Door: Stephen E. Jones
Als God iedereen zou kunnen redden
Zou Hij dit dan doen?
Wat is Gods wil?
Het idee dat Gods mogelijkheden beperkt zijn is algemeen aanvaard onder Christenen. Veel van hen denken dat Gods mogelijkheden beperkt zijn door de zogenaamde “vrije wil” van de mens. Men denkt vaak dat de wil van de mens groter en machtiger is dan de wil van God, of dat God incapabel is om de wil van mensen om te vormen naar Zijn wil.
De vraag die ons rest is dan: wat weerhoudt God er nu precies van om alle mensen uiteindelijk te redden? 2 Petrus 3:9 zegt:
9 De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.
Als er iemand verloren gaat, is dit dus niet omdat God dit wil.
Paulus zegt in 1 Timoteüs 2:4:
4 Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.
Dit is ook een van de vele voorbeelden waaruit blijkt dat Gods wil is ( geldt) voor alle mensen. Men leert nu echter dat het probleem is dat boze, zondige mensen Gods wil weerstaan. God is blijkbaar niet in staat om Zijn wil (alle mensen) te volvoeren. De wil van de mens lijkt dan machtiger te zijn dan de wil van God. Hoe machtig is God dan eigenlijk?
De schepper van alle dingen
Het eerste vers uit de bijbel leert ons iets heel belangrijks: God is Schepper. De meeste gelovigen in de wereld beamen dit, maar slechts weinigen begrijpen de implicaties hiervan. Het betekent dat God alle dingen BEZIT vanwege het scheppingsrecht.
Dit is ook de reden waarom God Mozes in Leviticus 25:23 vertelt dat het land niet zonder einde verkocht kon worden, omdat het land van HEM was:
23 Het land ook zal niet voor altoos verkocht worden; want het land is het Mijne, dewijl gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt.
Met andere woorden God heeft als Schepper soevereiniteit over het land en kan het geven aan wie Hij wil. Wij zijn rentmeester. God is eigenaar.
God gaf wel het inwonerschap aan de families en stammen van Israël in Kanaän en vertelde hen dat ze niet het recht hadden om hun bezit voor ALTIJD te verkopen. Als ze op een gegeven moment in een schuldpositie kwamen konden ze het verkopen tot het Jubeljaar, dat om de 49 jaar aantrad (Lev 25:8). Dit betekent dat een familie niet zijn inwonerschap kon verliezen voor meer dan 1 generatie. Dit betekende ook dat iedere burger uiteindelijk een eigen plaats van inwoning had.
Het land behoorde aan God, en niemand had het recht om het voor altijd te verkopen, het voor altijd kwijt te raken. Hij had alleen de mogelijkheid, om naar zijn eigen wil, het tijdelijk te verliezen, want die mogelijkheid behoorde bij zijn recht en autoriteit over het door God hem toebedeelde deel.
Bedenk dat God alle mensen, als kinderen van Adam heeft geschapen, zowel de goede als de kwade. Hij maakte de mensen van het “stof der aarde” (Gen. 2:7). God gebruikte materiaal dat Hij zelf gemaakt had en om diezelfde reden dus ook EIGENAAR van was. Betekent dit niet dat God alle mensen BEZIT evenals alle STOFFELIJKE en ONSTOFFELIJKE zaken in het hele universum?
God is verantwoordelijk voor Zijn schepping
In de heilige wetten met betrekking tot verantwoordelijkheid, legt God een principe neer dat men verantwoordelijk is voor datgene wat hij bezit. Bijvoorbeeld, als een boer een waterput slaat, en vergeet om de basisveiligheidshandelingen uit te voeren, zoals de put bedekken, en als dan de os van de buurman in de put valt en verdrinkt, dan is de eigenaar van de put verantwoordelijk en moet alle schade betalen die zijn buurman heeft opgelopen (Ex. 21:33)
Ook, indien iemand een vuur ontsteekt, het laat vallen en het land van zijn buurman vernietigt, dan is diegene die het vuur laat vallen verantwoordelijk, omdat hij het vuur heeft gemaakt en daarom de eigenaar ervan is (Ex. 22:6). Dit zijn basisprincipes die de wil van God bepalen als het gaat om rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid tussen mensen.
Indien dit principe wordt toegepast op het grotere geheel, laat dit ons zien dat God verantwoordelijk is voor de gehele schepping omdat Hij alles gemaakt heeft – ook voor de “slechte” dingen die plaatsvinden. God is uiteindelijk verantwoordelijk voor het kwaad dat in de wereld zijn intrede deed. We kunnen niet de duivel de schuld geven, want die heeft niets gemaakt en bezit dus ook niets, tenzij het hem tijdelijk door God gegeven zou worden.
In het geval van de os die in de open waterput viel, kan niet degene die de put niet bedekte zeggen: “Wat een stomme os, die vanwege zijn eigen vrije wil in de put is gevallen!” Zo’n argumentatie zal in de rechtbank geen effect hebben. Het enige relevante feit is dat diegene die de put maakte daar ook verantwoordelijk voor was.
In het geval van Adam en Eva, maakt de Bijbel uitermate duidelijk dat God hen schiep. De “boom” der kennis des goeds en des kwaads, hoe dan ook te interpreteren, veroorzaakte bij hen de verleiding, en de “slang” was de grote verleider. God schiep zowel Adam, Eva, de boom als de slang.
Dat betekent dat God feitelijk “een put” maakte en deze niet bedekte. Vervolgens stapten Adam en Eva, net als die domme os, in de put. Vanwege hun vrije wil hadden ze de mogelijkheid om ver van de put vandaan te blijven. Dit deden ze echter niet. Ze vielen in de put en werden gedood (werden sterfelijk).
Wie is hier nu volgens de heilige wet voor verantwoordelijk? God natuurlijk! Adam en Eva hebben de put niet gemaakt en ook de slang heeft die niet gemaakt. Ze waren alleen dom genoeg om niet bij de put vandaan te blijven. Ze vielen en stierven. Gods eigen wet, bepaalt dat de eigenaar en schepper volledig de schade van de dode “os” moet vergoeden (Ex. 21:34)
Met andere woorden; God maakte de wet zó dat Hij Zichzelf schuldig kon stellen aan de val van de mens. Wist God wel wat Hij aan het doen was? Natuurlijk. Hij wist vanaf het allereerste begin dat de wet eiste dat Hij – de Schepper en EIGENAAR van alles – de volledige prijs van deze zonde zou moeten betalen.
Dat is ook de reden waarom Jezus naar de aarde kwam om de volledige prijs van de zonde te betalen. Allereerst had hij de wereld LIEF genoeg om dit te doen (Joh. 3:16). Ten tweede verplichtte Hij Zichzelf door de wet om dit te doen. Op die manier was de wet reeds profetisch. De wet profeteerde dat God in het vlees moest komen als mens, om zodoende de mogelijkheid te hebben om te sterven voor de zonde van de gehele wereld.
De wet der verzoening
Het land kon niet voor altijd worden verkocht, maar er waren natuurlijk mogelijkheden dat er schulden ontstonden die niet konden worden betaald. Jezus vertelde een gelijkenis hierover in Matt. 18:23-35. Hij vertelde van een man die 10000 talenten bezat, wat tegenwoordig ongeveer €150 miljoen euro is. Vers 25 zegt; omdat hij zijn schuld niet kon betalen, hij zijn vrouw en kinderen moest verkopen als slaven, om zodoende de schuld te kunnen voldoen.
Volgens de Bijbelse wet, waren mannen als slaven, tot hun schulden betaald waren OF tot het Jubeljaar, wanneer alle schulden werden kwijtgescholden uit genade. Slaven werden door de wet gedwongen om voor hun meesters te werken, maar ze hadden ook rechten. Slavernij in zichzelf zoals in de meeste delen van de wereld gepraktiseerd in onwettig naar Bijbelse principes.
Een man en zijn familie die slaven moesten worden vanwege schulden, werden geacht voor hun meesters te werken tot de schuld was betaald. Dan werden ze vrijgesteld. Maar er was ook nog een andere mogelijkheid. De slaaf kon worden verzoend door een familielid, een naaste.
Lev. 25:47-55 vertelt over de wetten van verzoening. De wet zegt dat een familielid het recht heeft om te verzoenen (lossen), zolang hij genoeg geld heeft om de schuld van zijn naaste te betalen. Met andere woorden, de meester van de slaaf had geen mogelijkheid om het verzoek tot verzoening niet te sanctioneren. Die mogelijkheid had hij alleen maar als de verzoener zomaar een vriend was. Maar familie kon hij niet weigeren. Het RECHT van verzoening is alleen maar gegeven aan naaste verwanten.
Jezus is de Verzoener
Het huis van Israël was in zonden gevallen en had een grote schuld opgelopen die ze niet konden betalen (alle zonde wordt in de bijbel gezien als schuld). God was de rechter die hen verkocht als slaven aan Assyrië. Hij deed dit omdat ze Zijn wetten weigerden te volgen betreffende de kwestie van slaven en lossing. De mensen weigerden om hun slaven vrij te laten op de momenten dat de wet dat eiste (Jer. 34:13-17).
De eerste natie die Juda als slaaf verkreeg was Babel. De schuldbekentenis van Juda aan Babel werd later doorverkocht aan Perzië, toen aan Griekenland en uiteindelijk aan Rome. In de dagen van Jezus, behield Rome de schuldbekentenis van Juda (of Judea).
De bijbel zegt in Heb. 2:11-17 dat Jezus Christus niet gekomen is naar de aarde als engel. Hij kwam als mens, Zichzelf het zaad van Abraham aangedaan hebbend, om Zich zodoende te kwalificeren als Verzoener van Israël omdat Hij zodoende een naaste verwant was. Dit gaf Jezus het RECHT van verzoening.
Verderop in dit gedeelte wordt genoemd dat Jezus “vlees en bloed heeft aangenomen”, om Zich zodoende ook te kwalificeren als naaste van alle Adamieten.
Om deze reden vertelt de apostel Johannes ons in zijn brief , 1 Joh. 2:2, “Hij heeft onze zonden bedekt, en niet alleen de onze, maar ook die van de gehele wereld.” Jezus gaf Zijn leven voor de zonden der gehele wereld. Hij betaalde de volledige schuld van elke overtreding die ooit sinds Adam is begaan. Alleen Zijn leven was voldoende om deze prijs te betalen.
Dus wettelijk gezien kwam Jezus om de hele aarde te verzoenen en elke Adamiet. Dat zijn hoge doelen, maar was Jezus wel in de mogelijkheid om zo’n grote prijs te betalen? De bijbel is duidelijk dat Zijn bloed nog veel meer waard was dan de volledige schuld van de gehele wereld vanaf het eerste begin. Dus inderdaad, Jezus was rijk genoeg om als Verzoener alle schuld over te nemen en af te betalen.
De volgende vraag is: Had hij het recht van verzoening? Stel je voor dat degene aan wie de mens iets schuldig was, de losser niet zou accepteren en de slaaf niet zou verkopen? De bijbel maakt duidelijk dat Jezus een naaste verwant was van Israël en alle afstammelingen van Adam. Dit gaf Jezus ook het recht om verzoener te zijn. De wet was aan zijn zijde. De meester van de slaaf had niet de mogelijkheid om zijn losprijs te weigeren.
De uiteindelijke vraag is: Als God, door Jezus Christus, alle mensen kon verzoenen, zou Hij het dan feitelijk ook doen? Het antwoord van deze vraag is afhankelijk van de liefde van God die Hij voor zijn hele schepping heeft. Als Hij boos zou zijn en er de voorkeur aan zou geven om Zijn schepping te vernietigen, dan zou iemand zich af kunnen vragen of Hij dan wel werkelijk verzoening brengt voor de gehele wereld. Maar de Bijbel zegt in Joh. 3:16 “..want alzo lief had God de wereld dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
Dus we zien dat de wet Jezus Christus het recht van verzoening geeft; Hij had genoeg “geld” en nog meer om de volledige prijs te betalen; en Hij had ook de liefde en de wil om het daadwerkelijk te doen.
Dus, ja, God zou inderdaad de gehele mensheid redden indien Hij dit ook kon doen. Hij is niet alleen in de positie om het te doen, maar Hij heeft het ook werkelijk gedaan!
Wat wordt er van ons verlangd?
Er zijn vandaag vele mensen en door de gehele geschiedenis zijn deze er geweest, die niet verzoend wilden worden door het bloed van Jezus, meestal omdat ze niet echt begrepen waarvan ze dan wel verlost van moesten worden, of dat ze niet het geloof hadden dat Hij hen daadwerkelijk vrij kon maken (kon verlossen). Wat gebeurt er met deze mensen? Zullen zij dan toch profiteren van Jezus verzoeningswerk, ondanks hun ongeloof? Ja, maar niet direct. Iedereen wordt verantwoordelijk gehouden voor zijn daden, en iedere veroordeling zal worden gebaseerd op de overtreding.
Dit is hoe het gaat. De wet van verzoening zegt dat diegenen die ermee akkoord gaan om te worden verlost door hun naaste vervolgens verplicht zijn om hun verlosser te dienen (Lev. 25:53). Met andere woorden, diegenen die verlost zijn, zijn niet vrij om naar eigen believen te handelen. De verlosser heeft hun schuld afbetaald, en daarom zijn ze nog steeds slaven, maar nu zijn ze slaven van Degene die ze liefheeft en hen goed zal behandelen.
De apostel Paulus zegt het zo in Rom. 6:18 “wij dan vrijgekocht van de zonde, zijn slaven der rechtvaardigheid geworden.” Vervolgens gaat hij verder “toen jullie slaaf van de zonde waren, waren jullie vrij van rechtvaardigheid, maar nu zijn jullie vrijgekocht van zonden en dienaren (slaven) van God geworden”.
Indien iemand vrijgekocht is van zonde, betekent natuurlijk niet dat hij direct zondeloos, volmaakt is. Paulus verwijst naar zonde als de oude meester. Toen we voor die oude meester werkten, die ons aanmoedigde om te zondigen, waren we vrij van God en Zijn rechtvaardigheid. Het tegenovergestelde is ook waar dat toen God ons kocht door het bloed van Jezus Christus, we niet langer gebonden zijn aan datgene wat de zonde / satan ons opdraagt om te doen, en zijn we vrij om te doen wat goed is.
Paulus noemt zichzelf een slaaf van Jezus Christus (Rom. 1:1) omdat hij de wetten van de verzoening goed begreep. Dat is waarom hij de christenen in Rome vertelde dat Christus verzoening niet betekende dat ze nu vrij waren om door te gaan met zondigen. Ze waren alleen vrij van hun oude meester, de zonde, die hen in het verleden aanzette tot zondigen.
Maar wat nu met diegenen die weigeren om de mogelijkheid die God aanbiedt om met hem verzoend te worden. Diegenen die het bloed van Jezus Christus onwaardig achtten? De wet zegt in Lev. 25:54
54 En is het, dat hij hierdoor niet gelost wordt, zo zal hij in het jubeljaar uitgaan, hij en zijn kinderen met hem.
De oude Hebreeuwse kalender verdeelt tijd in perioden van zeven dagen en zeven jaren. Een Jubeljaar cyclus was een periode van 49 jaren. Dan volgden de eerste 10 dagen van het 50ste jaar wanneer op de trompet werd geblazen om de dag van het Jubeljaar aan te kondigen. Dit was de dag dat alle schulden vergeven werden en iedereen terug kon gaan naar zijn eigen grond en terugkreeg wat hij de afgelopen 49 jaren was verloren.
Natuurlijk was dit alleen van toepassing voor diegenen die niet de mogelijkheid hadden gehad om te werken om zodoende hun schulden terug te betalen. Het was ook alleen van toepassing voor diegenen die geen verlosser hadden – of wanneer mensen de losser niet hadden geaccepteerd omdat ze hem niet vertrouwden of omdat ze verkeerde informatie over de losser hadden gekregen. Wat de reden ook moge zijn, als ze zich niet onder het losserschap van Jezus Christus hebben gesteld in deze bedeling, gaan ze uiteindelijk toch vrijuit in het jubeljaar. Er is een grens die God zelf trekt met betrekking tot de maximale straf in lengte van jaren die hij Zijn kinderen oplegt.
De tijd om gelost te worden kan maximaal 49 jaar zijn. God zelf straft ook niet eindeloos. De bijbelverzen die normaal gesproken aangehaald worden om te bewijzen dat God wel eindeloos straft zijn foutieve vertalingen vanuit de originele tekst.
Het woord “eeuwig” en “eindeloos” is vertaald vanuit het Griekse woord “aeonian” en dat betekent “behorend bij een periode / eeuw”. Met andere woorden, Gods uiteindelijke oordelen behoren toe aan een specifieke periode, tijdperk, bedeling in de toekomst dat uiteindelijk zal eindigen in het grote jubeljaar van de schepping, wanneer elk oordeel eindigt en alle mensen zullen worden gebracht tot hun uiteindelijke doel, de glorie van God, zoals Hij beloofd heeft in Zijn verbond.
Vele mensen hebben gedurende de geschiedenis niet geweten van het losserschap van Jezus Christus. Anderen hebben Jezus en Zijn werk verworpen. Weer andere wilden de bevelen van hun oude meester, de zonde liever volgen dan te worden vrijgemaakt door de grote verlosser. Wat de reden ook is, vele mensen hebben zichzelf niet overgegeven aan het verlossingswerk van Jezus Christus.
Wat zal er dan met hen gebeuren?
De bijbel spreekt over een grote en vreselijke dag van het oordeel, waarop ieder mens voor de grote witte troon zal staan (Openb. 15:11-15). Dit is het moment dat God alle schuld zal openbaren die de mensheid vanaf het eerste begin heeft gehad en gemaakt. Hier zal ieder mens verantwoordelijk gesteld worden voor hun daden die ze tijdens hun leven op aarde hebben begaan.
De bijbel spreekt over dit oordeel in termen van “vuur”. Sommigen denken dat dit en letterlijk vuur, een soort martelkamer is. Dat is het niet. De heilige wet spreekt nooit een veroordeling uit die ook maar iets te maken heeft met marteling.
Deut. 4:12 vertelt ons dat God Zelf zich openbaart als een vuur. In het NT lezen we in Heb. 12:29 dat God Zichzelf openbaart als een verterend vuur. Dat betekent eenvoudigweg dat in de aanwezigheid van God alles verteerd en verbrand zal worden wat niet goed is. Ook is het zo dat al Zijn oordelen erop gericht zijn om mensen te corrigeren, niet om ze te vernietigen. We zijn geschapen om de heilige wet van God in ere te herstellen, zodat alles wat mensen hebben gedaan om de rechten van anderen te schenden ook weer hersteld zal worden.
Het doel van de wet is om gerechtigheid te vestigen voor diegenen die onrechtvaardig zijn behandeld, en om vergeving te schenken voor de zondaar die anderen tekort deed. De heilige wet zelf is de “poel des vuurs”. Mozes vertelt ons in Deut. 33:2 dat de wet een “vurige wet” is in Zijn handen.
Dan. 7:9 beschrijft ook het uiteindelijke definitieve oordeel van God. Hij zegt dat de troon zelf een vuur is, waaruit een vurige stroom komt die alle mensen oordeelt. Dit is een metafoor die zegt dat Gods vurige wet alle mensen zal oordelen. Maar om de aard van dat vuur te kunnen verstaan, moeten we de heilige wet zelf bestuderen. En niet één keer schrijft de wet marteling voor als straf op zonde, overtreding van de wet.
Dus, de “poel des vuurs” in de bijbel wordt nooit letterlijk bedoelt, zoals sommigen menen.
Dood is de straf op de zonde
Vanaf het begin schrijft Mozes dat de straf op de zonde de dood is, bijvoorbeeld in Deut. 30:15,16.
15 Ziet, ik heb u heden voorgesteld het leven, en het goede, en den dood, en het kwade. 16 Want ik gebiede u heden, den HEERE, uw God, lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, opdat gij levet en vermenigvuldiget, en de HEERE, uw God, u zegene in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
Hij vertelde het volk dat het overtreden van de wet de dood tot gevolg had. In het NT zegt Paulus het zo in Rom. 6:23
23 Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.
Er was dus geen oordeel in Gods wet die eeuwige marteling voorschreef. De straf was de dood.
Jezus Christus kwam om de volle prijs te betalen voor onze zonden en voor de zonden der gehele wereld. Dit betekent niet dat Jezus voor eeuwig in de hel moest branden. Niet eens voor een moment – laat staan voor eeuwig. Hij betaalde de volle prijs door te sterven aan het kruis, niet door voor eeuwig in de hel te branden. Als eindeloze marteling in de hel de werkelijke straf op de zonde is, dan zou Jezus daar nog steeds moeten zijn! We lezen echter dat Jezus moest sterven voor drie dagen om voor eeuwig leven te kunnen geven.
God is niet zo onrechtvaardig om mensen te martelen die hem niet gehoorzamen. De aard van het vuur is geformuleerd in de heilige wet zelf, en de duur van het oordeel is beperkt tot de wet van het jubeljaar.
Vanwege Adam’s zonde, zijn alle mensen sterfelijk geworden. Op zich is dat al een straf op de zonde, maar het uiteindelijke oordeel is de “poel des vuurs”, hetgeen de tweede dood is. Openb. 20:14. Dit is een ander soort dood. Deze dood spreekt over een komende periode waarin de ongelovigen die het offer van Jezus Christus onwaardig achtten, sterfelijk blijven en moeten leren wat goed en slecht is als dienaren van God.
Uiteindelijk zegt de wet dat indien een mens niet kan betalen voor zijn schuld (die door de zonde automatisch ontstaat), hij als slaaf moet werken om zijn schuld te betalen. Als de schuld te groot is om te betalen, moet hij dus werken (afbetalen) tot het jubeljaar is aangebroken.
De ongelovigen zullen bij het oordeel van de grote witte troon worden veroordeeld om hun schuld als slaaf af te betalen tot het uiteindelijke jubeljaar ze vrij stelt. Het doel hiervan is niet dat hun meesters als tirannen over een groep slaven kunnen heersen! Het doel is gegeven in Jesaja 26:9, waar God zegt:
9 Met mijn ziel heb ik U begeerd in den nacht, ook zal ik met mijn geest, die in het binnenste van mij is, U vroeg zoeken; want wanneer Uw gerichten op de aarde zijn, zo leren de inwoners der wereld gerechtigheid.
Met andere woorden. Het plaatsen van slaven onder hun meesters heeft als doel dat de zondaars op deze aarde de wil van God leren. Hun meesters zullen hen onderwijzen en trainen in de wetten van God. Wat een heerlijke tijd!
Om deze reden spreekt Psalm 130:4 “
4 Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.
Wij vrezen diegenen die de kracht en mogelijkheid hebben om te vergeven. Niet diegenen die weigeren te vergeven na een bepaalde deadline. God wordt vaak gepresenteerd als Diegene die de zonde niet wil of kan vergeven, indien iemands bestaan hier op aarde voorbij is. Het is geen wonder dat er maar zo weinigen zijn die God respecteren. Maar dan zeg ik dat God niet goed vertegenwoordigd is hier op aarde.
Als de tijd komt dat God de aarde regeert door Jezus en zijn gevolg (de “zonen van God” ), dan zullen de naties uitbreken in gejubel en gejuich. Eindelijk zal er werkelijk gerechtigheid en genade te vinden zijn. Zowel op aarde als in de gerechtshoven. Psalm 67:4 zegt
4 De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven.
Psalm 72:11 zegt
11 Ja, alle koningen zullen zich voor hem nederbuigen, alle heidenen zullen hem dienen.
Later in deze Psalm staat er dat de hele aarde met zijn heerlijkheid zal worden vervuld.
Psalm 86:9 en 10:
9 Al de heidenen (naties), Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren. 10 Want Gij zijt groot, en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God.
Het uiteindelijke doel van God
In Gen. 9:9-17 maakte God een verbond (een contract) met de gehele aarde. In dat verbond beloofde God dat hij de aarde nooit meer zou vernietigen (door water). Velen denken vandaag de dag onterecht dat de aarde binnenkort wordt vernietigd, of het nu door de mens zelf komt, of door God. Dit is niet de waarheid. Het mag dan wel LIJKEN of er een enorme ramp in aantocht is, maar God heeft beloofd deze ramp te voorkomen. Dit is namelijk het eerste verbond dat God met iemand maakte. De eerste keer dat het woord “verbond” in de bijbel wordt gebruikt, is hier op deze plaats in Gen. 9:9. Alles wat God daarvoor beloofde, was een belofte en niet een verbond.
Jaren later, vinden we in het verhaal over de uittocht uit Egypte, dat het volk steeds murmureerde en ongehoorzaam was aan God, en meerdere keren op het punt heeft gestaan om Mozes te stenigen. Eindelijk, na tien voorbeelden van directe en openlijke ongehoorzaamheid, sprak God tot Mozes in Num. 14:12, Ik ga dit volk vernietigen en ga met jou en je nageslacht een nieuwe start maken.
Dit was natuurlijk een test van God, want Hij wist dat Hij dit niet zou (kunnen) doen. Zo reageerde Mozes ook. Mozes zei dat als God het volk wilde vernietigen Hij hiermee zou bewijzen dat Hij niet krachtig genoeg was om te doen wat Hij had gezegd te gaan doen. De andere volkeren zouden dan immers zeggen dat Hij dit deed, omdat het Hem niet gelukt was om Zijn volk in het land te brengen dat Hij hen had beloofd.
Hier vinden we de essentie : Was God werkelijk in staat om wat Hij zei uit te gaan voeren? Zijn belofte uit te voeren? Was Gods wil ondergeschikt aan de wil van de mens? Is de vrije wil van de mens krachtiger dan de soevereine wil van zijn Schepper?
Vandaag de dag, zeggen velen dat God niet aangesproken kan worden op de weigering van het volk om aan Hem gehoorzaam te zijn. Maar dat is niet het geval. Het is natuurlijk zo dat als God niet de mogelijkheid had om Israël te laten gehoorzamen, dan zou God in feite falen. Het is net zoals met een ongehoorzaam kind. Als de ouder niet de mogelijkheid heeft om het kind om te vormen tot een goed burger, is dat uiteindelijk natuurlijk de verantwoordelijkheid van de ouders en niet van het kind. Het kind is niet degene die autoriteit heeft gekregen. Dat zijn de ouders. Degene met autoriteit is tevens degene met de verantwoordelijkheid voor diegenen die onder zijn gezag zijn geplaatst.
God verzocht Mozes om te zien wat zijn reactie zou zijn. Maar Mozes wilde helemaal niet de ambitie om zijn familie te leiden als het verbonds- uitverkoren volk. Mozes daagde God toen op een bijzondere wijze uit door te zeggen dat de volkeren zouden zeggen dat God niet de mogelijkheid en de macht had om zijn eigen wil uit te voeren – dat de wil van de man dus sterker is dan de wil van God.
Gods antwoord daarop was Num. 14:21: “
21 Doch zekerlijk, zo waarachtig als Ik leef, zo zal de ganse aarde met de heerlijkheid des HEEREN vervuld worden!
Niet alleen bezat God de mogelijkheid en de macht om zijn volk uiteindelijk het beloofde land in te leiden, zoals Hij had beloofd, maar Hij bezat ook de macht om de gehele aarde met Zijn heerlijkheid en glorie te vervullen. Met andere woorden, de mens mag dan misschien tijdelijk overgeleverd zijn aan de slavernij van de zonde, maar uiteindelijk is het Gods wil en Gods plan om de gehele aarde te vervullen met Zijn glorie. Het is Gods wil om alle mensen te redden (1 Tim. 2:4)
4 Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.
Er is niets en niemand op deze aarde die dat kan voorkomen. Of mensen worden verzoend in deze eeuw, of uiteindelijk in de toekomende na het oordeel bij de grote witte troon.
Iemand kan het op de gemakkelijke of de harde manier doen. Hoe dan ook, God is God, en Zijn wil zal uiteindelijk volvoerd worden. Wanneer het grote jubeljaar van de schepping daar is, en Hij alle mensen vrijzet van de slavernij der zonde, zullen ze vervuld worden met Zijn heerlijkheid. De profeet Habakuk zegt hiervan:
14 Want de aarde zal vervuld worden, dat zij de heerlijkheid des HEEREN bekennen, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken.
Hoeveel procent van de zee wordt bedekt door water. Hoeveel procent van de aarde zal dan vervuld worden met de heerlijkheid des HEEREN?
Dit is hoe Habakuk interpreteerde wat God tot Mozes had gesproken in Numeri. Dit betekent dat iedereen behouden zal worden, en dat Gods heerlijke aanwezigheid de ganse aarde zal vervullen met Zijn glorie. Onthou dat de mens gemaakt is uit het stof der aarde. God zal heel de aarde vervullen, inclusief de mensheid.
Gods belofte aan iedereen
Jesaja 45:23 zegt:
23 Ik heb gezworen bij Mijzelven, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren.
Dit haalt Paulus ook aan in Filipenzen 2:10,11
10 Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. 11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.
De vraag is of God de gehele aarde kan vervullen met Zijn glorie, of dat dit een ijdel woord zal blijken te zijn?
Kolossensen 1:16 zegt:
16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;
En vervolgens een aantal verzen later in vers 20:
20 En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelven, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.
Met andere woorden, als Paulus “alle dingen” zegt dan betekent dit ook alle dingen. Hij heeft niet alleen alle dingen gemaakt, maar heeft ook alle dingen weer met zichzelf verzoend. Zijn dood aan het kruis was niet alleen voor de “happy few” maar voor de gehele schepping.
De schepping is er niet om vernietigd te worden, maar om uiteindelijk de heerlijkheid des HEEREN te huisvesten.
Paulus spreekt in 1 Korinthe 15:22-28 over de tijd dat alle mensen weer zullen opstaan uit de doden voor het oordeel en om te ontvangen wat ze hebben verdiend. Paulus zegt dat Jezus Christus moet regeren over de aarde totdat al Zijn vijanden onder Zijn voeten gezet zullen zijn, onderworpen zullen zijn aan Hem. Dat betekent zolang totdat niets of niemand Hem meer tegenspreekt en niet met Hem instemt en met Zijn heilige wet instemt. Iedereen zal uiteindelijk in overgave in overeenstemming met God moeten komen. Tot de conclusie moeten komen dat God rechtvaardig en goed is. Hem kennen is Hem liefhebben.
Paulus zegt dat de laatste vijand de dood is. Alleen dan zal de mensheid echt zich volledig kunnen overgeven en genieten van de aanwezigheid van God. Alleen dan zal de aarde vervuld zijn met Zijn glorie.
Paulus zegt in vers 28 dat God zal zijn “alles en in allen”. Zijn volle aanwezigheid zal niet slechts aanwezig zijn in een aantal mensen, of zal Hij slechts een gedeelte van Zijn heerlijkheid openbaren. Maar alles zijn in allen.
Dat is het plan. En God is inderdaad capabel om Zijn plan uit te voeren. Velen staan nu onwillig ten opzichte van Zijn plan, vanwege onwetendheid, want als ze de glorie van God zouden kennen die God voor hen weggelegd heeft, zouden ze niet twijfelen om zichzelf over te geven aan de verzoening die Jezus bewerkt heeft met Zijn dood aan het kruis.
We sluiten met het visioen van Openbaring 5:13:
13 En alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles, wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, Die op den troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid.
Dit is een voorstelling van het doel van de geschiedenis en het heilige plan van God voor Zijn schepping. Niemand zal klagen dat een tiran nu de macht heeft en moet worden overmand. Iedereen zal God en Zijn liefde kennen en de liefde voor Zijn schepping. Het is een blij vooruitzicht. Er zal geen geschreeuw zijn van gemartelden uit de vurige kuil van de hel. God heeft echt in de mogelijkheid om alle mensen te redden ruimschoots voorzien – en Hij zal dit ook daadwerkelijk doen!
Dat is Zijn doel, Zijn belofte en daar mogen wij naar uitzien!

|
|
|