Een hele goede film voor hen die het VAN DE WET verwachten en van het doen van GOEDE WERKEN.
Met dank aan Carla C.
Met dank aan Carla C.
Bron: bovendien.com
Marie Claire, een “koninklijk” weeskind.
Volgens Mr. Carry Hamburger van Knoops & Partners [de juridische bron] zou ‘Maria Jacoba Roovers’, die volgens de Burgerlijke Stand van de gemeente Ginneken is geboren op 11 maart 1927, een ‘onwettige’ dochter van prinses Juliana zijn, die begin februari 1926 op paleis Noordeinde in Den Haag werd verwekt door haar eigen vader, prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina. Haar officiële voornamen zijn ‘Maria Jacoba’. Sinds 1959, toen haar zoektocht naar haar biologische ouders meer vorm kreeg, is ze zich ‘Marie Claire’ gaan noemen en die wens tot verandering van haar voornamen zal in dit onderzoek worden uitgedragen. Marie Claire overleed op 3 oktober 1997 in het St.Anna ziekenhuis te Geldrop en werd, zoals ze in haar laatste wil had aangegeven, in Heeze gecremeerd.
De juridische bron januari 2009
A – Een brief van de HR
De naam ‘Maria Jacoba Roovers’ [1927] is verbonden aan het Valkenhorst-arrest van de Hoge Raad [ 15 april 1994] inzake het recht op inzage in het archief van de stichting Valkenhorst vh. stichting Moederheil te Breda om te achterhalen wie haar biologische ouders waren. Zij ontving volgens de bron vlak voor haar dood in 1997 een vertrouwelijke brief van een lid van de Hoge Raad. Tot dusver zijn er geen aanwijzingen gevonden dat Marie Claire de brief van de Hoge Raad ook werkelijk heeft ontvangen. Wel is in documenten te lezen dat Marie Claire haar eerste testament van oktober 1996 tot stand kwam met daarin o.a. de oprichting van en de statuten van de stichting “Marie Louise Julia” en de wensen m.b.t. de begrafenis in Ulvenhout, gemeente Nieuw Ginneken. Gezien de gezondheidstoestand van Marie Claire moest deze opgerichte stichting, na haar overlijden, de rechtsopvolger in de gerechtelijke procedures worden in de betwisting van staat. In die betwisting van staat eiste Marie Claire 7 miljoen gulden van de Staat der Nederlanden. Een opvallend gegeven is dat Marie Claire in januari 1997 door haar advocaat gedwongen werd een andere notaris in te schakelen wat de oprichting van de stichting betrof. Die stichting stond echter al ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in Utrecht onder nummer 265667 en zou in de zomer van 1997 worden overgeschreven naar Eindhoven. De nieuwe notaris, vergezeld door twee getuigen, verscheen op 30 september aan haar ziekbed i.v.m het testament en de stichting. Die ondertekening vond dus drie dagen voor Marie Claire’s sterfdag plaats. Over de inhoud van het tweede en laatste testament is slechts bekend dat daarin volgens de notaris de rechtsopvolging is geregeld. Aangenomen wordt dat de crematie i.p.v. een begrafenis daar ook in vermeld werd.
In de zoektocht naar de mogelijke briefschrijver van de Hoge raad kwam behalve Mr. W.Snijders, oud raadsheer en vanaf 1986 tot aan zijn pensioen vice-president van de Hoge Raad, ook de toenmalige griffier Jhr. Wouter van Nispen tot Sevenaer [ geb. 1937 - 2008] in beeld, indien deze griffier namens een lid van de Hoge Raad de brief geschreven zou hebben.
Over de gerechtelijke procedures die Marie Claire tussen 1988 en haar dood in 1997 voerde, zijn vele officiële documenten ter beschikking gekomen w.o. ook correspondentie met de diverse advocaten die haar in die periode hebben bijgestaan. Die correspondentie werpt een heel ander licht op deze zaak, waarin een kind van koninklijke bloede een kind van de Staat werd en volledig was overgeleverd aan de willekeur van de Staat der Nederlanden, die haar vanaf november 1926 tot aan haar dood in haar doen en laten heeft gevolgd en in al haar pogingen tot opheldering van haar afstamming werd tegengewerkt. Dit historisch onderzoek is de voortzetting van Marie Claire’s levenslange verlangen haar biologische moeder te mogen ontmoeten. Haar verwekker prins Hendrik was al in juni 1934 gestorven. In 1981 schreef ze een zeer persoonlijke brief aan prinses Juliana, haar biologische moeder dus. In het antwoord op die brief liet haar moeder via haar persoonlijke secretaresse weten dat ze niets voor Marie Claire kon doen. In juli 1995 schreef ze een persoonlijke brief aan de huidige koningin Beatrix, waarin ze o.a. aangaf dat prins Hendrik haar vader was. Deze brief heeft wegens interventie van de toenmalige directeur van het Kabinet der Koningin, de heer Felix E. R. Rhodius, Hare Majesteit nooit bereikt. Beide brieven van Marie Claire en de officiële reacties daarop zullen hier in de nabije toekomst gepubliceerd worden.
B – een dossier
Er bevindt zich in de kluis van Knoops & Partners te Amsterdam een dossier dat in bewaring is gegeven door een cliënt die in de tussentijd is overleden. De bron zelf heeft, voorzover hier bekend, aangegeven dat er een direct verband is tussen de HR brief aan Marie Claire en het dossier. Wie de cliënt was en of deze cliënt ook eigenaar van het dossier was, is nog niet duidelijk. De bron gaf aan dat het dossier niet meer zou worden opgehaald. Of het een verzegeld dossier is, is ook nog niet duidelijk. Wel is bekend dat de cliënt over de inhoud van het dossier met de bron heeft gesproken. Deze juridische bron verbond Marie Claire aan prins Hendrik en prinses Juliana.
Nader onderzoek heeft definitief aangetoond dat dit dossier door Marie Claire zelf bij Knoops & Partners in bewaring is gegegeven. Aangezien de cliënte in 1997 is overleden, behoorde dit dossier tot haar nalatenschap. Er zijn, dat moge duidelijk zijn, geen erfgenamen en dus zal dit dossier in 2017 eigendom van de Staat der Nederlanden worden. De vraag wat Mr. Carry Hamburger bezielde om in januari 2009 haar geheimhoudingsplicht als advocate te schenden door aan een journalist in een onderonsje vertrouwelijke informatie te verschaffen, zal aan de hand van de authentieke documenten nu nader worden onderzocht.
C – een ‘verdwenen’ dossier
In de zaak van ‘t Sant is ook een ‘pak papieren’ verdwenen waarvan de inhoud onbekend is.
Dit verdwenen ‘dossier’ is sinds mei 1940 spoorloos, nadat het in 1935, na de conclusies van de ereraad, door koningin Wilhelmina in het geheime archief van het Kabinet der Koningin als haar persoonlijk eigendom was gedeponeerd, met de aantekening dat het pas na haar overlijden alleen door haar dochter Juliana mocht worden geopend. Op 7 mei 1940 werd dit pak papieren bij haar Kabinet opgehaald en op 13 mei 1940 door Wilhelmina meegenomen naar Londen met in haar kielzog o.a. Francois van ‘t Sant en opvallend genoeg ook Jhr. Mr. Hendrik F.L.K. van Vredenburch, de zoon van de in 1927 overleden gezant in Brussel en de enige beleidsambtenaar van Buitenlandse Zaken, die in opdracht van koningin Wilhelmina, samen met marine-adjudant Post Uiterweer, belast was met het veiligstellen van een groot deel van het Oranjekapitaal. Twee koffers vol waardepapieren die bij de overtocht naar Engeland door de twee bewakers dienden als hoofdkussen.
Historici hebben aangegeven dat bijna alle stukken in “de zaak Van ‘t Sant”, veelal op verzoek van koningin Wilhelmina, door de direct betrokkenen ook werkelijk zijn vernietigd. Jhr. Mr. Gerard Beelaerts van Blokland, de oudste zoon vond na het overlijden van zijn vader jhr. Mr. F. Beelaerts van Blokland in 1956 in het familie-archief nog een dossier over van ‘t Sant, die hij naar eigen zeggen toen heeft verbrand. Of dat ook zo is wordt hier nader onderzocht. Deze jonkheer werd in 1943 door koningin Wilhelmina teruggeroepen naar Londen vanwege gezondsheidsproblemen van zijn vader. Hare Majesteit nam hem in dienst als ordonnansofficier. Hij woonde die laatste oorlogsjaren bij zijn vader, die samen met jhr.mr. G.C.W. Tets van Goudriaan [1882 -1948], directeur van het Kabinet der Koningin, in Queens Anne’s Mansions in Buckingham Gate een flat hadden gehuurd.
In dit onderzoek werd onderzocht of het dossier in de kluis van de juridische bron misschien dit ‘verdwenen’ persoonlijke dossier van Wilhelmina zou kunnen zijn en of Wilhelmina dat dossier na de oorlog bij jhr. mr. Frans Beelaerts van Blokland, haar vertrouweling en de onderkoning van Nederland, in bewaring heeft gegeven. Dat is dus, gezien de actuele stand van zaken in het onderzoek, niet het geval. Of Juliana na de dood van haar moeder op 28 november 1962 dit dossier toch onder ogen kreeg, is tot nu toe niet achterhaald.
Volg het spoor terug 1
Met dank aan: Beatrice Schokkaert
Volgens James Pritchard was de Babylonische ballingschap de belangrijkste gebeurtenis voor Israël wegens het stempel dat het naliet op het jodendom.
De stad Babel/Babylon wordt in de bijbelse apocalyptiek gezien als type van de bron van immens kwaad (zie ook satan) en het machtscentrum van de tegenstrevers van God. Volgens het boek Openbaring van Johannes wordt de stad Babel/Babylon op het eind van de menselijke geschiedenis verwoest. Of dit letterlijk opgevat moet worden is steeds een discussiepunt tussen Bijbeluitleggers gebleven. De meesten van hen gaan ervan uit dat de stad Babel/Babylon als zinnebeeld voor een goddeloos systeem moet worden gezien. Anderen menen dat de stad Babel/Babylon in de eindtijd letterlijk herbouwd is en ook letterlijk door God wordt vernietigd.
De stad Babel/Babylonië wordt meerdere keren genoemd als “Babel de grote hoer”, dit kwam door de (van een Bijbels standpunt geziene) afgoderij van de bewoners. De stad Babel/Babylon staat in de Bijbel dan ook symbool voor alles wat met perverse en onreine zaken te maken heeft.
Volgens de Bijbelboeken zou de profeet Jesaja voorzegd hebben dat de machtige, onoverwinnelijke stad Babel/Babylon zou worden verslagen en zo volkomen door de Meden verwoest, dat hij daarna nooit meer zou worden bevolkt. (Jesaja 13:17-22) In die tijd was dit een verbazingwekkende voorzegging, want de stad Babel/Babylon werd beschouwd als een van de zeven wonderen van de oude wereld (of althans haar hangende tuinen) en werd onneembaar geacht. Toch belegerden naar schatting 150 jaar na Jesaja’s voorzegging de Meden en de Perzen de torenhoge muren van de stad Babel/Babylon. Dat was geen kleinigheid. Deze muren waren vijfenveertig meter hoog en zo breed dat er vijf wagens naast elkaar overheen konden rijden. Maar de Meden en de Perzen waren slim. Zij damden de rivier de Eufraat af die onder de Babylonische muur door naar de stad stroomde. Terwijl de stad Babel/Babylon zich bedronk op een door de koning aangericht feest, marcheerde het leger van de Meden over de droge rivierbedding onder de muur door en veroverde de stad. In dezelfde nacht verscheen voor de arrogante Babylonische koning Belsazar het ‘teken aan de wand’: mene, mene, tekel, en parsin. De profeet Daniël gaf de dronken menigte hiervoor de volgende verklaring: ‘God heeft uw koningschap geteld en er een einde aan gemaakt; gij zijt in de weegschaal gewogen en te licht bevonden. Uw koninkrijk is gebroken en aan de Meden en Perzen gegeven.’ Die nacht ging het Babylonische koninkrijk te gronde. (Daniël 5:1-30)
Over de discussie over de verhouding Bijbelse teksten en Babylonische teksten zie: Babel und Bibel (Duits voor: Babel en Bijbel).
De godin Inanna terracotta plaket van 2000-1700 v.Chr.
In de Bijbel is het verhaal opgedoken over de zogenaamde Toren van Babel, dat deels uiting geeft aan de afgunst voor de cultuur waarin de ziggurat als symbool centraal stond, en anderzijds teruggaat op een oude Sumerische mythe. Het combineerde de Joodse moraal met hun minachting voor de ‘heidenen’ die de oude moedergodincultus beleden.[32] De toren waaraan gerefereerd wordt heeft in feite nooit het probleem van de taalverwarring gekend, want het gaat om de ziggurat waar bovenop de tempel van de moedergodin stond en die dus al heel vroeg volledig is afgeraakt. Volgens de ontdekking van de grondvesten door Koldewey was deze 91 meter hoog en breed. In de ogen van de joden werd het heiligdom als symbool van decadentie gezien, temeer vanwege het gebruik van de hiëros gamos die er jaarlijks met Nieuwjaar plaatsvond. Bij dat feest bepalen de goden het lot van de twaalf maanden en wordt de aarde geregenereerd door a-ki-til, de kracht die de wereld doet herleven, dankzij het ritueel. Dit ritueel duurde 12 dagen, waarin de koning na boetedoening op zekere dag in processie naar boven trok om in de kleine tempel bovenaan de ziggurat de sacrale seksuele verbintenis te realiseren met de priesteres die de godin op aarde vertegenwoordigt. Anders dan in onze gemeenzame opvatting was de tempel niet alleen een heiligdom voor de cultus, maar ook het symbool voor de hele stad met haar eigen schutsgodin. Het hele gebouw symboliseerde de band tussen hemel en aarde. In de praktijk was het evenzeer het centrum van de religieuze cultus als dat van de administratieve en economische leefwereld. De En of koning-priester belichaamde de top van deze functie. De tempel verwees naar de Me, de wetmatigheid die in de hemel geldt, en was aldus een symbolische afbeelding van de visie van de kosmos. De toren heette dan ook Huis dat het fundament is van Hemel en Aarde.[33] Het had acht à 9 niveaus, en het dateerde in feite al uit de Oud-Babylonische tijd (ca. 1800-1530 v.Chr.)
De scheldterm Hoer van Babylon verschijnt voor het eerst in geschriften van joodse profeten die zelf de Babylonische ballingschap hadden ondergaan. ‘Hoererij’ heeft in het Hebreeuws de betekenis van ‘afgoderij’. Hiermee wordt bedoeld dat men andere goden dient dan Jahweh.
Met de term ‘Hoer van Babylon’ werd dus aanvankelijk bedoeld: de eredienst van de godin die schutsgodin was van Babylon, Inanna wier priesteressen er voor de puriteinse joden onbegrepen en ongewaardeerde rituelen op na hielden. Voor de oude Mesopotamiërs, zoals voor andere oude culturen, waren religie en seks onafscheidelijk verbonden en stonden beide in het teken van de vruchtbaarheid (van het land en van de mensen).
Herodotos, antiek auteur, en lang als ‘heidens’ beschouwd en geweerd, rapporteerde in de 5e eeuw v.Chr. over de manier waarop de rituele praktijken in Babylon werden gepercipieerd. Hij beschreef de oude stad “als een oord waar jonge meisjes in een tempel moesten wachten tot een man een zilveren munt in hun schoot wierp en ze dan moesten meegaan naar een kamertje“. Hiermee doelde hij ongetwijfeld op de tempelprostitutie die in tegenstelling tot de koninklijke hiëros gamos voor de gewone lieden bedoeld was.
De term ‘Hoer van Babylon’ is in het noorden en het westen ingeburgerd naar aanleiding van de Openbaring van Johannes, waarin hij zijn apocalyptische visioen beschreef. In zijn visie zag hij ‘de Hoer van Babylon’ op een scharlakenrood beest zitten. Maar hij refereerde hiermee niet aan Babylon, maar aan het in zijn ogen decadente Rome, dat het christendom bestreed.
Later zou Maarten Luther de Hoer van Babylon ook in Rome situeren. Maar hij doelde toen op het kerkelijk instituut.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Babylon_(stad)
Robert Koldewey en de Toren van Babel
| Wat Koldewey opgroef was niet meer dan het enorme fundament. Maar er waren inscripties die hem vertelden dat de toren had bestaan. De toren waarvan de bijbel spreekt (en die zonder twijfelgebouwd is) moet stellig reeds ten tijde van Hammoerabi vergaan zijn geweest. Later had er hier een gestaan die het nageslacht als aandenken aan de oude had opgericht.Naboeplassar liet deze woorden na:‘Te dien tijde gebood Mardoek mij, de toren van Babel, die in de tijd vóór mij verzwakt was en op instorten stond, zijn fundament aan de borst van de onderwereld stevig te grondvesten, terwijl de top naar de hemel moet streven.’En Nebukadnezar, zijn zoon vervolgde, opdat hij met de hemel wedijvere, daar legde ik de hand aan.’In enorme terrassen was de toren opgetrokken. Herodotus geeft acht op elkaar staande torens aan, waarvan de volgende steeds kleiner was dan de vorige, totdat zich op de kleinste, hoog boven alle landen, de tempel verhief. (in werkelijkheid waren het zeven torens).
Negentig meter breed was zijn fundament en negentig meter was ook de hoogte van deze toren. Vijfentachtig miljoen tichestenen waren bij de bouw ervan gebruikt en de toren beheerste het hele landschap. Drieëndertig meter hoog was de eerste verdieping, achttien de tweede, de 3de , 4de en 5de verdieping waren elk zes meter hoog, maar vijftien meter hoog was de tempel van Mardoek, de god van Babylon, bedekt met goud en versierd met blauwe tegels, wijd uitstralend als een groet aan de reizigers |
Wanneer de Babylonische ziggurah (zikoerrat, zigura en ziggurah zijn de verschillende schrijfwijzen voor de verzamelnaam der Soemerisch-Babylonische trappiramiden of torens) in verval raakte en meer dan eens werd verwoest, dan werd ze weer opnieuw opgericht en versierd. Dit was het verschil met de Piramiden van Egypte waar het bouwwerk voor één vorst werd opgericht. De ziggurah daarentegen was het heiligdom van het volk.
Rondom de toren, met een muur er omheen, stonden de huizen waarin de pelgrims woonden als ze op de grote feestdagen van verre kwamen om zich op de processie voor te bereiden. Maar ook de huizen voor de priesters van Mardoek die, als priesters van een god die de koningen kroonden, ongetwijfeld machtig waren. Zo was deze hof, waar zich in het midden Etemenaki verhief, het Baylonische vaticaan, maar geheimzinniger en van een cyclopische ( reusachtige) pracht.
Toekoelti-ninoerta, Sargon, Sanherib en Assoebanipal bestormden Babel en verwoesten ook Mardoeks heiligdom, Etemanaki – de Toren van Babel – Naboepolasser en Nebukadnezar bouwden hem weer op.
Toen Cyrus, de Pers, de stad na Nebukadnezars dood in het jaar 539 voor Christus veroverde, was hij de eerste overwinnaar die hem niet verwoestte.
Nog eenmaal werd de toren verwoest. Xerxes, de Pers, liet niets dan puin achter, dat Alexander de Grote toen op zijn terugtocht uit India voor zich zag. Twee maanden lang liet hij tienduizend man werken om het puin op te ruimen, tenslotte zijn hele leger.
Zevenentwintig eeuwen later stond op dezelfde plaats een geleerde. Niet opzoek naar roem maar naar wetenschap! Niet met tienduizend man maar slechts met tweehonderdvijftig man.
De toren van Babel werd door de Babyloniërs Etemenanki genoemd, de grondsteen van hemel en aarde.
http://www.seniorplaza.nl/WereldwonderBabylon.htm
Iedere sector kent zijn eigen jargon; het taaltje dat alleen mensen in het vakgebied spreken en begrijpen. Voor een buitenstaander klinkt dat soms als koeterwaals in de oren. Jargon kan handig en efficiënt zijn: iedereen in het vak weet precies wat iemand bedoelt, een half woord is genoeg. Maar wat als iedereen dénkt te weten wat met bepaalde termen bedoeld wordt, maar niemand eigenlijk meer precies de betekenis weet? Is dat niet wat er aan de hand is in de ruimtelijk ordening?
Sinds ik als eindredacteur bij RUIMTEVOLK ben betrokken, krijg ik met enige regelmaat formuleringen onder ogen waar ik met de beste wil van de wereld geen chocola van kan maken. Om een idee te geven hier enkele voorbeelden: ‘Ontwikkelaars in New York krijgen een bonus als ze een handreiking doen aan het stedelijk leven’, of ’de identiteit van de publieke ruimte moet de kans krijgen om, terug te stralen naar de architectuur’, en ‘het winkelen is geoptimaliseerd’.
Een ‘handreiking doen’, is dat net zoiets als een gouden handdruk? Bij ‘identiteit die terugstraalt naar architectuur’ krijg ik associaties met Star Trek en ’beam me up, Scotty’ en sinds wanneer is het optimaliseren van winkelen een activiteit? Dat moet interessante conversatiestof geven op een borrel: “En wat doe jij zoal in het dagelijks leven?” “Wel, ik optimaliseer het winkelen.” Ondertussen is nog steeds onduidelijk of het nu betekent dat winkels makkelijker bereikbaar zijn met openbaar vervoer, de stoeprand is verlaagd, etalages aantrekkelijker zijn of dat iemand meerdere creditcards heeft.
Ook de vele advies- en projectbureaus binnen het veld van de ruimtelijke ordening grossieren in algemeenheden op hun sites. En daarin schuilt het gevaar. Want het zijn wel deze bureaus die overheden inhuren om probleemwijken aan te pakken, visies op stadsvernieuwing te schrijven, of bedrijventerreinen op nieuw in te richten. Wat te denken van de volgende tekst waarin een bureau zijn aanpak omschrijft:
“Wij zijn de smeerolie in de regie van verschillende betrokken professionals. Die regie gebeurt vanaf de woonvloer, in de gemeenschappelijke openbare ruimte. De woonkwaliteit omhoog krikken, dát is het perspectief voor de aansturing. Wij maken eerst een gedegen analyse en bieden daarna diverse scenario’s op verschillende niveaus met geformuleerde doelen en ambities. De opdrachtgever maakt vervolgens een keuze en op basis daarvan maken we een werkplan.”
Ik zie die ambtenaar bij VROM al denken: ‘Dat is nog eens waar voor je geld: een analyse, meerdere scenario’s MET doelen en ambities EN ook nog eens een werkplan! En dat alles voor dezelfde prijs, kom daar nog maar eens om in tijden van crisis.’
Het enige wat nog ontbreekt in de beschrijving van deze werkwijze zijn woorden als ‘bewonersparticipatie’ en ‘vitaal opdrachtgeversschap’, om nog een paar van die platgetreden paden te noemen.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat een woord als ‘participatie’ in zowat ieder projectvoorstel wordt geslingerd onder het motto ‘het ‘klinkt leuk’. Maar bedoelen corporaties, overheden, maatschappelijk werk, projectontwikkelaars, architecten en planologen er wel allemaal hetzelfde mee?
Ruimtelijke ordening is een vakgebied waar meerdere disciplines en partijen betrokken bij zijn. En juist daarom lijkt het me noodzakelijk om dezelfde taal te spreken. Waarom blijven steken in al dat vage en verhullende taalgebruik? Zeg gewoon waar het op staat. Benoem man en paard, en het beestje bij de naam. Zeg niet: ‘een selectieve selecterende sociale uitwerking’, maar: ‘het weren van lage inkomensgroepen’. Dat voorkomt verkeerde aannames, onduidelijkheden en dwingt tot scherpte. Anders ben ik bang dat we met z’n allen aan het bouwen zijn aan een hele grote toren van Babylon. En we weten allemaal wat daarvan is gekomen.
http://ruimtevolk.nl/de-babylonische-toren-van-de-ruimtelijke-ordening/
![]()
Dat is de vraag die ik mezelf op dit moment stel. Ik ben ervan geschrokken hoe slecht sommige mensen zichzelf in de hand kunnen hebben als het om reageren gaat.
De redaktie wordt bovendien telefonisch en per email benaderd met soms de meest vunzige vuilspuiterij, op het persoonlijke vlak. Maar tegelijkertijd ook met verwijten waarom er niet eerder ingegrepen wordt, en dat het ‘god-onterend’ uit de hand loopt.
Omdat we op dit gedoe absoluut niet zitten te wachten, laat staan dat we de tijd en/of energie hebben om alles als een politieagent full time te monitoren of toevallig niet iemand uit zijn dakje gaat, is de overweging dus om de comments maar terug op slot te gooien. Geen leuke, goede, of gewoon domme of leerzame reakties meer, maar OOK GEEN GEZEIK MEER. Ik zeg het maar even gewoon zo. Het heeft dus zo zijn voordelen, zo’n slotje.
Doen maar?
Bron: wereldgeschiedenis.com
In Paulus’ eerste brief aan Timotheüs is de volgende passage opgenomen:
“Het doel van alle vermaning is liefde uit een rein hart, uit een goed geweten en een ongeveinsd geloof. Door dit spoor te verlaten zijn sommigen vervallen tot ijdel gepraat; zij willen leraars der wet zijn, zonder ook maar te beseffen wat zij zeggen of waarover zij zo stellig spreken. Wij weten, dat de wet goed is, indien iemand haar wettig toepast…” (1 Tim.1:5-8). Uit dit bijbelgedeelte kunnen we leren, dat er een wettig (d.w.z. een juist), maar ook een onwettig gebruik van Gods wet bestaat. De tegenstanders van Paulus en Timotheüs maakten een verkeerd gebruik van de wet. Tegen zulk misbruik wilde de apostel waarschuwen. Aangezien sommige mensen de wet verkeerd toepassen horen wij ons af te vragen, wat in dit opzicht “wettig” is. Hebben wijzelf, zonder het te beseffen, bij bepaalde gelegenheden misschien een kwalijk gebruik van Gods wet gemaakt?
Zonde beteugelen?
Als je aan tien christenen zou vragen: “Waartoe heeft God de mens een wet gegeven?”, dan is de kans groot dat negen van de tien zouden antwoorden: “Om het kwaad te beteugelen”. Velen gaan er van uit, dat als Gods wet maar meer onder de aandacht van het volk werd gebracht, het met de geestelijke toestand van Europa beter zou zijn gesteld. Toch leert de Schrift niet, dat de wet, die God via Mozes aan Israël gaf, de bedoeling had om de zonde in te perken. Integendeel! “De wet is er bijgekomen, opdat de overtreding zou toenemen” (Rom.5:20, Voorhoeve). De Statenvertalers schreven kernachtig: “Maar de wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde”. Wilt u voor uw omgeving een “leraar der wet” (1 Tim.1:7) zijn? Dan zult u merken dat de zonde ter plaatse de pan uitrijst. Paulus had dat in de praktijk ervaren. Aan de Romeinen schreef hij: “Van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zeide: gij zult niet begeren. Maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder wet is de zonde dood. Ik heb eertijds geleefd zonder wet; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven, en het gebod, dat ten leven moest leiden, bleek voor mij juist ten dode te zijn” (Rom.7:7-10). De menselijke natuur zit volgens de apostel als volgt in elkaar: Zolang we van het bestaan van allerlei verboden niet op de hoogte zijn, hebben we weinig zin om het verbodene te doen. Maar zodra iemand ons vertelt, dat bepaalde dingen verboden zijn, beginnen we er zin in te krijgen. “Uitgaande van het gebod” wekt de zonde in ons “allerlei begeerlijkheid op”. Begeerte is op zichzelf al zonde, en bovendien geven weer dikwijls aan toe. Zodoende leidt het gebod voor ons niet ten leven, maar juist ten dode. Geboden prikkelen de zonde in ons (vgl. 1 Kor.15:56). “De zonde begint dan te leven”. De wet van Mozes is daarom geen goed middel om het kwade de kop in te drukken.
Hulp tot heiliging?
Van bovengenoemde groep christenen zou meer dan de helft misschien ook antwoorden, dat God de mens een wet heeft gegeven “om hem te leren, hoe hij Hem kan behagen en in overeenstemming met Zijn wil kan wandelen”. Slechts weinigen hebben in de gaten, dat dit antwoord met het Nieuwe Testament in strijd is. In de brief aan de Romeinen lezen we immers het volgende: “Uit werken der wet zal geen vlees [d.w.z. niemand] voor Hem gerechtvaardigd worden” (Rom.3:20, vgl. Gal.2:16). “De gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God, want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kán dat ook niet; zij die in het vlees zijn, kúnnen Gode niet behagen” (Rom.8:7). Volgens Paulus is de wet niet gegeven om de mens te leren hoe hij moet leven en hem te tonen hoever hij het op die weg al heeft geschopt: “Indien er gerechtigheid door de wet is, dan is Christus tevergeefs gestorven… Want indien er een wet gegeven was, die levend kon maken, dan zou inderdaad uit een wet de gerechtigheid voortgekomen zijn. Neen, de Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het geloof in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen, die geloven” (Gal.2:21, 3:22). De wet is niet gegeven om ons te tonen, hoe we in overeenstemming met Gods wil kunnen leven. Want door de wet is er geen gerechtigheid. Als kennis van de wet voldoende was om de mensheid rechtvaardig te maken, dan had Christus niet behoeven te sterven.
Dankbaarheid?
Sommige kerkmensen zullen zeggen: maar voor wie eenmaal tot Christus is gekomen, houdt de wet toch niet op? Dan wordt ze toch een regel der dankbaarheid? Jammer genoeg spreken wij maar al te vaak andere taal dan het Nieuwe Testament. Deze bewering druist immers in tegen wat Paulus in 1 Tim.1:9 zegt: “De wet is niet gesteld voor de rechtvaardige”. Er staat eigenlijk: niet bestemd voor of niet van kracht voor de rechtvaardige. Niet bedoeld voor wie gerechtvaardigd is uit het geloof en vrede heeft met God door de Here Jezus Christus (Rom.5:1). Paulus keerde zich tegen niet-Joden, die terug wilden gaan naar de wet. “Gij zijt begonnen met de Geest, eindigt gij nu met het vlees?” hield hij hun voor (Gal.3:3). Eigenlijk staat er: “U bent in Geest begonnen, wilt u nu in vlees volmaakt worden?” Terwijl God u zijn Geest heeft gegeven, van u een nieuwe schepping heeft gemaakt (2 Kor.5:17) en een volkomen behoudenis in u wil bewerken (Fil.2:13), meent u nu met regels Gods werk te moeten vervolmaken? “Nu gij echter God hebt leren kennen, ja, meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten?” (Gal.4:9). Nu God u de positie van zonen heeft gegeven, wilt u weer slaven worden? (vgl. Rom.8:15, Gal.4:7). Wie Christus toebehoren, zijn voor de wet gestorven (Rom.7:4-6, Gal.2:19, Kol.2:20). De eisen en bedreigingen van de wet zijn niet langer op hen van toepassing (Rom.7:1) en wekken in hen geen reactie meer op. Toch zijn ze niet zonder wet (1 Kor.9:21), want ze behoren de Opgestane toe en mogen door Hem vrucht dragen. Als leden van het lichaam van de Messias ontvangen ze levenskracht vanuit het Hoofd (Kol.2:19). Ze mogen [als koningskinderen] “waardig” [d.w.z. in overeenstemming met] hun roeping wandelen (Efe.4:1). God heeft hen als Zijn kinderen aangenomen en bewerkt in hen zowel het willen als het werken door Zijn Geest (Fil.2:13). Ze mogen wandelen zonder angst (Rom.8:15, 2 Tim.1:7, 1 Joh.4:15-19), in vertrouwen op hun hemelse Vader die ook waar het hun levenspraktijk betreft in alles zal voorzien (Efe.2:10, Fil.2:13). “Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen “ (Gal.5:1).
Voor zondaars.
Hoe moet de wet dan wél worden gebruikt? Op die vraag antwoordt Paulus, dat de wet er is “voor wettelozen en tuchtelozen, voor goddelozen en zondaars” (1 Tim.1:10). De wet is gegeven om mensen van zonde te overtuigen en hen te doen beseffen dat zij door eigen inspanningen onmogelijk behouden kunnen worden. De wet is niet bedoeld om de mens rechtvaardig te maken, maar juist om hem te veroordelen en ieder streven naar eigen gerechtigheid te smoren. Over het doel van de wet zegt de apostel immers: “Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hén spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God” (Rom.3:19). “De wet bewerkt toorn” (Rom.4:15). “De letter [van de wet] doodt” (2 Kor.3:6). Paulus omschreef de functie van de wet als volgt: “de bediening des doods, met letters op stenen gegrift” (2 Kor.3:7). Over zijn eigen ervaring schreef hij: “De zonde heeft, uitgaande van het gebod, mij misleid en door middel daarvan gedood” (Rom.7:11). De bediening van de wet brengt veroordeling (2 Kor.3:9). “Overtuigen en veroordelen is het enige dat de wet kan doen” (Isaac Watts). De wet stelt ons niet in staat, om in overeenstemming met Gods wil te leven. Ze laat ons zien, dat we falen en Zijn gramschap opwekken. Ze doordringt ons van het feit, dat we een Verlosser nodig hebben en alleen door het geloof in Hem behouden kunnen worden. God heeft de wet gegeven, “opdat de overtreding zou toenemen”(Rom.5:20). Om de mens te leren, dat hij zichzelf niet kan redden. Om hem te tonen, dat zijn toestand volstrekt hopeloos is, tenzij hij zijn vertrouwen stelt op Christus. Het juk van de wet kan geen enkel zondig mens dragen (Hand.15:10). De wet is bedoeld om wie buiten Christus zijn te doen wanhopen en hen tot de Verlosser te leiden, opdat zij mogen leven. “De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden” (Gal.3:24). De wet is er ook om christenen die zijn vergeten, dat ze uit geloof moeten leven, tot Christus terug te leiden. In ieder mens schuilt de neiging om door middel van vrome inspanningen God te willen behagen en een stukje van Zijn gunst of zegen te willen verdienen. Al kennen we God al jaren en al weten we in theorie best dat we moeten vertrouwen op Zijn genade, we vergeten het telkens weer en beginnen op programma’s, trainingen, opleidingen, marketing technieken of wat dan ook (kortom: op vlees) te vertrouwen. Zodoende plaatsen we onszelf opnieuw onder een wet. Als we aan God vragen: “Wat moet IK doen om Uw gunst of zegen te verdienen?”, luidt het antwoord: “Bewaar de geboden” (Mat.19:16-17). Vroeger of later zul je op die weg leren dat je een verlosser nodig hebt. Dan kom je terug en bid: Heer, wees mij zondaar genadig! En pas dan ga je gerechtvaardigd naar huis. Dan ontvang je gratis wat je met werken onmogelijk kon bereiken.
| Met dank aan: MaryannePosted: 15 Apr 2012 11:08 PM PDT
Net van controle sluit zich steeds dichterHet net van controle sluit zich steeds dichter, controle komt van alle kanten. Het is de vraag of we nog wel veilig televisie kunnen kijken… Het nieuwe privacybeleid van Google is reden tot discussie, en controle word tuitgevoerd via sociale media en smartphones. Het alziend computernetwerk volgt alles…
In Amerika worden werknemers al geïmplanteerd met de RFID-chip in de rechterarm, zodat ze gevolgd kunnen worden door hun werkgever. We kunnen er niet meer onderuit, de technologie is er. Al lang en breed! De eerste testen van betalingen verrichten, middels een onderhuidse chip,zijn er ook. De mens die in de bijbel gelooft, weet dat dit het op handen zijn de merkteken van het beest is:
“Indien iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken in zijn voorhoofd of in zijn hand ontvangt, die zal ook drinken van de wijn van Gods gramschap, die ongemengd is toebereid in de beker van zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en van het Lam. En de rook van hun pijniging stijgt op in alle eeuwigheden, en zij hebben geen rust,dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkteken van zijn naam ontvangt. Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden van God en het geloof in Jezus bewaren.” Openbaring 14:9-12
Onderhuidse chip nu al realiteit Steeds meer mensen zullen een onderhuidse chip krijgen. En weer wordt dit gepresenteerd, alsof dit voor onze bestwil is, want patiënten zullen sneller geholpen worden met een chip onder de huid. Door een kleine chip in het lichaam van de patiënt worden medische gegevens van de patiënt gekoppeld aan de patiënt. En de patiënt is sneller aan de beurt. Dat is nog eens handig. In Amerika waren de eerste tests met chips succesvol.
Intelligente medicijnen zijn géén Science Fiction Proteus Biomedical heeft een in-slikbare en verteerbare chip ontwikkeld om de effectiviteit van geneesmiddelen beter te kunnen opvolgen. De chip van slechts1x1mm groot en 0.2mm dik wordt met bio-compatibele lijm vastgehecht aan medicijnen.
De geïntegreerde sensoren worden geactiveerd door maagsappen en de opgemeten data wordt m.b.v. transconductie door het lichaam heen gestuurd naar een ontvanger, die onder de huid is geïmgeplanteerd ofwel ingebed in een dunne pleister. Transconductie heeft het grote voordeel t.o.v. andere technologieën als RFID, dat het signaal binnen het lichaam blijft en de ontvanger een stuk eenvoudiger en dus goedkoper is. De ontvanger registreert zowel info over het geneesmiddel, zoals tijdstip van inname, type en dosis als fysiologische metingen als hartslag, temperatuur, lichaamshouding en ademhalingsritme.Vervolgens worden de data via Bluetooth geüpload naar mobiele apparaten of het internet.
Hoe serieus moeten we het nemen, zijn het vage plannen of…? Vage plannen zijn het helaas niet. Senaat Healthcare, wetsvoorstel HR 3590 is aangenomen en ondertekend. De chip is dus goedgekeurd ! Dat houdt in dat de nieuwe wet een RFID-chip verplicht. De chip bevat informatie met opsporingsmogelijkheid en wordt tevens gekoppeld aan je bankrekening. Op 23 maart 2013 is men, in ieder geval in Amerika, verplicht om de chip onder de huid te hebben. In Indonesië zijn HIV-dragers gechipt (bron),om seksueel actieve HIV-patiënten te kunnen opsporen en te straffen, indien de patiënten een ander besmetten.
Geneesmiddelenmet ingebedde Microchips, zo nieuw is deze nanotechnologie niet Vrij nieuw lijken geneesmiddelen met ingebedde microchips. Een pleister op de huid pikt een signaal op als de tablet, die van chip voorzien is,doorgeslikt is en dit wordt verbonden met de smartphone. Net als met augmented reality, zie je met betrekking tot chips ook overal dingen verschijnen, om ons voor te bereiden en ons alvast te laten wennen. Het lijkt nieuw, maar deze technologie is zeker niet nieuw.
In een rapport van RIVMuit 2005 is het volgende te lezen: Nanotechnologie (toevoeging: de microchip, kleine in slikbare capsule met minuscule videocamera) is een uiterst krachtige technologie die op dit moment al wordt toegepast en in de toekomst aanzienlijke invloed zal hebben op de medische technologie. Nano-medische toepassingen kunnen gezondheidszorg op fundamentele wijze veranderen, vanwege de mogelijkheden betreffende preventie,behandeling en diagnose. Een toenemend aantal producten zijn reeds commercieel verkrijgbaar, zoals chips in vitro voor moleculaire diagnostiek. Het document bevat veel informatie over geneesmiddelen met ingebedde chips en andersoortige chips. In Nederland ontkomt u er ook niet aan Ook in Nederland zijn onderhuidse chips zo reëel als het maar zijn kan. Biometrische identificatiesystemen worden snel ontwikkeld en makkelijk geaccepteerd: ze zijn reeds verwerkt in elektronische apparaten, goederen, vee en mensen. Vandaag de dag dus.
Sporters met RFID-chip Voor sporters is er een pil ontwikkeld, die waarschuwt als de lichaamstemperatuur hoog oploopt. De pil bevat een temperatuursensor en RFID-chip.De pil registreert de temperatuur en zendt iedere tien seconden informatie uit naar de RFID-ontvanger, die de informatie vervolgens via Bluetooth doorzendt naar de GPS-telefoon (bron).
De RFID-chip wordt gebruikt bij de ziekte van Alzheimer, psychische aandoeningen, diabetes, hartkwalen en zonder veel weerstand en problemen. De biochip zal zeer spoedig gewoon worden geaccepteerd, voor onze bestwil, maar in werkelijkheid voor: identificatie, bescherming, afluisteren, opsporen en nog veel meer.
Zie ook:
Digitale-televisie-mind-control-door-stil-geluid
Nieuwe-google-privacy-regels-toegelicht
Illuminati-de-waarheid-achter-het-Facebook
Overheid-spioneerprogramma-heeft-tot-doel…
Gemonitord-door-een-alziend-computernetwerk
|
Copyright Australian Broadcasting Corporation.
Europe’s most active volcano, Mount Etna on Sicily, erupts for the sixth time this year, spewing hot lava and ash. The eruption came from the south-eastern crater, near the village of Zaffarana Etnea, but so far no warnings have been issued by authorities. The volcano sits above the town of Catania, but rarely causes damage
Zie prachtige video:
http://www.guardian.co.uk/world/video/2012/apr/13/mount-etna-erupts-video
Met dank aan: Shirley van der Tuijn
Moslims willen Urkers bekeren
URK – Het streng gereformeerde Urk is waarschijnlijk de laatste plaats waar je de kreet ‘Allahu Akbar’ zou verwachten. Toch is een groep fanatieke jonge moslims naar de gesloten gemeente getrokken om daar de islam te verkondigen.
| Moslimjongeren naar Urk |
Het EO-programma De Vijfde Dag besteedt donderdagavond aandacht aan deze jongeren met hun straatevangelisatie. Duidelijk wordt in ieder geval dat niet iedereen op Urk zit te wachten op de moslimjongeren.
( De bijbehorende foto’s zijn vanwege de rechten hierop niet geplaatst)