Wetenschap


Neuspeuteren wellicht gezond

Neuspeuteren wellicht gezond

De meeste mensen zullen hun kind een vermaning geven als ze het op neuspeuteren betrappen. Helaas heeft je kind, zelfs al eet hij/zij het op, misschien een beetje gelijk. Volgens een nieuwe theorie is neuspeuteren gezond en kan het ons immuunsysteem versterken. Snot zou volgens de onderzoekers zelfs lekker smaken om kinderen zover te krijgen het op te eten – en daarmee als een soort vaccin het kind tegen ziektes beschermen.
Dit sluit aan bij het idee dat we veel te hygiënisch zijn geworden, met juist ziektes als allergieën, eczeem en astma tot gevolg. Voor het boosten van het immuunsysteem moet je niet te schoon zijn en kun je deze tips opvolgen:
Laat je kind buiten spelen en vies worden. Gebruik geen anti-bacteriële zeep, gewone zeep is goed genoeg en maakt geen goede micro-organismen kapot. Gebruik zo min mogelijk antibiotica en dat geldt ook voor antibiotica in vlees.

https://www.waarmaarraar.nl/pages/re/80315/Neuspeuteren_wellicht_gezond_via.html


Wetenschappelijk advies: meerdere dagen met dezelfde onderbroek doen, geen schone sokken aantrekken en laat de badkamer maar eens een dagje dicht.

Dagelijks schoon ondergoed is onnodig

We mogen best wat smeriger zijn met z’n allen. Het is echt niet nodig om dagelijks schoon ondergoed aan te trekken. Dat bepleit Geert Claeys, professor Bacteriologie aan de UGent (België).
Uit een groot onderzoek naar persoonlijke hygiëne blijkt dat mensen tegenwoordig veel te netjes zijn. Per dag spenderen onze Zuiderburen gemiddeld 28 minuten in de badkamer. En één op de drie gaat dagelijks in bad of onder de douche. ‘Onze maatschappij hecht soms te veel belang aan lekkere geurtjes, wassen en schrobben. Dagelijks proper ondergoed aantrekken is niet nodig,’ aldus Claeys.
Uit het onderzoek onder 3000 Vlamingen blijkt dat 94% van de ondervraagden vindt dat ze naar rozengeur ruiken. 83% trekt dagelijks een schone onderbroek aan en 70% van de Belgen pakt iedere ochtend nieuwe sokken uit de kast. De professor is geen voorstander van de ultraschone levenswijze. ‘Veel baden en douchen of zelfs om de twee dagen je haar wassen kan op termijn meer kwaad dan goed doen. Je lichaam produceert natuurlijke beschermingsstoffen. Door die altijd weg te schrobben, heb je meer kans op problemen zoals uitdroging of beschadiging.’
Wetenschappelijk advies dus: meerdere dagen met dezelfde onderbroek doen, geen schone sokken aantrekken en laat de badkamer maar eens een dagje dicht. Dan worden we allemaal honderd jaar.
https://www.waarmaarraar.nl/pages/re/81353/Dagelijks_schoon_ondergoed_is_onnodig_via.html

Het is buitengewoon merkwaardig dat dit niet algemeen bekend is, en het is nog merkwaardiger dat dit bij zo weinig Christenen én hun voorgangers bekend is.

GELOOF EN WETENSCHAP

(Uit: VOEDING, GEDRAG EN BIJBELSE HEELHEID – weg uit de gedrags- en relatieproblemen van deze tijd, door Sietse H.W. Werkman)

http://moeilijkverkrijgbareboeken.com/alle-boeken/109-voeding-gedrag-en-bijbelse-heelheid.html

 

‘The logic of the non-sensical God’

 Nothing comes from nothing (nihil fit ex nihilo)

 

Omdat we in deze serie ook verschillende wetenschappelijke onderzoeken bespreken, willen we in deze inleiding kort iets zeggen over geloof en wetenschap. Het ligt in onze bedoeling om in ons volgende boek uitvoeriger op dit onderwerp in te gaan.

Wij geloven dat de Bijbel het Woord van God is. Het is de diepste bron van kennis en wijsheid voor ons verstand en voor onze geest. Het geeft het beste inzicht in de basisvragen van ons bestaan, ook in deze tijd en voor de gedrags- en relatieproblemen van deze tijd. Daarbij gaat Gods Woord nooit tegen ons verstand in, maar stijgt er op vele punten en met vele punten bovenuit.

Wetenschap is zeer nuttig, maar beperkt, omdat het zich uitsluitend oriënteert op het zintuiglijk waarneembare. Velen geloven binnen deze beperkt logische kaders die de wetenschap (zichzelf) heeft gesteld. Logica, of beter gezegd, onze logica, is niet alles; er is iets vóór en boven de logica. Veel van het Goddelijke is voor de mens ‘non-sense’, omdat het boven onze senses/zintuigen uitgaat. Wij kunnen slechts waarnemen op ons niveau, en toch heeft ieder mens een notie en zelfs een aangeboren besef van God. Veel atheïsten hebben daar ‘last’ van; vandaar ook de neiging om daar steeds tegenin te gaan. Daarbij willen we opmerken dat atheïsten nogal eens betere argumenten hebben dan veel Christenen, die ons inziens, op veel en ook belangrijke punten, een on-Bijbels Godsbeeld hebben.

Ieder mens neemt het onbegrijpelijke, tot op zekere hoogte, waar in zijn geest en ziet in dat er meer is dan het waarneembare. Als we ons alleen maar realiseren dat we zintuigen hebben waardoor we kunnen observeren, is het een logische gedachte dat er ‘iets’ vóór deze zintuigen geweest moet zijn.

De levensvragen die bij ieder mens opkomen, vinden we het best en het meest ‘logisch’ beantwoord in het coherente verhaal van de verschillende boeken van de Bijbel, ook wel Biblia (Grieks: bibliotheek/boeken) of de Canon genoemd.

De Bijbel geeft in de Romeinenbrief aan wat het doel van onderzoek/wetenschap is: het verstaan en doorzien met het verstand van Gods eeuwige Kracht en Goddelijkheid uit de schepping:

Romeinen 1: 20

20 Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.

Zoals we al zeiden, gebruiken we in dit boek allerlei wetenschappelijke onderzoeken, die een zeer nuttige functie kunnen hebben. Daarbij verbaast het ons dat de historische en wetenschappelijke betrouwbaarheid van de Bijbel nog steeds en nog zo vaak in twijfel wordt getrokken, terwijl er een overvloed van wetenschappelijk onderzoek is die deze betrouwbaarheid bevestigt. Het is dan ook buitengewoon merkwaardig dat dit niet algemeen bekend is, en het is nog merkwaardiger dat dit bij zo weinig Christenen én hun voorgangers bekend is.

Volgens oudheidkundigen en letterkundigen is de betrouwbaarheid van de Bijbelse geschriften wetenschappelijk vastgesteld op 96 %; dit in tegenstelling tot de geschriften van de oude schrijvers, zoals Plato en Aristoteles, die zo’n 60-70 % scoren. In de archeologie zijn de Bijbelse geschriften dan ook als de maatstaf voor andere oude geschriften. Bij het onderzoek van oude geschriften is dit percentage, wetenschappelijk gezien, de hoogst mogelijke score. Dat onderzoek gaat over de feitelijke historische betrouwbaarheid van de Bijbelse geschriften; of iemand de Bijbel werkelijk aanneemt als het Woord van God, is een andere kwestie.

De historiciteit van de Bijbelboeken, ook die van het Nieuwe Testament, wordt dus door serieuze onderzoekers niet in twijfel getrokken. Bij de boeken uit de klassieke oudheid ligt dat anders. Homerus’ Ilias, bijvoorbeeld, heeft talloze variaties op de tekst, met wezenlijke veranderingen; bij de Bijbelboeken echter, komt dit niet of nauwelijks voor.

Wat het Nieuwe Testament betreft, 80 % kan gereconstrueerd worden op basis van citaten van kerkvaders.

Paulus noemt meer dan 500 ooggetuigen, waarvan er velen nog in leven waren toen de brieven werden geschreven. Tijdens het ontstaan van het nieuwe Testament kon dus alles op feiten worden gecontroleerd.

Er is vele malen meer hard wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van Jezus dan voor het bestaan van Napoleon. Het tegendeel van de authenticiteit van de Schrift proberen te bewijzen, roept veel meer vragen op, waar men wetenschappelijk gezien, en volgens de wetten van de logica, muurvast mee loopt, zo hebben veel onderzoekers, tot hun eigen verbazing en soms ergernis, ervaren.

Het overgrote deel van de mensheid gelooft in een God of in een Schepper of hoe men het dan ook noemt. Dat is ook begrijpelijk, omdat Zijn werken met het verstand worden doorzien, zoals Paulus in bovengenoemd vers uit de Romeinenbrief, stelt. De vraag is echter niet alleen of iemand in Gód gelooft, maar of hij of zij God gelóóft; gelooft wat Hij zegt. God heeft een plan voor de wereld en voor ieder mens; op Zijn tijd zal ieder mens, niet alleen tot kennis van God komen, maar ook tot de erkenning van Hem.

De wetenschap is een buitengewoon nuttig en onmisbaar instrument. Ze heeft ons inzichten in de natuur en in de mens gegeven die we anders niet hadden gehad, maar ze heeft ook haar beperkingen. De wetenschap is een goede methode om kennis en informatie te vergaren, maar deze methode kan niet verheven worden tot het openbaren van alle waarheid.

Op het gebied van de exacte wetenschappen zijn goede en over het algemeen betrouwbare resultaten geboekt. Bij de sociale en de menswetenschappen is de betrouwbaarheid van de onderzoeken al een stuk minder en voor het gebied van het geestelijke is de wetenschappelijke methode ontoereikend. De Schrift zelf geeft ook niet voor niets aan dat het geestelijke alleen geestelijk wordt verstaan.

Hierbij willen we overigens aantekenen dat een aantal exacte wetenschappen, met name de kosmologie, de sterrenkunde, en ook de biologie en (aanverwant) de medische wetenschappen, steeds meer elementen vertonen van sciencefiction (‘wetenschapsfictie’) en zich hebben ontwikkeld tot een (nieuwe) religie. Uit geloofsvooronderstellingen en filosofische criteria, worden modellen gekozen, die als vanzelfsprekend worden beschouwd en gepropageerd, zowel voor het model van de aarde als voor het ontstaan van het leven. In het vierde deel van deze serie gaan we hier uitvoeriger op in.

De wetenschap is gebaseerd op causaliteit, ofwel de wet van oorzaak en gevolg. Diezelfde wetenschap echter kan oorzaak en gevolg alleen maar observeren, het hoe en waarom ervan kan men niet verklaren. Door middel van de wetenschap zou je elk mogelijk causaal verband kunnen ontdekken, maar de wetenschap heeft geen verklaring voor de oorsprong van het fenomeen causaliteit. Je kunt door middel van observeren, observatie niet verklaren.

De laatste decennia hebben een enorme groei in de kennis van de fysica en de biologie laten zien. We dringen steeds meer door tot de kern van de bouwstenen van de natuur, tot aan kernsplitsing en kernfusie, en kwantumdeeltjes toe. We ontdekken ook steeds meer de orde en de doelmatigheid in de natuur. Echter, deze kennis op zich zegt niets. We kunnen het concept orde, doelmatigheid, en ook causaliteit, niet verklaren. We moeten erkennen dat deze van een hogere orde zijn. Het is de wereld van de geestelijke concepten en principes.
De Schrift zegt hierover dat de mens slechts ziet wat voor ogen is (1 Samuël 16: 7), met andere woorden, wat zijn zintuigen kunnen observeren; dit is het gebied van de wetenschap.

De Prediker zegt in hoofdstuk 3: 11 over de mens dat God de eeuw in zijn hart heeft gelegd.

De mens is niet alleen voor het hier en nu geschapen. In ieder mens is een verlangen naar de eeuwigheid, naar de toekomende eeuw/aioon en naar ‘de eeuwige’. Tijdelijke zaken zullen ons nooit een echte en definitieve vervulling geven. Ieder mens weet dat er meer is; dat dát wat we nu zien en meemaken niet alles is. C.S. Lewis heeft ooit gezegd: “Als ik in mezelf een verlangen tegenkom dat door niets in deze wereld gestild kan worden, dan is de logische verklaring daarvan dat ik uiteindelijk gemaakt ben voor een andere wereld”.

Velen realiseren zich niet dat de wetenschap met zijn inherente beperkingen, geen afdoende antwoorden kan geven op vragen die buiten haar gebied vallen. De wetenschap is beperkt door haar eigen methodiek. Het is als met de horizon, we leggen een weg af en we komen zeker ook verder, maar de afstand tot de horizon wordt niet kleiner. De wetenschap is slechts een deel van de werkelijkheid, een groot en oneindig veel belangrijker gebied valt buiten haar gezichts- of onderzoeksveld.

De vraag die we zouden moeten stellen in dit verband is deze: bestaat er kennis, informatie en waarheid buiten de wetenschap?

Je kunt niet met een pedagogieboek kinderen opvoeden, je kunt er nuttige zaken uithalen en die toepassen, maar opvoeden is veel meer dan het hanteren van pedagogische concepten en principes.

Je kunt liefde niet meten aan de hand van hormoonwaarden, maar er is geen mens die zal beweren dat liefde niet bestaat omdat het niet wetenschappelijk is aan te tonen. Gaan we liefde reduceren tot een opsomming van lichaamsfuncties? De wetenschap legt een verband tussen de liefde en chocola, maar er is toch niemand die het verhaal van Romeo en Juliet verwart met Charlie en de chocoladefabriek…

 

Ondanks alle fenomenale ontdekkingen is oorzaak en gevolg nog steeds het leidend principe in de natuur. God belooft ons: wat je zaait, zul je oogsten.

God heeft ons deze prachtige principes gegeven, voortvloeiend uit Zijn overvloedige liefdevolle natuur.

God heeft Christus gezaaid en verzoening geoogst.

Vers 11 uit Jesaja 6, dat staat in de context van de priesterlijke taak van de bruidegom (zie vers 10), geeft dit prachtig aan:

 Jesaja 61: 11

11 Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt,

en zoals een tuin het daarin gezaaide doet opkomen,

zo zal de Heere HEERE gerechtigheid doen opkomen

en lof voor alle volken. (HSV)

 


Begint in de V.S. de victorie over autisme en de vele andere verminkingen en het chemisch misbruiken en doden van onze kinderen (en volwassenen) door vaccins?

Why the Kennedy-De Niro Vaccine Challenge Matters

A presidential commission led by Robert Kennedy Jr. could raise uncomfortable questions about the incentives driving vaccination recommendations.

Robert Kennedy Jr. and Robert De Niro convened a news conference on Wednesday at the National Press Club to announce a $100,000 cash reward for anyone who identifies a peer-reviewed scientific study demonstrating that the mercury in vaccines is safe. Though the challenge was perhaps something of a stunt, the significance of the appearance was underscored by Kennedy’s confirming that President Trump may ask him to lead a commission on autism. The consequences of such a commission could extend beyond the narrow vaccine/autism debate. More significantly, the commission could expose the incentives driving vaccination policy, which, in the current political climate, could move mainstream opinion against vaccines and also bolster doubts about the integrity of the health-care system.

Since at least 2007, Trump has suggested that the recent “epidemic” of autism might be related to current immunization practices. He is not categorically against immunization—in fact, he is “totally in favor of vaccines,” as he says—but he suggests that the rate and quantity of injections given to infants, per the recommended immunization schedule, may contribute to incidents of autism. In Trump’s words, “massive combined inoculations” and “simultaneous vaccinations”may be producing a wave of “doctor-inflicted autism.”

Trump’s central point that diagnoses of autism have skyrocketed alongside an increase in childhood vaccination is not in dispute. The term “early infantile autism” was first introduced in 1943 based on clinical observations of eleven children. When Austrian pediatrician Hans Asperger published a groundbreaking paper on autism a year later, it drew little attention, and, indeed, was only translated and annotated into English in 1991. Possible links between immunization and autism did not draw much comment in subsequent years because mass vaccination itself was not yet a common practice. It wasn’t until 1949 that the combined diphtheria, pertussis, and tetanus (DPT) vaccine was licensed in the United States for pediatric use, and it was only around this time that large-scale vaccine production for public health became feasible.

Meer op:

http://www.thevaccinereaction.org/2017/02/why-the-kennedy-de-niro-vaccine-challenge-matters/


Study Links Vaccines to Neuropsychiatric Disorders

Study Links Vaccines to Neuropsychiatric Disorders

A recent study by researchers from Pennsylvania State University and the Yale University’s Child Study Center found that patients diagnosed as having neuropsychiatric disorders such as “obsessive–compulsive disorder (OCD), anorexia nervosa (AN), anxiety disorder, chronic tic disorder, attention deficit hyperactivity disorder (ADHD), major depressive disorder, and bipolar disorder” were more likely to have been vaccinated three months before they were diagnosed.1

The study, which analyzed private health insurance data on more than 95,000 children ages 6-15 years collected from January 2002 to December 2007, was published in the peer-reviewed journal Frontiers in Psychiatry on Jan. 19, 2017.1

According to the authors of the study, “This pilot epidemiologic analysis implies that the onset of some neuropsychiatric disorders may be temporally related to prior vaccinations in a subset of individuals. These findings warrant further investigation, but do not prove a causal role of antecedent infections or vaccinations in the pathoetiology of these conditions. “1

Among the specific findings of the study were that vaccinated children were 80 percent more likely to be diagnosed as having anorexia and 25 percent more likely to be diagnosed with OCD than unvaccinated children. Children who had been vaccinated were also more likely to be diagnosed as having an anxiety disorder than unvaccinated children.2

The influenza vaccine, in particular, correlated with higher rates of OCD, anorexia, anxiety disorder, and tic disorder.3

According to professor of pediatrics at the Yale School of Medicine James F. Leckman, MD, who was a co-author of the study, “There’s a fair amount of interest in the vaccine safety question, so let’s try to be critical and do further studies that will help examine this issue in a more thorough way.”3

References: