.